Gemeente van Christus, Wie goed luisterde heeft in alle liederen en schriftlezingen dat woord vrede gehoord. Ook vooral in dat lied 285, die diepe heimwee naar vrede. "Geef vrede, Heer, geef vrede". Bij het voorbereiden deze week merkte ik dat het nieuws er vol van was. In dat tweede vers staat hoe waar dat is: "De wereld wil slechts strijd". Vijftig jaar geleden was de tweede wereldoorlog in Indonesië vooral wat betreft Japan beëindigd, dat was op het nieuws, met de verschrikkingen die daar toen gebeurd zijn, we horen van het vrijkomen van India, maar er is geen vrede tussen India en Pakistan en al die volkeren daaromheen. We horen van Bosnië en van wat het peace-proces heet in Israël, en als nooit tevoren ben ik door dat lied getroffen en erbij bepaald. Dat heimwee naar vrede, wat is er aan de hand, dat die vrede niet komt? Daar gaat deze zevende zaligspreking over. Zalig is een ouderwets woord voor een gelukwens. Jezus prijst gelukkig.... en dan komen die acht typeringen. Niet acht soorten mensen, maar acht kleuren in een diamant eigenlijk, die mensen in zich dragen. En de zevende is deze zaligspreking.
De achtste zaligspreking is voor mijn besef eigenlijk een toegift, zoiets van: dit is wel de prijs die je ervoor betaalt! Daar eindigt Jezus dan mee, met dat achtste en negende woord. Eigenlijk leiden al die voorgaande zes zaligsprekingen naar die zevende toe, zeven, het getal van de volheid. Aan de basis de armen van geest. Dat zijn diegenen die zich diep afhankelijk wisten van God alleen, een daarom denken dat ze zwak zijn. Maar Jezus zegt: Dat zijn de sterken. Van daaruit komen we bij de treurenden. Treuren dat is met diepe empathie meeleven met al degenen die verdriet hebben en die de gerechtigheid missen. Daarna de hongerenden en de dorstenden, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Dan die vierde, de zachtmoedigen, dat zijn mensen die de kunst hebben geleerd van het loslaten. Eigenlijk zijn het allemaal geesteshoudingen. Die vier basistyperingen zijn als het ware de grondhouding, dat is een diepe innerlijke mentaliteit. Bij die tweede vier gaat het meer om uiterlijk gedrag, wat mij in de wereld dan opgedragen wordt of overkomt. Dat zijn de barmhartigen, en de reinen van hart, en die twee zijn eigenlijk voorwaarden om tot dit zevende te komen.
Eigenlijk kan niemand een vredestichter zijn die niet zelf een reine van hart is. Daar komen we straks op terug. En zo leidt die hele typering van dat profiel van de burger van het Koninkrijk der Hemelen als in een climax heen naar dit hoogtepunt, en dat is: Hij is een Vredestichter! En ineens worden we ons er opnieuw van bewust dat vrede inderdaad het allesomvangende woord is waarmee God aanduidt waar Hij op uit is. Als we de Here God een regelrechte vraag zouden stellen: "Waar bent U op uit?", dan zou Hij zeggen: "Shalom!" En zo spreekt Paulus ook over Hem. Als je de brieven leest, die zin "de God des vredes" zat hem voor in de mond, lees maar de brief aan de Romeinen waar hij eindigt met: "De God nu des vredes zij met u." Dat is God ten voeten uit. En in de Filippenzenbrief: "De God nu van de vrede vervulle u met....", en zo eindigt hij ook bij de brief aan de Tessalonicenzen. Als Paulus en passant spreekt over God, en Hem typeert zoals hij Hem in zijn hart draagt, dan is het de God van de vrede.
En als je het Oude Testament leest, daar wordt verteld hoe God heenwerkt naar een doel, want dat is de betekenis van het oude testament, en dat doel is de komst van de Messias, al die beloften van de komende Messias, daar wordt Hij verkondigd (Jesaja 9): Een Zoon is ons geboren, een Kind ons gegeven...., en dan komen een heleboel typeringen: sterke God, wonderbare raadsman, eeuwige Vader, en het hoogtepunt is weer: Vredevorst. Daar is Hij op uit en daarom, als Jezus geboren is, het Kerstfeest, dan is dat natuurlijk de engelenzang: Vrede op aarde! Dus als je de bijbel leest dan moet het je treffen, in het oude en het nieuwe testament: alles is eigenlijk op dat ene gericht, en dat is: Shalom! En shalom betekent in de bijbel meer dan alleen het feit dat je geen geweer of pistool in je hand hebt, dat betekent niet alleen afwezigheid van oorlog, maar dan is het nog geen vrede! Dat zou de bijbel geen vrede noemen! Vrede is als alles weer is rechtgezet, als de verhoudingen weer zijn verzoend. Vrede is het niet als er niet meer geschoten wordt, maar als er wordt omarmd. Dan is er vrede, als de verhoudingen weer echt staan.
Dat geldt niet alleen tussen de landen, maar ook voor alle gebroken verhoudingen die tot oorlog voeren. Dat is dus shalom. En daar is God op uit. En nu zegt Jezus hier in de bergrede dat God daarvoor medewerkers uitkiest. Toch wel heel apart dat God zegt: "Die vrede komt er nooit als het volk wat Ik uitkies niet zich daartoe laat uitkiezen dat ze vredestichters worden!" En dat is natuurlijk het fascinerende van deze zevende zaligspreking, en daar willen we breder bij stilstaan: Wat moet je daarvoor doen, en hoe word je dat? Dat is de hoofdvraag, maar tegelijkertijd kunnen we er niet aan voorbij dat dit tocht ook weer zo'n onmogelijk woord is. Ik ga even terug naar het eerste wat ik zei: "Geef vrede, Heer, geef vrede, de wereld kent slechts strijd." Maar wie is er nu hier die kan zeggen: "Ja, ik ben een vredestichter". Als wij dit horen en invullen met bijbelse inhoud, dan kruipen we steeds verder weg. Dan krijgen we steeds dieper het gevoel: maar wie zal dat ooit kunnen? De harde realiteit is dat we in een wereld leven waarin het ontzettend moeilijk is om vrede te stichten, en waarin niemand het eigenlijk goed lukt. Waar ligt dat nu aan?
Bosnië, Ierland, Israël, waar je ook bent, er is geen vrede. Je kunt het ook zeggen van de volkeren in Europa, we hebben wel vrede, maar is er echt vrede tussen de Duitser en de Nederlander? Is er echt vrede in het hart? Die politieke oorlogen, uitbarstingen van geweld, die moet je bijbels gezien alleen maar zien als een vulkaanuitbarsting die het gevolg is van wat daar onder verborgen zit. Het zijn erupties van het daaronder liggend broeden en woelen en kolken van vuur en geweld. En dat geldt niet alleen tussen landen, dat geldt ook in bedrijven, dat geldt in menselijke verhoudingen, soms midden in het meest tere wat er is, het huwelijk en het gezin, dan opeens beamen we weer wat we zongen: de wereld wil slechts strijd. Dan komt daar weer naar boven vanuit een weet ik wat voor raadselachtige diepte van het menselijk hart: strijd, haat, conflict, jaloezie, bitterheid, het welt overal op, en zo nu en dan stulpt dat er uit als uit een vulkaan, en dan hebben we oorlog, zelfs een wereldoorlog. Maar eigenlijk is heel het leven doorziekt van oorlog. Ik hoorde een trainer eens zeggen: "Voetbal is oorlog!" Dat hoort een gezellige sport te zijn.
Ik was een tijdje geleden op de universiteit, daar kreeg een college over groepsdynamiek, en de professor zei: "Eigenlijk kun je groepsdynamiek, dat wat er plaats vindt tussen mensen in een kleine groep, het best begrijpen als je er van uit gaat dat elk mens een eigen territorium heeft, en dat niemand het toelaat dat een ander zomaar even op jouw territorium komt." Daar ging hij verder over filosoferen, maar het is eigenlijk de taal van de oorlog. Ieder mens is eigenlijk een klein landje, heeft een eigen territorium, en pas op als je erop komt of binnendringt, want dan is er oorlog. En in de oorlog wint altijd de sterkste het pleit. 'Daar wordt het recht beleden, de sterkste wint het pleit.' Ik denk dat dat de reden is waarom het zo moeilijk is om vrede te stichten, en waarom zo'n woord, om eerlijk te zijn, ons doodslaat: wat moeten we nu met zo'n woord aan? Zalig zijn de vredestichters. Er staat niet: zalig zijn de vreedzamen, maar de vredestichters. Daar moeten we ook even de nadruk op leggen. Sommige vertalingen zeggen: zalig de vreedzamen, maar dat is het niet.
Het is niet een type mens, een vreedzaam, gemoedelijk mens, makkelijk in de omgang, daar gaat het hier helemaal niet over, het gaat over de mens die vrede sticht, vrede maakt. Dat maakt die bergrede eigenlijk tot een onmogelijk boek, want niemand kan dit. We zijn er dagelijks getuige van hoe onmogelijk het is om echt vrede te stichten. Er mag eens even een gewapende vrede zijn, zoals in Bosnië, maar echt vrede? Dan moeten er veel diepere dingen aan de orde komen. Dan moet die zon van de gerechtigheid gaan schijnen! Er is geen vrede zonder gerechtigheid, zonder verzoening, zonder genezing. "De zon van de gerechtigheid zal opgaan over deze wereld", zegt Maleachi, "En hij heeft genezing onder zijn vleugelen". We zingen daar van. Dat is het, het moet doorgaan, maar hoe worden wij in dat grote 'peace-proces' nu ingeschakeld? Het eerste antwoord is: daarvoor is een 'major-operation' nodig, een engels woord waar ik hier een soort van harttransplantatie mee bedoel. Het tweede is: dat moet leiden tot een andere mentaliteit. Daar helpen natuurlijk die overige zaligsprekingen bij. En het derde dat zijn een aantal praktische aanwijzingen die de bijbel ons geeft, en stuk of vier.
Dan ten slotte kom ik weer terug bij die belofte, want het eindigt met de grote belofte. In de eerste plaats: hoe kunnen wij nu ooit vredestichters worden? Daarvoor is een hele grote operatie nodig. Eigenlijk gaat daar de hele bijbel over, en spreekt daar niet optimistisch over. Je zou het zo kunnen samenvatten: je kan pas dan vredestichter zijn als er eerst vrede aan jou gesticht is. Dat noem ik die harttransplantatie, in een ziekenhuis zijn de harttransplantaties de grootste operaties die er zijn. En ik denk dat het daar ook aan ligt. Waarom is er dan strijd? Waarom is het dan zo moeilijk om vrede te stichten? Dat komt omdat er iets hapert aan mijn hart. En daar wordt je mee geboren, met een haperend hart, dat is geen ouderdomskwaal. En dat moet je ook ontdekken. Vreemd genoeg was mijn eigen eerste ervaring, de ontdekking dat mijn hart niet goed zat, bij een film, van Ingmar Bergman. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het was een verschrikkelijke film: de maagdenbron. In die film vermoorden criminelen, bandieten, een boerendochter.
Die boerendochter was trouwens niet zo aardig, dat blijkt later in het verhaal, maar die bandieten doden dat kind, en dan zie je de begrafenis, en dat staat nog altijd op mijn netvlies gegrift. Iedereen liep achter het paard en de wagen waar het lijk op lag aan, en al die figuren werden gefilmd. En ze hadden allemaal wroeging. Ze dachten: "Dat kind is nu dood, dat hebben schurken gedaan en die verdienen straf, maar als ik naga, ik was ook nooit aardig tegen haar. Dan verweet ik haar dit, en daar heb ik ruzie met haar gehad en nooit verzoend....", iedereen had in die film wel iets wat hij bij zichzelf ontdekte wat Jezus in de bergrede zegt: Wanneer je alleen nog maar in je hoofd denkt, een gemeen woord, een scheldwoord, dan heb je in je hart al doodslag gepleegd! En dat werd zo verfilmd, en het heeft mij nooit meer los gelaten. Zo diep gaat dat, mijn hart hapert.
En als je dat merkt, dat je in je hart geen gevoelens van liefde en van aanvaarding hebt ten opzichte van die ander, als je merkt dat je daar fout zit, is er maar één weg: dan moet je op de knieën voor God, en dat tegen God bekennen, erkennen, en vragen of je een nieuw hart mag krijgen, en dat betekent dat de Geest van God en Jezus Christus Zelf in je komt, en in jou woning maakt, en je van binnenuit verandert! Dat is de kern van alles, en als je dat niet zelf aan je hebt laten doen, dan word je zelf ook nooit een vredestichter. Er moet eerst vrede aan jezelf gesticht zijn. "Ja", zeg je dan, "dat is voor buitenkerkelijken". Nee, dat is het niet. Paulus zegt dat midden in de Corinthebrief. Ik citeer een stukje uit Corinthe 4 waar hij tegen de gemeente zegt: "Wij zijn dus gezanten van Christus, -en zo zou ik het ook aan u door willen geven-: wij zijn gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande, laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde gehad heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem". Dus we moeten in Christus gedompeld worden, dat is de boodschap van de doop, iedere keer weer opnieuw. Daarom dopen we.
Alleen ondergedompeld in Christus kan er van dat vredesproces ooit wat terecht komen. Vanuit die verandering van het hart bloeit dan wel een andere mentaliteit op, en dat is het tweede waar ik het over wil hebben. Die verandering maakt ons tot mensen waarin die typeringen tot uiting komen, het witte licht van zoals God de mens bedoeld had, breekt uiteen in zes, zeven, later acht kleuren. Geënt in Christus als de wijnstok gaan we vruchten dragen en dat zijn de vruchten van de Geest. En wat is nu van al die typeringen die Jezus geeft in de zaligsprekingen nu de kern? En dan vooral denkend aan dat vredesproces, dat we allen vredestichters moeten worden? Ik denk dat die persoon die we schetsten, met die zes typeringen, dat die van zichzelf bevrijd is. Ik denk dat dat toch de kern is.
Dat hij niet meer in een situatie met mensen altijd op zijn eigen strepen staat, zijn eigen recht laat gelden, denkend: wat kan ik er aan hebben?, of: hoe kan ik hier gekwetst worden?, en dus direct het defensiemechanisme optrekt, al die dingen verdwijnen bij degene die afhankelijk is van God en de Here het laten doen, die meevoelt, treurt met de ander, die hongert en dorst naar gerechtigheid, dan maak je je eigen persoon totaal aan ondergeschikt, en die de kunst heeft geleerd van het loslaten, die barmhartig is geworden, en vooral rein van hart. Hier kom ik dus weer terug bij dat rein van hart. Als je die mentaliteit zelf niet hebt, kun je zelf ook niet voor anderen tot vrede worden, of aan de vrede voor de ander meewerken. Ik zou al de kleuren die de bergrede zo schetst zou ik willen samenvatten als: een vredestichter is een onzelfzuchtig mens. Die is van zijn eigen zelf bevrijd. En dan kan hij ook vertrouwen wekken bij anderen, recht doen aan de pijn van een ander, de ander begrijpen, de beide partijen begrijpen. Want waar een conflict is zijn er altijd twee die pijn lijden, en die je moet kunnen begrijpen in hun bitterheid en in hun agressie en wrok en jaloezie.
Dat is het wat ik zou willen zeggen over die mentaliteit: onzelfzuchtig en heel diep afhankelijk. Daar past mooi de bede bij uit Filippenzen 2, waar Paulus zegt: "Laat die gezindheid bij u zijn, die ook in Christus Jezus is". Dat is steeds weer dat apostolisch vermaan: laat die gezindheid van Jezus in je zijn, laat Zijn liefde in je hart toe, laat Hem jou maken zoals Hij je wil hebben. Dan het derde punt: maak dat nu eens praktisch. Wat moeten we dan doen om vrede te stichten? Ik heb alle preken en studies die ik over dit gedeelte had nog eens nagelezen, ik zocht iets heel praktisch over hoe je dat nu moet aanpakken. Degene die me daarbij het meest heeft geholpen is Martin Lloyd Jones, een engelse prediker, die ook een boek heeft geschreven over de bergrede, wat ik iedereen kan aanraden, en die schrijft bij dit punt iets heel praktisch. Hij schrijft: 'het allereerste wat je moet leren als je vrede wilt stichten is je mond houden.' Ik vond dat heel treffend: je mond leren houden. Hij heeft dat niet van zichzelf, hij haalt er een citaat bij uit Jacobus 1:19: Wees snel om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn.
Zeggen mensen iets tegen je, en voel je op het puntje van je tong al direct een mooi weerwoord opkomen, slik het in en denk eerst na. Wees langzaam om te spreken. En als mensen je iets negatiefs vertellen over een medemens, een medebroeder of -zuster, over iemand die je kent, bedwing je, houdt het voor je, vertel het niet verder: langzaam tot spreken. "Wie zijn tong niet in toom houdt", zegt Jacobus, "die verwekt ruzie en die laat roddel toe", die geeft slechte geruchten door, die verraadt zijn beste vrienden, die is geen vredestichter, maar een ruziezoeker. Een tong is een klein lid, maar net als een klein vlammetje kan het een groot bos in brand zetten. Het tweede ook heel praktische advies is: probeer niet direct te vallen in een vlucht of een vechtgedrag. Dat hebben we geleerd uit de psalmen. David overschreeuwt in de psalmen nooit zijn verwarring. Daarom lezen wij denk ik de psalmen zo graag. David begint steeds met: 'mijn God, ik ben angstig', of: 'ik voel me beschaamd', of: 'mijn geest versmacht in mij', of: uit de diepten van mijn ellende'. Hij brengt eerst de verwarring onder woorden. Wij willen altijd de verwarring direct ontvluchten, of ertegen vechten.
Of we reageren heel snel, of we vluchten weg. Dat is het tweede heel praktische: als je dat in je voelt opkomen: vlucht niet en vecht niet! Maar laat het maar gebeuren, voel maar eens wat er aan de hand is, laat de verwarring in je toe, en dan krijg je ook de ruimte om ermee naar God te gaan en die zon van de gerechtigheid er over te laten schijnen. En dan het derde: als je dat doet en je gaat er mee naar God, dan geeft Hij je inzicht, verstand. Dat lijkt een dooddoener, maar het is heel erg belangrijk; begrijpen wat er eigenlijk aan de hand is. 'Denk na', zegt de schrift, 'analyseer waar de schoen wringt'. Alle verwrongen verhoudingen zijn te begrijpen, als je je daar in hebt ingevoeld. En dan kan je er ook licht op laten vallen, inzien wat je doen moet. De apostel Paulus zegt ergens zelfs over de duivel: "We kennen zijn streken, zijn gedachten." (2 Corinthe 2:11). Dat wil zeggen dat Paulus geanalyseerd heeft hoe de duivel aan het werk is, want in conflicten is altijd de duivel aan het werk. En als je dat niet inziet, dan geef je geen goed antwoord. Je moet dus die geestelijke wapenrusting aandoen (Efeze 6), sterk staan in God, duidelijk zijn en moedig zijn.
Dat leidt me tot een vierde praktische tip: wees creatief in het bedenken van middelen om vrede te stichten. In Romeinen 12 lazen we er een paar. Het is eigenlijk een heel creatief idee dat, als je een vijand hebt je dan niet doet wat je van nature wilt -en dat is hem in ieder geval geen eten te geven-, maar dat je dan juist iets extra's doet: zet hem een goede maaltijd voor! Je leest dat ook in het oude testament. Een creatief idee. En Jezus zegt verderop in dit hoofdstuk: "Als je vijand je dwingt een mijl mee te gaan, ga er twee met hem mee." Daar moet je ook maar opkomen, dat dat helpt om vrede te stichten! En: "Als iemand je hemd geeft, geef hem ook je mantel!" Daarmee bedoelt Jezus niet dat je een doetje moet zijn, en over je heen moet laten lopen, maar Hij bedoelt het heel creatief. Die creatieve, onverwachte daad die de ander tot inkeer brengt en denkt: 'wat is hier aan de hand?' en dat schept opeens een openheid om verder te kunnen praten. Eigenlijk is natuurlijk koning Salomo uit het oude testament daarvan het beste voorbeeld. U kent het verhaal van die twee moeders, en het schijnbaar onoplosbare conflict over dat kind.
Het was een heel creatief idee om te zeggen: 'snij dat kind maar doormidden', want hij wist direct dat de ware moeder zou zeggen: 'geef het dan maar aan de ander!" Zo kon hij een groot conflict rechtvaardig oplossen, want dat is vredestichten. Dus: wees creatief. Nog eens die praktische adviezen op een rij: 1. Wees langzaam tot spreken. 2. Val niet in vlucht- of vechtgedrag, maar voel de verwarring. 3. Analyseer. Probeer het te begrijpen wat er aan de hand is. 4. En dan mag je ook op God vertrouwen voor allerlei creatieve invallen om mensen op een andere voet te zetten. Natuurlijk is er veel meer over te zeggen. Maar dit zijn in ieder geval een paar stappen op de weg naar het grootste wat de bijbel ons opdraagt, en waaraan de grootste belofte verbonden is, en dat is: vredestichter zijn in het voetspoor van Jezus Christus. En de belofte die daarmee verbonden is -want zij zullen zonen van God genoemd worden- is ook de grootste belofte. We moeten het niet vertalen als kinderen van God, in sommige vertalingen staat dat, want er staat letterlijk zonen van God. In die tijd stond er op de munt de afbeelding van een godenzoon. Keizer Augustus zag zichzelf als een godenzoon.
En die godenzonen waren de sterren, de uitblinkers, de machthebbers. Zoals we dat in onze tijd nog hebben overgehouden voor voetballers: 'daar komen de godenzonen', las ik pasgeleden in de krant. Maar dat is de zelfde sfeer. De sporthelden, de krachtige, de stoere, de machtige, dat zijn de godenzonen. En weer keert de bergrede het om en zegt: "Wie zullen zonen van God genoemd worden? Niet de stoere, niet de machtige, niet de sportheld, niet de machthebbers, maar de vredestichters, de naamloze vredestichter, het is een zwaar werk, en je behaalt er nooit eer mee." Als straks de grote afrekening komt, dan zullen we nog verbaasd staan: vrouwen als Hanna, en Deborah, en Dorcas, en Florence Nightingale, misschien noem ik er wel teveel maar zulke types zie ik voor me, en Jezus zegt dan, met voorbijgaan aan alle kampioenen en presidenten: "Dat zijn ze, vredestichters." En Hij roept de naamloze bemiddelaars erbij uit de concentratiekampen, die tussen beiden kwamen en daarbij soms hun eigen leven verloren; de weerlozen die werden neergeschoten, dat zijn de vredestichters.
Figuren als bisschop Romero, of Martin Luther King, of Anne van der Bijl als hij een poging doet tussen de Palestijnen en Israëli's, dan denk ik: ja, die richting moeten we op. En diegenen noemt de Here Jezus hier: Zonen van God. In het kielzog van die Ene grote Vredestichter. De enige die het echt was, en die daarom ook de Zoon van God heet! Omdat Hij de Vredestichter was. En we zullen blij zijn als we in Zijn kielzog mee mogen varen. Aangenomen zonen van God achter Hem aan die het tot uitvoer bracht en zal brengen. Daar zingen we van, biddend: Heer, laat in deze wereld die zon van de gerechtigheid opgaan, zodat in alle pijn en verdriet en haat licht mag schijnen, het licht van de vredestichters. Psalm 82:3. Amen.