Preek 6 van 8 uit de serie De Zaligsprekingen
zondagmorgen 26 januari 1997 · Wim Rietkerk

Gemeente van Christus, Dit is de gelijkenis van de verloren penning. Deze penning was waarschijnlijk een munt van vier gram zilver, met een waarde van ongeveer een dagloon van een man. Toch nog een behoorlijk bedrag. Maar er is wat met deze munt uit de gelijkenis. Het was er één van de tien die de vrouw gekregen had van haar man toen ze trouwde. Ze droeg die tien munten in een keten om het hoofd of om haar nek, het was dus eigenlijk haar bruidstooi, en tegelijk was het een teken van de liefde van die man naar haar toe. En het was van hoge waarde. Ieder van die schellingen, zoals hier staat, een ‘drachme’, staat er in de grondtekst, een zilverstuk. Elk van die munten was in een montuur gevat en zo tot een ketting samengevoegd. Nu kun je begrijpen dat die vrouw daar enorm over inzat. Wie weet hoe het gebeurd was, ‘s avonds, ‘s nachts, bij het afleggen dat een keer één van die munten uit dat montuur was geraakt en ergens, ze wist niet waar, was weggeschoten over de grond. En die oosterse huizen waren niet zo goed verlicht als de onze, er zat maar één klein raampje in, verder was het donker. En de vloer was een rotsgrond met wat zand erop.

Die vrouw is geschrokken en dacht: Dat is een slecht voorteken! Dat zeiden ze in die tijd, als je zo’n munt uit je bruidstooi verloor. Je kon het je man beter niet vertellen! De paniek slaat haar om het hart en ze gaat zoeken. Ze steekt een olielampje aan en ze haalt haar bezem van palmtakken en ieder hoekje en gaatje veegt ze uit, en zwiept met de bezem zodat de munt zal rinkelen als hij geraakt wordt. Zo is ze bezig met zoeken, en ineens hoort ze iets rinkelen in de hoek en ze bukt en pakt het tussen wat stenen uit en ja, het is hem! De Here Jezus vertelt verder in deze gelijkenis: die bevrijding, die last die van haar afvalt, en die vreugde dat ze de munt weer heeft is zo groot, dat ze al haar buren en vrienden en vriendinnen bij elkaar roept en zegt: Ik trakteer, want ik heb de munt weer terug uit mijn bruidstooi!! Hij was verloren, maar ik heb hem gelukkig weer gevonden. En zo zijn ze blij en vieren een klein feestje. Dat is het verhaal. En nu zegt de Here Jezus: "Kijk, die vrouw is eigenlijk God.

Zo is God, en de blijdschap die die vrouw heeft, is net zo’n blijdschap als er in de hemel is als er één mens is die zich omkeert en weer terugkomt bij God." Het is heel bijzonder dat de Here Jezus zo over God spreekt. Wij, ieder van ons, onze kinderen, wij zijn te vergelijken met zo’n schelling, zo’n kostbare munt, die een voor Hem niet uit te drukken waarde heeft. En God kan het niet verdragen als er ook maar één van de kostbare munten die Hij heeft kwijtraakt. Hij heeft er iets mee, en als het onverhoopt gebeurt -en het is gebeurd, en het gebeurt nog- dan rust Hij niet voor Hij die kwijtgeraakte ‘munt’ weer gevonden heeft. Dat is in hele eenvoudige woorden de kern van het evangelie. God heeft zo’n grote liefde voor ons, voor jou, voor u en voor mij, dat Hij voor ieder van ons zelfs Zijn Zoon erop uit zond om dat werk te doen. Ik zei al, die vrouw, dat is God, maar je kunt ook zeggen: die vrouw dat is de Here Jezus die erop uittrok en die bijlichtte en die heeft gewerkt en gezocht tot Hij de verlorene vond en hen weer invoegde in Zijn bruidegomstooi en zo verhief tot een heilig verbond.

Maar toch, als je deze geschiedenis leest en ook daarbij het verhaal van de herder, ook zo’n soort gelijkenis, en daarna het verhaal van de verloren zoon, -deze verhalen van de verloren munt, het verloren schaap en de verloren zoon staan in één bundeltje in Lucas 15-, dan is het toch absoluut een feit dat alle nadruk valt op de blijdschap aan het slot. Daar wil ik vanmorgen in het bijzonder bij stilstaan, bij de blijdschap die we in ieder verhaal lezen, en de vreugde over het terugvinden. De herder nodigt zijn vrienden uit, de vrouw haar buren en kennissen, en de vader van de verloren zoon zegt: Laten we feest vieren en blij zijn, want mijn zoon was verloren en is gevonden! Over die vreugde dus. Jezus miste die vreugde bij de vromen, daar begint het hoofdstuk mee. Hij trok op met mensen uit de criminaliteit: tollenaren, met mensen uit de onderwereld, aan de rand van de samenleving: publieke vrouwen. De schriftgeleerden en Farizeeën die dat zagen spraken er schande van en zeiden: "Waarom neemt Hij niet meer tijd voor ons?" Ze ergerden zich eraan. En dan vertelt Jezus hen dit verhaal en dat heeft natuurlijk als point: je zou juist ontzettend blij moeten zijn!

Jezus zegt: "Ik snap niet waarom jullie niet blij zijn!" Over die blijdschap wil ik het hebben, over ware blijdschap, oppervlakkige blijdschap en wat eigenlijk de bijbelse visie is op vreugde. Mijn grote kritiek op het christendom van deze tijd, op mijzelf, op de gemeente, is, als het gaat over vreugde, dat wij die vreugde als het ware veel te veel beperken tot de vreugde van de schepping, de vreugde die het leven geeft. Dat is natuurlijk heel reëel. Om concreet te zijn: neem nu kinderen krijgen. Dat is het grote wonder van de schepping, en dat geeft enorme vreugde. Als alles goed gaat, het kind is geboren en groeit op, iedere dag weer wat meer, dan geeft dat vreugde. Blijdschap als het gezond opgroeit, je erover verheugen. Heel je leven kan daardoor een feest worden, zolang er geen kink in de kabel komt. Die feestvreugde van het leven kennen we. Als je op een mooie zomeravond door de stad loopt, en alle terrasjes zijn vol met mensen die gezellig zitten te eten, als je op skivakantie gaat of gaat schaatsen, als je een jubileum viert, geniet van je werk of van een mooi boek: overal vreugde. Maar het is niet de vreugde van het Koninkrijk. Het is de vreugde van de schepping.

Denk niet dat ik die vreugde betuttel of afkraak of bekritiseer, nee, ook die vreugde komt van God, want God is de Schepper. Maar de vreugde van het Koninkrijk gaat dieper. En daar wil ik het over hebben, daar leidt Jezus ons naar toe, daarvoor is Hij gekomen. Want laten we eerlijk wezen, die vreugde van de schepping die is wel reëel, maar ze is ook zo ontzaglijk snel weer verstoord. Denk maar aan weer een vader die zijn twee kinderen en zichzelf vermoordt, denk maar aan een spookrijder die een dodelijk ongeluk veroorzaakt, zo kan het ook gaan. Ik heb een vorige keer iets gezegd over depressie. Sommigen dachten dat ik ermee bedoelde dat alle depressie uit ongeloof voortkwam, maar dat is natuurlijk helemaal niet het geval. Depressie, een ziekte van de geest, is in heel veel gevallen te vergelijken met een ziekte van het lichaam. Het is eigenlijk een deel van de gebrokenheid, als iemand kanker krijgt komt dat ook niet door zijn ongeloof! En zo is het ook met depressies. Ze overvallen ons omdat ze deel zijn van een gebroken en een gevallen schepping. Op aarde was, als ijdel glas, de vreugde licht te schenden. Dit kleine gedichtje geeft dit precies aan.

Wie alleen maar schaatst op de vreugde van de schepping, die schaatst op dun ijs. Morgen zak je erdoor. Want hoe groots en heerlijk de schepping van God ook is, ze is gebroken, en vaak zitten we neer bij de scherven. En dan neemt dat alle vreugde weg. Daarom ben ik zo blij met het evangelie. In Lucas 10 zegt Jezus tegen de discipelen: "Verheug u niet daarover dat u heer en meester bent over de schepping, maar dat uw namen staan opgetekend in de hemelen." Dat is een diepere vreugde waar Hij de discipelen naar toe brengt. En dat heeft alles te maken met het dopen. Het besef dat ik zo kostbaar ben dat God zelfs Zijn leven, het leven van Zijn eigen Zoon -dat is nog meer dan je eigen leven- ervoor op het spel heeft gezet om mij te zoeken. De bijzondere band van die vrouw met dat ene zilveren muntstuk aan die bruidstooi, en wat ze ervoor over had om het te zoeken, Gods band met ons, dat is niet de schepping, dat is genade. God kan het niet hebben dat er één van de door Hem geschapen mensen verloren gaat. Dat staat in de bijbel. En wat de Here Jezus hier doet is eigenlijk dat Hij ons eerst meetrekt naar de pijn van God, om ons zo heen te leiden naar die diepere vreugde.

En dat wil ik nu aan het slot, toepassend met wat in de tekst staat, met u doen. Eerst stimuleert Jezus ons om ons te vereenzelvigen met de vrouw die haar munt verloor. En dan vandaar uit voert Hij ons in drie stappen mee naar ware vreugde. In de eerste stap moeten we mee afdalen in de pijn van God. Het doet Hem wat als Hij één van de honderd schapen - als de herder-, één van de tien schellingen -als deze vrouw-, de jongste zoon -als de vader- als Hij die kwijtraakt. In ieder van die gelijkenissen komt een ander aspect van dat kwijtraken naar voren: het kan zijn door domheid van het schaap; door onachtzaamheid van de vrouw, die in deze gelijkenis ook eigenlijk de kerk is; en het kan evengoed een bewuste keus zijn, van de verloren zoon. In alle drie de gevallen gaat de herder, de vrouw, de vader, zoeken. Bij alle drie anders, dat is ook heel mooi om te zien. Als het gaat om de domheid van het schaap dan riskeert de herder zijn leven door zelf af te dalen in de kloof. Als het is door onachtzaamheid dan komt daar ineens zorgvuldigheid, de vrouw gaat zoeken, gaat alles ordenen en reinigen om die munt weer terug te vinden.

En als het gaat om een bewuste keus van de jongste zoon, dan wacht de vader. Dat is het enige wat hij doet. Hij trekt, door te wachten en op de uitkijk te staan. Maar nooit laat het God onverschillig. Het smart Hem aan Zijn hart. Kun je je dat voorstellen, een God met tranen in de ogen, een God met groeven in het gezicht, zoals ik me bij de vader voorstel bij de terugkeer van de verloren zoon na het lange wachten. Een God die in Jezus zelfs al het lijden van de mens in Zijn eigen hart opneemt. En toch is het zo. Zo is God door Jezus uitgelegd. En er zal nooit vrede komen in ons hart en nooit echte vreugde als we dit aangezicht van God in een gekruisigde Heer niet diep in ons hart toelaten. Dat is de eerste stap naar ware vreugde. En de tweede stap is de weg van vereenzelviging met Zijn zoekende liefde. Jezus zegt: "Maar wie van u zou niet hetzelfde doen als die herder? Wie van u zou niet hetzelfde doen als deze vrouw? En als deze vader?" Een oproep tot vereenzelviging. In alledrie de gelijkenissen van Lucas 15 wordt ons verteld wat Zijn zoekende liefde is als een model voor ons.

De herder trekt er op uit in de woeste afgrond, de vrouw is zoekend en vegend en bijlichtend bezig in haar eigen huis, en de vader wacht. En bij allen is het de nooit afzwakkende, zoekende liefde van God, waarvan het een beeld is. Die zoekende liefde, dat is eigenlijk de tweede etappe die we van Jezus leren en waar we doorheen moeten om te komen tot dat derde, die vreugde. Als die eerste twee er niet zijn, het afdalen in de pijn van God, en vereenzelviging met Zijn zoekende liefde, dan komt het ook nooit tot het derde, de verdiepte vreugde van het Koninkrijk. Die intense blijdschap als ineens blijkt dat het schaap terecht is, de munt is gevonden, de zoon weer thuis is gekomen. Wat een vreugde als de herder het schaap ontdekt en op zijn schouders neemt. En wat een opluchting bij de vrouw die de schelling weer terug vindt. En wat een vrede op het gelaat van de vader als hij zijn verloren zoon weer omarmt. Dat is eigenlijk de vreugde van het Koninkrijk. En die vreugde is meer dan spontane scheppingsvreugde. Ze is door pijn, -de eerste stap-, en vereenzelviging -de tweede stap-, eindeloos verdiept.

Ze is niet meer lol en feest, maar ze is verdiept tot verwondering en ze is uitgebroken in vasthoudende ontfermende liefde naar alles wat zwak is en wat is afgedwaald. En ze kan niet meer stuk. En alleen als we deze vreugde van het Koninkrijk ontdekken en in ons toelaten, gaan we ook steeds meer ontwaren wat het geheim is van het Koninkrijk. En dan gaan we ons ook geven, radicaal geven. Maar die vreugde van het Koninkrijk, ze moet wel door fases heen, en die vat ik nog even kort samen. Natuurlijk, laten we daar heel duidelijk in zijn, die vreugde begint bij de vreugde over de schepping. Maar vandaar daalt ze af in de pijn van God als die vreugde verstoord wordt, en die vreugde is verstoord. Wat zo mooi begon is zo vaak ontzaglijk diep gevallen. En dan zet ze zich voort in de vereenzelviging met die onophoudelijke zoekende liefde van God die niet ophoudt en die het verlorene zoekt. De herder, de bruid, de vader. En dan breekt ze uit in een vreugde als blijkt dat het goed komt!

De vreugde van het Koninkrijk, dat is de vreugde over het herstel, dat is de vreugde over de wederoprichting van alle dingen, dat is de vreugde over de terugkeer van de zoon bij de vader, dat is de vreugde van de genezing en de vreugde van de toekomst, wanneer de gebroken schepping zal zijn hersteld en vernieuwd rondom het nieuwe volk van God en het nieuwe Jeruzalem. Die vreugde die de Heer u geeft, die zij uw toevlucht. Amen. Reageren op de inhoud? Email naar Wim Rietkerk! Direct reageren? Schrijf je opmerkingen in het gastenboek! Reaktie op de redactionele en/of technische kant van deze site? Email de Webmaster Doorpraten? Bezoek een dienst of meld je aan voor de eerste virtuele preekbespreking, binnenkort live op deze site! ©1997 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht