Gemeente van Christus, Ik wilde vanmorgen bij deze laatste zaligspreking weer even teruggrijpen op de vorige zeven, en dat doen in dat overzicht wat ik vorige week ook al aangaf, want deze acht zaligsprekingen vormen met elkaar wel een eenheid. U kunt dat al zien door de belofte van deze laatste, en de belofte van de eerste met elkaar te vergelijken: ze zijn precies hetzelfde. Zalig de armen van geest, want voor hen is het Koninkrijk der hemelen, en: zalig de vervolgden, want voor hen is het Koninkrijk der hemelen. Het is alsof Jezus daarmee de cirkel rond maakt, Hij rondt het zo af, Hij wil daarmee aangeven: zo is het tot een volheid gekomen. Er is dus een samenhang tussen deze acht zaligsprekingen, als je in deze tijd zou vertalen zou je eigenlijk een modern woord moeten gebruiken als: felicitaties. Maar we praten in de klassiek gedragen taal, en het ligt nu eenmaal zo in het spraakgebruik om te spreken over de zaligsprekingen. Maar het zijn ‘gelukkigprijzingen’ aan het adres van deze acht, niet typen mensen, maar deze ene mens, de mens Gods, zou je kunnen zeggen, die deze acht facetten heeft, die acht kleuren draagt.
En die samenhang wil ik even laten zien: In die eerste vier, rechtsonder, zit iets van een gemis, het zijn mensen met ergens een tekort, ergens een stuk afhankelijkheid, en Jezus zegt: Het zal vervuld worden, jullie zullen vertroost worden, jullie zullen verzadigd worden, jullie zullen de aarde beërven. En dan vloeit uit deze vier beschrijvingen met iets van een gemis, iets voort met een volheid, er vloeit een gedrag uit voort, jullie worden barmhartig, en rein van hart, en natuurlijk bovenal vredestichters. Een prachtige omschrijving van wat een christen kenmerkt: barmhartig, rein van hart, en vredestichtende daden verrichten. De eerste en de laatste hangen samen in hun belofte; het tweede opvallende punt is dat er een opbouw in zit; en het derde punt is dat aan het slot, na dat moment van volheid van de zevende zaligspreking, de achtste er nog een beslissend moment aan toe voegt, waar we ons nu op concentreren. Zeven is het getal van de volheid, en in de zevende zaligspreking, in vredestichten, daarin komt de hoogste, de diepste, de meestomvattende roeping van een christen tot uitdrukking.
Maar dan moet u toch die knik naar de achtste zaligspreking niet zo lezen alsof dat een soort aanhangsel is wat er aan het slot nog even aan toegevoegd is, als een P.S., zo is het niet. Dat heeft de Here Jezus heel duidelijk gemaakt door deze achtste zaligspreking als enige een dubbel karakter te geven. Er is maar één zaligspreking die twee keer voor komt, en dat is deze. Zalig zijn de vervolgden, want hunner is het Koninkrijk der hemelen, en dan wordt het nog een keer herhaald: zalig bent u, wanneer men u...- en dan wordt dat uitgelegd -: smaadt, lastert, om Mijnentwil, want groot is uw loon in de hemel en verheugt u. Dus dat wordt twee keer gezegd, dat betekent dat Jezus met die verdubbeling iets heeft willen zeggen, als het ware dat dit niet zomaar een achterafje is, maar iets heel belangrijks aan het slot. En voor het eerst wordt het daar ook heel persoonlijk gemaakt. Voor het eerst zegt Hij : Zalig bent u!
Hoe Lucas dat vertelt in de veldrede, dat Jezus al direct vanaf het begin de discipelen direct persoonlijk aanspreekt, dat doet Mattheus aan het slot, als Jezus persoonlijk aan het eind zegt: En dit alles, nu de cirkel rond is, is uiteindelijk het profiel van de burger van het Koninkrijk der hemelen. En dat wilt u toch wezen? U bent toch rondom Mij gekomen? Nu, zo ziet hij eruit, die mens van God, zoals hij eigenlijk in die Ene, de spreker van deze woorden natuurlijk in al Zijn volheid voor hen stond. Achter al deze woorden steeds de nodiging van Jezus zelf horen, die zegt: Kijk, zo ziet de burger van het koninkrijk der hemelen eruit, en zo kun je worden, als je je steeds als een loot in Mij als de wijnstok laat invoegen, dan ga je vrucht dragen. Want het zijn tegelijk ook de vruchten van de Geest. En dan is het niet zo dat de ene deze vrucht draagt en een ander de andere, maar al deze acht facetten, deze vruchten van de Geest, ze worden door de Heilige Geest gewerkt in ieder christen, ieder die zich in Hem als de wijnstok laat invoegen. Die omschrijving van wat een christen kenmerkt is eigenlijk ten diepste Jezus Christus Zelf, de mens naar Gods beeld gemaakt.
Het witte licht van het beeld van God breekt in de werkelijkheid van het menselijk bestaan in acht kleuren uiteen, ook deze achtste. Deze laatste zaligspreking is geen P.S., zei ik al. Het is niet een onbeduidend aanhangsel aan het slot, nee, het is een dubbele waarschuwing, en een dubbele belofte. Waarom dit onverwachte en zo nadrukkelijke slot? Waarom heeft Jezus dat nu aan het eind aan de discipelen voorgehouden? Iets van: pas op, als je echt zo wilt worden, zo’n soort mens, pas dan wel op, want dan gaan er dingen gebeuren! Weet wel dat je vervolgd kunt worden, mensen zullen je smaden, vervolgen, en liegende allerlei kwaad van je spreken. Daar eindigt Jezus mee. Waarom? Ik denk dat Jezus dit er aan toegevoegd heeft omdat Hij ziet dat de discipelen er veel te optimistisch tegenaan kijken. Als je die eerste zeven hoort, dat fascineert, en in spontane reactie zeg je: die kant wil ik op, zo wil ik wezen! En dan zegt Jezus aan het eind wat politici vandaag de dag ook zeggen: Er hangt aan alles een prijskaartje, hier hangt wel een prijskaartje aan! Dat geldt ook wel bij uitstek voor het christen-zijn, trouwens ook voor het ouderling en diaken zijn. Aan alles hangt een prijskaartje.
Jezus zegt zelf: Wie Mij navolgt, zal vervolgd worden, zet je dus maar schrap. In Johannes 15 staat: Ze hebben Mij vervolgd, ze zullen ook u vervolgen. We lezen het weer in Petrus, waar we lazen: Laat de vuurgloed die tot beproeving dient, u niet bevreemden. Petrus weet uit ervaring dat je hart kan opbreken als je er te naïef tegen aan gaat. De wereld wacht niet op het christelijk getuigenis, en het woord van waarheid dat wil eigenlijk niet gehoord worden. Mensen staan niet te trappelen om iemand die het Woord van God brengt te ontvangen. Niet iedereen wil een ouderling ontvangen, en een diaken die de waarheid zegt is niet populair, die krijgt vast en zeker een veeg uit de pan. Ik heb me eens laten uitleggen wat er gebeurt, en dat ter uitleg van deze zaligspreking, als er bij een ontsteking in het lichaam antibiotica wordt toegediend, als genezend medicijn. Stel je hebt longontsteking, je hele lichaam is ziek, je hebt koorts, en als je dan antibiotica krijgt, dan doodt dat de ziekmakers. Als het even kan zullen die alle ‘antibioticasoldaten’, om in die taal even te spreken, overweldigen en opeten. Daarom moet een dokter ook goed opletten dat hij een krachtig genoeg ‘leger’ toedient.
En precies dat gebeurt als wij in Christus’ kracht profetisch optreden. Je zou kunnen zeggen dat de bijbel onze wereld vergelijkt met een ziek lichaam, een doodziek lichaam. En we weten het allemaal, toen die eerste genezende injectie werd toegediend, Christus aan het kruis, toen heeft het lichaam het afgestoten, daar buiten Jeruzalem op Golgotha. En nu zegt Jezus: alle nawerkingen van diezelfde beslissende injectie die overkomen mijn navolgers. Het heeft talloos velen het leven gekost. Al de discipelen heeft het hun leven gekost. Het kost ons vandaag vaak verachting. Het verlies van populariteit: smaad. Alles wat je zegt wordt verkeerd uitgelegd: afwijzing. Mensen lusten je niet. En Jezus zegt: Als je dat overkomt, schrik dan niet. En Petrus zegt heel plechtig: Laat de vuurgloed die tot beproeving dient je niet bevreemden. Dat is precies dezelfde zaak, de uitleg van de bergrede, van de zaligsprekingen. Maar Petrus, die iets later leefde, zegt er wel iets bij: "Maar denk niet te gauw dat het lijden je overkomt om Christus wil". Dat is natuurlijk wel een nuttige toevoeging. Ik citeer: "Laat niemand van u moeten lijden omdat hij iets verkeerds doet of bijvoorbeeld een bemoeial is".
Ik vind het apart dat hij dat er aan toe voegt, je zou ook kunnen zeggen: laat niemand van u moeten lijden door een tekortschieten in fijngevoeligheid en tact, of omdat je bekrompen bent, of omdat je ouderwets bent of betweterig of eigenwijs, noem maar op. Wij kunnen o zo gemakkelijk onze eigen tekortkomingen een stralenkrans geven: zie je wel, dat overkomt me nu omdat ik christen ben. Heel vaak haat de wereld ons, niet omdat we zo christelijk zijn, maar omdat we zo onchristelijk zijn. Ze hadden van ons anders verwacht. En toch moeten we vandaag ook scherp aan dat eerste vasthouden. Er is haat in de wereld tegen het heilzame evangelie. Vergeet dat niet. Het zieke lichaam stoot het heilzaam medicijn af. En laat je daardoor niet in de war brengen, dat is eigenlijk wat Jezus wil zeggen. Er is altijd wel iets fouts te vinden in een christen, laten we dat erbij zeggen. Er is ook altijd iets fouts te vinden in de kerk, in de kerkgeschiedenis, en zo kan je je alle kritiek wel persoonlijk aantrekken. En wij leven natuurlijk in een tijd waarin de zonde van de kerk en het christendom breed worden uitgesponnen, en door vergrootglazen worden bekeken, zeker.
Waar Jezus hier de ogen voor wil openen is vooral voor die diepere dimensie van de haat, die ten diepste gaat tegen het evangelie en het profetisch christenzijn, waar Hij het mee vergelijkt: ‘zo hebben ze de profeten voor u vervolgt’. "En dat moet je eigenlijk", zegt Jezus, "zelf leren ontdekken". Je moet het leren zien, anders treft het je bij verrassing en het blaast je van de sokken. En dat geldt natuurlijk in de eerste plaats voor mensen die christen worden in een niet-christelijke cultuur, en de eerste christenen in onze cultuur, vandaag de dag in Pakistan, in China, in een marokkaans gezin. Dominee v.d. Brink vertelde dat hij een marokkaans meisje bezocht dat pas christen geworden was, en die in grote zielenood kwam, zoals hij zei.
Ze zei tegen hem: "Ik wou bijna dat Christus niet de enige was, want nu moet ik mijn vader groot verdriet doen, want hij gaat me verstoten, en tegelijkertijd is hij zo lief, ik hou van hem." Dat schrijft hij in zijn commentaar op de bergrede, en daarna zegt hij: "Toen heb ik dat meisje de achtste zaligspreking voorgehouden." Dat meisje zei dus: "Ik wou bijna dat Christus niet de enige was." Kiezen voor Christus breekt je op in een niet-christelijke cultuur. Maar zou het je alleen in een niet-christelijke cultuur opbreken? En moet je onze cultuur christelijk noemen? Ik kan je vertellen dat als je dit zegt, dat Christus de enige is, de enige weg, de waarheid en het leven, dat je ook hier in Utrecht aan de theologische faculteit er niet echt in ligt, dan kijken ze je toch wat vreemd aan, want we leven helemaal niet meer in een christelijke cultuur, en veel christelijke theologie is syncretistische theologie. Want Christus is voor velen vandaag, in onze doodzieke wereld, niet meer het enige medicijn. Wie vandaag zegt van wel, en heel hard, en heel duidelijk, die komt er uit te liggen, absoluut, en die zal vijandschap ondervinden. Verbaas u niet als de wereld u haat.
Ook niet als je ouderling of diaken bent, want de wereld zit vaak midden in de kerk. De meeste haat heeft Jezus ondervonden, zoals we weten, vanuit het verbondsvolk. Niet van buitenaf, maar van binnenuit, van mede-gelovigen. En daarom is dit zo belangrijk dat de discipelen het moeten weten. Maakt dat ons niet een beetje over-wantrouwig, een beetje paranoïde? Nee, ik ga er van uit dat Jezus tegen psychisch gezonde mensen gesproken heeft. En psychisch gezonde mensen hebben het tegenovergestelde probleem, die zijn in de regel te naïef. Ze zijn te goed van vertrouwen en daardoor te slap, en te toegeeflijk. Ze nemen eigenlijk soms de kracht van hun boodschap terug, door het glad te strijken zodra er vijandschap getoond wordt: ‘nou, kijk, nee, zo heb ik het niet precies bedoeld.’ Maar Jezus zegt: "In plaats daarvan, ga er van uit dat je bij een profetisch geluid altijd haat ondervindt. Zo hebben ze de profeten vóór u gedood". De gemeente zal in haar profetische gestalte altijd gehaat worden. En waarom is het nu zo belangrijk om dit te weten? Ik denk om drie redenen.
In de eerste plaats: het vertroost; in de tweede plaats: het maakt je standvastig; en in de derde plaats: het geeft een heel diepe vreugde. Dat laatste is toch ook heel bijzonder. Het eerste: het kan heel diep vertroosten, als je dit plotseling beseft. Een bepaald soort kritiek kan je heel erg van je stuk brengen. Ik weet nog hoe het mij heeft bemoedigd, dat ik op zo’n moment het woord las uit Johannes 15, waar de Here Jezus zegt: "Ze hebben me zonder oorzaak gehaat". Wat moet het voor Jezus geweest zijn, zonder enige reden gehaat te zijn. Want bij ons is natuurlijk altijd wel enige reden, dat geven we grif toe. Maar bij Jezus was het voor 100 % puur, en toch die haat. Als we nu dat voor ogen houden en als ons dan zoiets overkomt, dan is het toch bemoedigend om dit te horen. Dat het tweede. Het zieke lichaam wil deze injectie niet, dus hou vol, blijf standvastig. Als de achtste zaligspreking ontbrak, dan zouden we snel van ons stuk gebracht zijn, en we zouden niet zo standvastig neergezet worden als Jezus hier doet. Zonder die achtste ‘schakering’ zouden mensen uiterst onzeker kunnen worden. Komt er kritiek, dan denken ze altijd eerst: het zal wel aan mij liggen.
Worden ze vervolgd: ze zullen snel in een depressie vallen en zeggen: "Hoe kan dat nu? Ik stond alleen het goede voor!" Worden ze veracht of in een kwaad daglicht gezet, dan trekken ze zich terug en zeggen: het is niet zo persoonlijk bedoeld! Maar Jezus zegt in de achtste zaligspreking: "Dit overkwam mij, dit zal ook u overkomen". En nu ineens, nu weten we het, het zijn de afstotingsmechanismen van een ziek lichaam, het is ten diepste de vijandschap van de duivel, die erachter zat, hier brandt iets door van zijn venijn, en daar laten we ons toch niet door van ons stuk brengen? Het kan zelfs zo zijn dat als u deze vijandschap bespeurt, in de gemeente of daarbuiten, dat je je aanvalskracht verdubbelt! Als dit het diepste verzet is, wees dan standvastig. Trek de geestelijke wapenrusting aan, volhardt in het gebed, mobiliseer medechristenen, hou vol. Want dan bent u blijkbaar op een heel belangrijk punt gestuit. Heel vaak, als je zo’n venijn voelt, dan denk je: nu heb ik blijkbaar iets aangeraakt, wat echt de kern was, en dan komt die ander met tegengas.
Die punten, waar we vandaag tegengas op moeten geven zie ik op het gebied van twijfel aan de uniekheid van Christus, en daaraan verbonden het loslaten van het gezag van de bijbel, in de brede christenheid.En ik denk dat het ligt op de doorwerking van zijn genezende kracht. In kerkelijke verhoudingen, dan is er verzet, als je werkt voor de eenheid van de gemeente van Christus dan komt er verzet, met de meest stomme tegenargumenten. En als je werkt aan de doorwerking van die genezende kracht in maatschappelijke ontbinding, en je wijst aan waar het zit, dan komt er tegenwerking. Jezus zegt: "Weest standvastig!" De derde reden waarom Jezus dit zo benadrukt aan het slot, is omdat dit weten je uiteindelijk toch heel erg blij maakt. Dat vind ik toch wel heel bijzonder, dat Hij tot twee keer toe zegt: Verblijdt u en verheugt u." Dat lijkt wel heel vreemd, maar toch is het waar. Op het moment dat een christen gehaat wordt om Christus’ wil, dan breken voor hem ineens de breedste vergezichten open. Jezus zegt dat letterlijk: Eerst een terugblik, en dan een vooruitblik.
Hij zegt: "Verheugt u en verblijdt u want -de vooruitblik-: uw loon is groot in de hemel", u bent op weg naar de toekomst, het hemels Koninkrijk, er komt een afekening aan het slot. En dan het tweede, dat is precies zo groots, de terugblik: "Precies zo hebben ze de profeten vòòr u vervolgd." En met dat we zo vooruit- en terugkijken gebeurt er iets heel wonderlijks: we voelen ons in een beweging opgenomen. Dat missen wij, we staan allemaal op een klein eilandje en leven als atomen, maar we hebben een voorgeschiedenis, én we hebben een geschiedenis die komt! We zijn in een beweging opgenomen, psalm 90: we zijn de beweging van Zijn ontferming opgenomen. We zijn maar niet een afgevallen blad van een boom, maar we staan in de stroom van de geschiedenis. En die is heel kort: je bent er even, en je mag even meegaan, er waren mensen voor ons die hetzelfde hebben ondergaan, en er zal straks een moment zijn, dat iedere pijn die hier doorleden is, wordt gecompenseerd. Want God waakt over ons bestaan. En Hij heeft een alle haat en strijd overwinnend plan.
Er zijn een heleboel dingen die ik niet snap als ik leef, maar één ding staat vast: dat totaal-plan tot genezing van het zieke lichaam gaat door, en zal overwinnen. En in dat totaalplan zijn christenen ingezet. En er zijn heel wat profeten gesneuveld, en aan het eind straks, komt de grote afrekening, en dan zal er een speciaal loon zijn voor de ‘commando-troepen’, zo zou je de kerk kunnen noemen. Want blijkbaar heeft Jezus de discipelen en hun volgelingen zo bedoeld, in het verlengde van de oudtestamentische profeten zijn het de commandotroepen. Kwetsbaar, met veel gesneuvelden, maar straks geëerd en beloond, met een bijzondere plaats. We hoeven niet bang te zijn bij het denken aan ‘loon’. Het is geen loon wat wij nu zo verdiend hebben, het is een taak die we kregen, dat was genade, en voor de uitvoering van die taak geeft God ons kracht, en straks geeft Hij ook die commando’s een extra plek. En dan denk ik natuurlijk in de eerste plaats aan alle echte martelaren, die als 17-jarige hun leven gaven voor een vuurpeleton, of dat Marokkaanse meisje, aan Pakistaanse christenen die onthoofd worden, of een Messias-belijdende Jood, noem maar op.
Daar denk ik op de eerste plaats aan, en ik verheug me met hen, en ik hoop er later honderdduizenden om mij heen te zien, en wie weet krijg ik nog een klein tikkie mee, zo moeten we het maar zien. Dat is dus echt reden om je te verheugen en te verblijden. De achtste zaligspreking troost, maakt standvastig en geeft een diepere vreugde. Maar nu tenslotte. De enige vraag waar ik deze week mee achterbleef, en achterblijf, want ik heb hem niet opgelost en die ik tenslotte maar aan u meegeef: hoe komt het dat wij zo weinig vervolgd worden? Dat is de vraag die hier blijft staan. Deze achtste zaligspreking heeft een verontrustende nasmaak. Natuurlijk, u zult zeggen: ja, maar er zijn christelijke tijden aangebroken, we leven in een zogenaamde christelijke cultuur, ja, hoewel.... Maar om met Kierkegaard te spreken: zijn toen niet alle wilde zwanen ineens tam en mak geworden? Wat deze zaligspreking mij in ieder geval meegeeft dat is die bezinning op de profetische roeping van de kerk. Waar zijn ze, de wilde zwanen? Waar zijn ze, die het aandurven om de infectiehaard van onze ook doodzieke wereld te lijf te gaan, precies waar de haard zit, waar zijn die?? Daar wil ik u mee naar huis sturen.
Maar ik doe dat niet zonder eerst even samen te vatten wat we vanmorgen zagen. In deze achtste zaligspreking krijgen we een dubbele waarschuwing én een dubbele belofte. Jezus zegt: "Weet wel dat als u zegt dat deze mens, die we net getypeerd hebben met die zeven kleuren, die zeven typeringen uit de voorgaande zaligsprekingen, als die uw held is, uw model, als u zegt die kant wil ik op, -en daar ligt natuurlijk die nodiging van Jezus in: die kant moet het op! Kom bij Mij, dan geef ik het je!- deze mens beërft het Koninkrijk en hem wordt vreugde beloofd. Ga deze weg in. Maar", zegt Jezus, "Weet dan wel, er zullen momenten zijn wanneer men u smaadt en liegende allerlei kwaad van u spreekt, er wachten vast en zeker tijden van vervolging". Het doodzieke lichaam zal het medicijn van Christus niet zonder gevecht en tegenaanval in zich opnemen. Maar verheug u en verblijdt u: het is de proef op de som. Amen.