Preek 5 van 8 uit de serie De Zaligsprekingen
zondagmorgen 27 juli 1997 · Wim Rietkerk

Gemeente van Christus, Barmhartigheid, daarover hebben we het deze morgen en we hebben er wel de schriften bij opgeslagen. Die hebben we er ook wel bij nodig. In het oude testament lazen we hoe op de Sinaï al dat woord 'barmhartigheid' klonk, bij die wondere verschijning van God aan Mozes, het eerste wat Hij zegt is: barmhartig. En we lazen uit het nieuwe testament de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan en een voorbeeldgeschiedenis: Johannes 8. Het is niet overbodig zei ik, want als er één woord is dat beduimeld is en misbruikt, dan is het wel het woord barmhartigheid. Werken der barmhartigheid, en wij noemen de diaconie de 'dienst der barmhartigheid'. Maar het is toch altijd een stiefkind gebleven in de kerk. En 'dienst der barmhartigheid', 'diaconie' er zijn nog velen die terugdenken aan een pannetje soep, en dat wat in het verleden de sociale zorg was waar men zich door de kerk toch niet echt geholpen voelde. Vandaag neemt de wereld dat over. Wat vroeger diaconaal werk was, van de kerk, dat wordt vandaag door driekwart gedaan door de sociale dienst, in dienst van de overheid. Maar ook dan vragen we ons af: wat is dat, barmhartigheid. Is bijstand barmhartigheid?

Ik zit in de bijstand? Is dat niet weer net zoiets als vroeger dat pannetje soep? Is onze samenleving wel barmhartig als we heel zorgzaam zijn voor elkaar door ieder een uitkering te geven? En verder mag iedereen doen wat hij wil? Is het barmhartig, de praktijk van onze samenleving? Het heet misschien barmhartig, maar is het dat ook? Is het barmhartig wat we deze week bij herhaling op de televisie konden zien, als een dokter iedere vrouw op haar verzoek abortus verleent? Is dat barmhartigheid? Ieder het zijne geven en gunnen? En om nog een voorbeeld uit het nieuws te nemen: Is het barmhartig als in het Groninger verzorgingshuis Blauwburgje aan zieke, noodlijdende mensen een zachte dood wordt toegediend? Want dat is euthanasie, een zachte dood, heel barmhartig! Is het dat? Allemaal voorbeelden die laten zien dat het eigenlijk een heel moeilijke vraag is wat barmhartigheid is. Wat is het, en natuurlijk vooral: hoe leren we het? En waar halen we het vandaan, en wat belooft het? Dat zijn de vragen die we vanmorgen stellen aan dit woord van Jezus, een zaligspreking.

Een heel belangrijk woord, want, om dat woord nog even in zijn eigen plaats te laten: het is één van de acht zaligsprekingen, die bestaan uit twee keer vier. De eerste vier zaligsprekingen die we de vorige keren hebben gezien, die beschrijven allemaal meer een innerlijke geestesgesteldheid. Mensen die diep afhankelijk zijn, armen van geest, treurend, hongerend en dorstend naar gerechtigheid, en dat zijn woorden die Jezus in de allereerste plaats sprak tot de discipelen: jullie armen, -zo staat het in Lucas-, om hen te bemoedigen. Voor jullie is het Koninkrijk. Maar dan gaat Mattheüs verder en geeft dan ook het vervolg van Jezus' onderwijs en dat zijn dan die tweede vier zaligsprekingen. En dat zijn allemaal punten van gedrag, iets wat ze doen. Barmhartig zijn ze, vredestichters, reinen van hart, dat is meer een gedrag van de burger van het Koninkrijk der hemelen. Want het gaat hier over wat echt christenzijn nu eigenlijk is. Wat voor mens we worden als we in Christus zijn. Dat is eigenlijk dit deel van de bergrede. En dan staat daar bij het begin van die tweede vier dit woord: zalig de barmhartigen. Maar dat klinkt in Jezus' mond als een verrassing.

Hij zou ook gezegd hebben -denk maar aan die barmhartige Samaritaan- : niet die priester met zijn pastoraat, die zouden wij misschien barmhartig noemen, en niet die Leviet met zijn diaconaat, die zouden wij misschien barmhartig noemen, maar dan noemt Hij de Samaritaan, de Marokkaan misschien, die precies doet, in praktijk brengt wat Jezus barmhartigheid noemt. Er zit iets in van een verrassing. Een verrassing die we vandaag ook mogen horen. Niet die dienst met z'n mooie bijstandsregeling, en niet die zo ijveren voor een zachte dood, maar het zijn diegenen die daadwerkelijk doen waarvoor Jezus kwam. En wat is dat? Het is in ieder geval niet maar zo'n vaag medegevoel hebben met een slachtoffer. Daarom is de vertaling 'medelijden' uit Het Boek, zoals we dat lazen, eigenlijk niet goed. Dat is eigenlijk maar een halve zaak. Ik kan me voorstellen dat die priester en die leviet, toen ze daar die man half doodgeslagen aan de andere kant van de weg zagen liggen, wel met iets medelijdends bekeken hebben.

Waarschijnlijk wel, het zijn toch ook mensen geweest, die hebben gedacht: die man is er verschrikkelijk aan toe, maar ik moet toch op mijn klok letten, en ik moet mij aan mijn schema houden, laten we maar hopen dat ie door een ander geholpen wordt..... enz. En zo heeft ieder zijn excuus gemaakt. Maar door diep medelijden ontroerd worden is nog geen barmhartigheid. En dat komt ook naar voren als je dat woord in de bijbel bestudeerd, want barmhartigheid, hier in het nieuwe testament, heeft natuurlijk een oud-testamentische achtergrond in een woord wat veel meer wijst op een gedrag dan op een gevoel. Natuurlijk hoort gevoel erbij, maar het is vooral gedrag. Dat Hebreeuwse woord 'chesed', in het oude testament, waarvan dit woord in het nieuwe testament een vertaling is, betekent eigenlijk: heel trouw handelen, loyaal zijn, in een verbondenheid. Ik ben verbonden met die persoon, en nu ben ik loyaal, ook als het mij veel kost. Het is een gedrag. Als wij dus mensen alleen maar zielig vinden, de kindertjes in Zaïre, of mensen in een verpleegtehuis, dan is dat op zich geen barmhartigheid, het kan zelfs het omgekeerde worden zolang het zich niet omzet in een gedrag.

Dan zult u misschien zeggen: "Ja, maar help, ik kan toch nooit alle kinderen in Zaïre adopteren, of verpleger worden in een verpleeghuis?" Nee, en daarom vertelt Jezus nu juist die gelijkenis van die barmhartige Samaritaan, waarbij Hij als het ware zegt: Als je dat nu maar bij die ene, die God op jouw weg zet, doet, dan is je roeping vervuld." Zo simpel loopt die gelijkenis. Wij zeggen ook: Maar mijn naaste, de wereld is vol van mijn naasten, ik kan toch niet iedereen.... En dan zegt Jezus: "Die ene, die op jouw weg lag en tegenover wie jij barmhartigheid aan je naaste moest bewijzen, die is het. Hou je aan die ene, doe dat en ga heen." Stel je voor dat alle mensen één kindje adopteerden in Afrika, dan waren er geen ongeadopteerde arme kinderen meer! En als alle mensen maar één patiënt in een bejaardentehuis of in een verpleeghuis opzochten, dan zouden ze allemaal bezoek krijgen. Zo zou het moeten. Barmhartigheid is een gedrag. De acht schreden van de barmhartigheid, dat heb ik geleerd van een roomse priester. In de roomse ziekenzorg is die barmhartige Samaritaan met zijn gedrag onderverdeeld in acht schreden, dat zijn de acht schreden der barmhartigheid.

Ik vond dat wel heel bijzonder. Soms staan ze in een ziekenhuis van oude origine afgebeeld, die acht schreden, en ze volgen gewoon letterlijk de tekst uit de bijbel. Die acht schreden, dat is 1. zien, dan 2. naderbij komen, dan 3. de wonden verzorgen, dan 4. opheffen, dan 5. naar de herberg brengen, dan 6. verzorgen, dan 7. vooruitzien met die man, ten slotte: 8. terugkomen. Dat is echt barmhartigheid bewijzen. In een bekend boek van Franz Kafka vertelt hij het verhaal van een handelsreiziger, Gregor. Hij wordt wakker op een kwade morgen, en ontdekt hoe hij een kever geworden is. En zijn vrouw en z'n vader zijn vervuld van ontzetting, tot tranen toe geroerd in medegevoel. En als de dagen verstrijken blijven ze bewogen, maar als de weken verstrijken, begint het gevoel wat weg te ebben. En als de maanden verstrijken dan wordt die handelsreiziger die een kever geworden is iedereen tot een last. Ten slotte gaat zijn vrouw van hem walgen, en aan het eind gooit zijn vader een appel boven op hem en hij wordt verpletterd. Zo doodt hij de kever, en dus eigenlijk zijn zoon. Het verhaal illustreert het eerst punt van vanmorgen en dat is: barmhartigheid als medegevoel is niet toereikend.

Kafka wilde zeggen: zo worden talloos veel mensen 's morgens vroeg wakker met het gevoel voor de omgeving alleen nog maar een last te zijn, een kever. En wat doen we dan? De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan leert ons de schreden der barmhartigheid. Daartussen weeft zich: hij werd met ontferming bewogen. Het gevoel doet er natuurlijk toe, maar dat weeft zich daartussen. Het eigenlijke zijn die acht schreden: 1. de ander echt zien, dat is barmhartig. Heel veel mensen worden wel bekeken, maar worden ze ook echt gezien? Als niemand je ooit echt ziet, dan voel je je een 'nobody', dan voel je je niemand. 2. het tweede is naderbijkomen. Niet zomaar plompverloren binnenvallen, maar heel gevoelig iemand naderen. 3. en dan iets doen: wonden verzorgen, olie en wijn, staat er. Verzachten met olie, en reinigen met wijn. 4. en dan opheffen, de vierde schrede. Opheffen als iemand gewond is, en dat kan alleen als degene die dat doet weet wat dat is. Die zelf ook gekwetst en gewond is, die weet hoe het voelt. Heel gevoelig heft hij hem op zijn ezel. 5. en dan brengt hij hem naar de herberg.

Je hoeft het niet alleen te doen, je mag het ook samen met anderen doen, je moet hem naar een veilige plaats brengen. 6. en dan komt dat zorgen, waarbij je niet versmelt met de ander want dan ga je samen onder, maar waarbij je ook niet op een afstand blijft. Dat gevoelig erbij zijn en geven, en toch tegelijkertijd de ander daar laten, het hem zelf laten doen. 7. en dan komt er ook vooruitzien. Hoe gaat het nu verder naar de toekomst toe. 8. en dan tenslotte het wondere: het terugkomen. Terugkomen en zien hoe het gaat. Barmhartigheid is dus een gedrag, een handelwijze. Dat was mijn eerste punt. Nu het tweede: Dat gedrag is ergens op gebaseerd. Wij zongen psalm 33, daar staat: op trouw gegrondvest zijn Zijn daden, op liefde rust Zijn heilig recht. Recht en liefde, barmhartigheid en rechtvaardigheid, horen ineen, dat zijn twee kanten van een zelfde zaak. Dat is het tweede wat ik mis in deze tijd. Neem nu die vragen rond uitkeringen, abortus, euthanasie, ik noemde die voorbeelden. In al die gevallen kom je er niet uit met barmhartigheid als een gevoel, maar vooral, en dat is nu mijn punt, er moet gerechtigheid bij. Barmhartigheid doet alleen hij die recht doet.

Of, om het anders te zeggen: wie de ander tot zijn recht doet komen. Dat ontbreekt in de moderne 'werken der barmhartigheid'. Een uitkering alleen valt straks hetzelfde lot ten deel als het pannetje soep. De persoon die het krijgt blijft onvervuld, omdat hem als mens geen recht gedaan wordt. Hij voelt zich afgedankt met een uitkering. En dat kan niet. Ik kan hier natuurlijk niet een oplossing brengen voor het grote probleem van de werkeloosheid, en evenmin van die andere vraagstukken. Maar het gaat mij om het bijbelse principe, om dat vanmorgen wat te ontvouwen. Barmhartigheid, zonder inzicht wat recht en rechtvaardig is, loopt altijd vast. Het is niet rechtvaardig als een man en een vrouw een kind krijgen, zelf verwekt, zelf gekregen, en als ze het dan laten weghalen, omdat ze daar niet klaar voor zijn. Dat is niet rechtvaardig, niet naar God toe en niet naar dat kind toe, en niet rechtvaardig naar de structuren toe die God gemaakt heeft. Maar als het niet rechtvaardig is om dat kind weg te laten halen, is het ook niet barmhartig. Veere van. En het is niet terecht als een ziekenhuis of een dokter zomaar beschikt over het leven van een langdurig zieke. Dat recht hebben ze niet.

En dan is het ook niet barmhartig, als ze euthanasie toepassen. Want barmhartigheid en rechtvaardigheid gaan altijd samen. Dat heb ik geleerd uit die andere schriftlezing, dat leren wij natuurlijk boven al op de Sinaï, Exodus 34. Daar roept de Here God Zijn naam uit: barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid, maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig. Dat zegt de Here er dan Zelf direct bij. De schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig. Dat gaat diep, dat betekent dus dit, dat barmhartigheid nooit schuld of zonde, of onrecht of lafheid, of wreedheid wegwuift, alsof barmhartigheid een soort van wattendeken is, die je over al de ellende heenvleit. Integendeel, barmhartigheid ziet heel scherp, juist ook onrecht en zelfzucht en hoogmoed. Het is een totale misvatting om te denken dat barmhartige mensen daaraan voorbijzien. Zoals ik zei: die mantel der liefde is geen wattendeken. Integendeel, ik denk dat niets zo barmhartig is als heel scherp bijvoorbeeld misbruik van uitkeringen, aan de kaak te stellen. Dat is heel barmhartig. En niets is zo barmhartig als een vrouw, die een kind verwacht, en de man met wie ze sliep verantwoordelijk te houden voor hun daden.

Dat is heel barmhartig. En niets is zo barmhartig als in de opvoeding je kind soms heel duidelijk straf op te leggen, of een tik verkopen. Spaar uw kinderen de roede niet, staat er in Spreuken. Dat is barmhartiger dan die slappe, alles-kan-en-mag mentaliteit. Ik heb dat al eens eerder genoemd, ik vind dat een van de ergste citaten uit de opvoeding van deze tijd, het jongetje wat tegen zijn moeder zegt: "Mama, moet ik vandaag weer doen wat ik zelf mag kiezen?" Soms is het uiterst barmhartig om woedend te worden, structuren aan te geven, en de ander te laten voelen: dit is het wat je moet doen. Dan laat je voelen dat de ander je echt ter harte gaat. De ander doet ertoe, en jij wilt dat de ander tot zijn recht komt, en dat onrecht wordt afgestraft. Daarom, barmhartige mensen zijn vandaag misschien wel voorvechters voor een strengere gevangenisstraf! Misschien zijn dat wel bij uitstek de barmhartigen, zodat die misdaad zich niet herhaalt. Want barmhartige mensen komen op voor de rechten van het slachtoffer, en niet van de misdadiger, en voor de rechten van de gehandicapte, voor hen die geen mond hebben om te spreken, en zulke mensen spreekt Jezus zalig. Dat zijn vechters en strijders.

Maar daarachter zit natuurlijk de barmhartige. Want recht en barmhartigheid zijn één in de schrift. Van hieruit leidt een verdere weg. Dat is mijn derde punt, de diepste kern van barmhartigheid. Als het recht gesteld is en de misdaad aangewezen, en het onrecht ontmaskerd, wat allemaal bij barmhartigheid behoort, dan gaat de echt barmhartige nog een stap verder. Die zegt aan het eind: En toch.. Dan volgt bij de echt barmhartige een onverwachte wending, en daar wil ik ook oog voor hebben. Ik heb dus twee punten van kritiek: op barmhartigheid als medegevoel alleen, en barmhartigheid zonder recht, maar ik heb ook een positieve inbreng, en dat is die verdieping die de bijbel in het woord aanbrengt, en dat is dit punt: die onverwachte wending. Een wending zoals je die op een bijzondere wijze ziet in die geschiedenis van die vrouw uit Johannes 8. Ze is op heterdaad betrapt op overspel, en: 'recht is recht', zeggen de schriftgeleerden, de vrouw verdient de doodstraf. Je vraagt je trouwens wel af waar de man blijft, want die had het even zwaar verdiend, dat staat letterlijk in Deuteronomium 22.

Ga maar na, de man en de vrouw, beiden inderdaad, de schriftgeleerden hebben gelijk, daar stond de doodstraf op door steniging. Recht is recht. En vergis u niet, Jezus denkt daar niet anders over. Er staat helemaal niet dat Hij daar anders over denkt. Het loon dat de zonde geeft is de dood. Als dat niet waar was, dan zou Hij Zelf nooit aan het kruis gegaan zijn. Maar het wondere van Jezus' benadering van deze vrouw, is niet dat Hij het recht uitwist of andere regels stelt. Maar het is die onverwachte wending aan het slot, dat is de verwondering. Je moet er eigenlijk het grote schilderij van Rembrandt bij hebben, die daar die vrouw schetst zoals ze daar zit. Een meisje nog met neergeslagen ogen. En dan daar die wijzende vinger van die Farizeeër. En dat heeft Jezus ook gezien, en over zien gesproken: Hij zag haar. Dat heeft Hij gezien, en Hij zette zich op de grond neer, en Hij schreef met Zijn vinger in het zand en zei niets.

En na enig heen en weer gepraat viel daar natuurlijk toch op den duur een stilte en daarna zegt Jezus: "Wie van u zonder zonde is werpe de eerste steen." En dan dringt er iets diepers door, en dat moet je hier ten gunste zeggen van de Farizeeën en de schriftgeleerden, en met name van de ouderen onder hen, want het zijn de ouderen die dat nog dieper beseffen dan de jongeren. Ze gaan weg, één voor één, te beginnen bij de oudsten. En ze lieten Jezus alleen met die vrouw. En in die één op één stille ontmoeting daar gebeurt nu dat diepste wonder van barmhartigheid. Jezus laat genade gelden boven recht, en Hij zegt: "Vrouw, heeft niemand u veroordeelt, dan veroordeel Ik u ook niet. Ga heen, en zondig van nu af aan niet weer". Dat is psalm 33: Op trouw gegrondvest zijn uw daden, op liefde rust uw heilig recht. Dat is het wonder van God. Uiteindelijk rust alles, ook het recht, op Zijn liefde. Eigenlijk kunnen wij zo'n ontmoeting, en zo'n zekerheid alleen krijgen aan de voet van het kruis. Ik heb zitten denken: wat zou Jezus daar in het zand geschreven hebben?

In mijn ogen zou het het mooiste zijn als Hij daar het kruis had getekend, zoiets, dat Hij zelf zijn leven zou geven tot een losprijs voor allen. Want daarom kon hij dit zeggen: Vrouw, dan veroordeel Ik u ook niet! Wat een gezag! Hier staat Degene aan wie God heel het oordeel in handen heeft gegeven, en die zegt: Toch ben Ik niet gekomen om te oordelen, maar om in het leven te behouden. Dat is het evangelie, wat we ook iedere zondag weer opnieuw bij uitkomen. Jezus zelf, Hij is de grote Barmhartige. En Hij leert ons barmhartigheid, tegen het oordeel. En die barmhartigheid voert ons uiteindelijk terug naar het hart van God, want dat is het wat aan het kruis is opengegaan. Aan het kruis van Christus, daar is het hart van God open gegaan, daar zien we Zijn recht, maar daar zien we ook Zijn genade. Zo komen we aan het eind tot een slotsom. Ik begon met schijnbarmhartigheid, die eigenlijk onbarmhartig is. Onze wereld, en laten we daarbij maar bij onszelf beginnen, onze godsdienst, ze is vol van schijnbarmhartigheid, dat is gevoel zonder daad, dat is als we barmhartigheid losmaken van gerechtigheid, van waarheid.

Schijnbarmhartigheid is het als we er beroepsmensen op af sturen, dan is het barmhartigheid als een wattendeken. Maar ware barmhartigheid stelt het recht en spreekt het oordeel, zonder meer. De bijbel begint bij de donder vanaf de berg Sinaï, waar het lichtte en bliksemde. Maar ze gaat natuurlijk pas echt open op die andere berg, de heuvel Golgotha, en dan in die drie uren diepe duisternis. En daar is gebleken hoe diep die barmhartigheid reikt. We begonnen met die gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, en ik wil er ook mee eindigen, maar dan in de uitleg van Augustinus. En die uitleg, die preek van Augustinus, die is in glas in lood gezet, in de grote kathedraal in Chartres, als u eens in de buurt komt moet u gaan kijken. In de zuidwand staat in glas in lood de heilsgeschiedenis. Het is heel apart, want als je gaat kijken zie je eerst de schepping van de mens, dan Adam en Eva in het paradijs, dan de slang en de zondeval, en dan de uitdrijving uit het paradijs, en dan staat er even een open streep, en dan komt daar een man op een ezel, een zieke man, en de barmhartige Samaritaan. En zo heeft Augustinus eigenlijk het verhaal verteld.

Hij zegt: Ja, die barmhartige Samaritaan is natuurlijk Jezus Zelf, die, toen Adam viel en wij in hem, gekomen is, en toen de mens ten dode toe gebroken was heeft Hij hem op een ezel gelegd, toen is Hij al die acht schreden van de barmhartigheid met hem gegaan. Hij heeft hem gezien, is naderbij gekomen, heeft zijn wonden verzorgd, heeft hem meegenomen naar de herberg, voor hem gezorgd, vooruitgezien, en: Hij komt terug. Hij komt om te vragen: Is het zo goed? Dat is de diepste dimensie. En wij, laten wij die acht schreden van barmhartigheid zelf ook praktizeren, in de komende tijd. Dan staan we onder hoge beloften. Dan zal Hij bij Zijn terugkeer -Hij is de Koning van het rijk- Hij zal op ons toetreden en Hij zal zeggen: Ga in, kom in het Koninkrijk van mijn Vader, want wat jullie aan de minste van mijn broeders hebben gedaan, dat heb je aan Mij gedaan. Kom in het Koninkrijk van mijn Vader! Amen. ©1997 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht.