Preek 3 van 8 uit de serie De Zaligsprekingen
zondagmorgen 13 juli 1997 · Wim Rietkerk

Gemeente van Christus, De filosoof Nietsche heeft zich doodgeërgerd aan de bergrede. Hij noemde dat een slavenmoraal. En daar bedoelde hij mee dat het wel lijkt of hier in de bergrede, en met name ook in de zaligsprekingen aan het begin, alsof daar een voortdurende lofprijzing plaatsvindt van de zwakke, de zwakte en zwakheid. De soften, de mietjes, de onderkruipers, die worden hier ten troon verheven, zo zegt hij. Want een slaaf ontbreekt zelf de macht om zijn leven in handen te nemen, een slaaf is machteloos, en een goede slaaf is zacht, meegevend, en wat gebeurt? In de bergrede legt Jezus een gouden rand om deze verfoeilijke zwakte. De bittere pil van het slaafzijn wordt verguld. Typisch een slavengodsdienst in de catacomben, het christendom. Dat zei Nietsche. Alle mensen met een diep minderwaardigheidsgevoel komen hier aan hun trekken. Je hoeft niet krachtig te zijn, je hoeft geen macht te hebben: macht hebben is slecht, sterk zijn is slecht, zachtheid en onderworpenheid wordt de hemel in geprezen. Nietsche verfoeide de bergrede.

En ik laat hem vanmorgen zo eens even aan het woord omdat ik denk dat hij iets onder woorden brengt dat we allemaal wel eens boven voelen komen bij de bergrede. En dan denk ik met name hier aan dit woord, deze derde zaligspreking: zalig zijn de zachtmoedigen. Direct denken we aan dat aardige, zachte, lieve mensentype dat altijd inschikkelijk is, nooit nee zegt, braaf doet wat je hem of haar vraagt, het onderworpen type, dat niet hoog van zichzelf denkt. Haast zou je zeggen: de halfzachte. Dat is te sterk gezegd, maar die kant gaat het op als we het woord zachtmoedig horen. En direct komt dan bij ons inderdaad zo'n vervelend gevoel naar boven: dat nu juist zulke mensen worden zaliggeprezen! Niet dat wij hen dat niet gunnen, maar we zouden ze graag iets anders toewensen. Dat ze eens mondig worden, en dat ze zichzelf durven zijn! En dat ze sterk zijn, nee durven zeggen, optreden. Inderdaad, alstublieft geen slavenmoraal die een misstand de hemel in prijst. Toen dit alles mij zo door de geest dwarrelde bij het lezen van deze zaligspreking, ben ik gewoon eens de bijbel gaan opslaan, met de Concordantie erbij, en heb ik gekeken hoeveel keer het woord zachtmoedig nu voorkomt in de bijbel.

Nu, in het oude testament zestien keer, en het wordt vijftien keer vertaald met 'ootmoedig', en één keer met 'zachtmoedig'. Ik kom er zo bij wie dat was. In het nieuwe testament komt het maar vijf keer voor, en nog een paar keer meer in een iets andere vorm, maar al die vormen heb ik zo eens op een rij gezet. En de grote ontdekking was dat wie in de bijbel zachtmoedig genoemd worden allemaal krachtige persoonlijkheden zijn! Als je dat er niet bij zou bestuderen dan zou je denken: nou, in de bijbel, het oude testament, daar zal Eli de hogepriester, u weet wel, die wat softe figuur in Samuël, wel zachtmoedig genoemd worden. Of misschien denken we aan die lieve Jonathan, of die zachte Stefanus in het nieuwe testament, of de stille Maria die daar zat aan de voeten van Jezus, misschien Dorkas, die zo mooi kon breien, zulke figuren in de Bijbel. Nu, wie zo denkt, zit ernaast. Als je erover gaat lezen in het oude testament en je gaat de persoon over wie het gaat erbij halen: dat zijn allemaal sterke persoonlijkheden, krachtige leiders, mensen die driftig zijn en temperamentvol, die voor zichzelf opkomen, die nee durven zeggen, zulke figuren.

En dan inderdaad die ene keer dat in het oude testament het woord zachtmoedig letterlijk voorkomt, dat is in Numeri. Numeri 12: 3, en daar wordt het voor Mozes gebruikt: "Mozes nu was de zachtmoedigste onder alle mensen op aarde." Mozes is een sterke persoonlijkheid geweest, een man met een enorm temperament. Hij slaat, op ongeveer veertigjarige leeftijd een Egyptenaar dood, in een opkomende felle driftbui, en daarvoor moet hij vluchten. En dan, kijk eens hoe hij optreedt als leider van Israël: verre van een slaaf! Hij heeft juist slaven bevrijd uit de hand van die machtige Farao. En zo wordt hij dan ook afgebeeld in de kerkgeschiedenis. Michel Angelo heeft dat gedaan in de Sixtijnse kapel als een man vol kracht en majesteit. Zo trad Mozes op, en hij was zeer zachtmoedig, meer dan enig mens op de aardbodem. En waarom? Ik denk omdat hij in al zijn kracht had leren luisteren en onderschikken, en volgen. In zijn kracht en in zijn temperament. En zoiets zie je ook bij Abraham, dat is een andere figuur die zachtmoedig genoemd wordt. In Romeinen wordt gezegd dat hij het is die de wereld zal beërven, de letterlijke belofte voor de zachtmoedige.

En je leest ervan bij David, in de Psalmen, en in het nieuwe testament Petrus en Paulus, allemaal sterke, dominerende overheersende persoonlijkheden, die niet behoorden bij de onderdanige, zachte, zwakke typen, integendeel, ze wisten wat het was om woedend te worden en met de vuist op tafel te slaan, en op te komen voor zichzelf. Juist van dezen wordt gezegd: ze waren zachtmoedig. U begrijpt het al, zachtmoedig staat hier dus niet voor een karaktertype. Ik heb dat vorige keer ook al gezegd, en ik onderstreep dat nog eens: geen van deze acht zaligsprekingen gaan over typen mensen. Het gaat niet over sociale groepen, het gaat niet over psychologische typen, integendeel: de bergrede spot met al die indelingen. En de bijbel noemt hier een hartstochtelijk dominerend type zachtmoedig, en de bijbel zou een soft type zoals Eli hoogmoedig kunnen noemen. Maar als we dat gezien hebben, wat bedoelt dan de bergrede met name met al deze typeringen aan het begin, deze zaligsprekingen? En hier in het bijzonder met deze 'zachtmoedige die de aarde beërft'? We zagen dat al een klein beetje de vorige keer, het zijn allemaal kleuren van het witte licht van Christus in ons.

Zo zou ik het het beste kunnen typeren. Dat wil zeggen: hier aan het begin van de bergrede wordt zo even een profielschets gegeven van wat nu een echt christen is. Dat wil zeggen een profielschets van de burger van het koninkrijk der hemelen. De bergrede is de grondwet van het koninkrijk der hemelen, en dat begint met zo eens even neer te zetten hoe de burger van het koninkrijk der hemelen er uitziet. Nu nog op die wondere, dubbele wijze, we moeten nog worden wie we in Christus al zijn, en daarom zit er een appèl in deze zaligsprekingen. Maar straks, in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde dan zijn deze mensen het, en allemaal hebben ze deze acht eigenschappen. Het is niet zo dat er één zachtmoedig is, en de ander is barmhartig, nee de vruchten van de Geest uit Galaten zijn allemaal van toepassing op die ene persoon die we in Christus al zijn en die we nog met elkaar mogen worden, met vallen en opstaan. En daarom is het zo belangrijk om deze acht typeringen van de burger van het koninkrijk der hemelen op ons te laten inwerken, tot ons te laten doordringen. Nu, vandaag dus die zachtmoedigen. Wat is nu die zachtmoedige?

Ik noemde al Mozes, die zijn hartstocht en leiderscapaciteiten onder hogere regie stelde. Zich onderschikte met zijn leven aan de leiding van God. Dat is zachtmoedig. En inderdaad, dat zie je ook bij Abraham, die uittrok uit zijn vaders' huis, uit zijn vaderland, en totaal de Here volgde. En ik denk aan David en zijn levensstijl, met vallen en opstaan, David had de kenmerken daarvan. Het is eigenlijk een geesteshouding, zou je kunnen zeggen. Niet een soort mensen, maar een geesteshouding, een mentaliteit die hier ons voor ogen geschilderd wordt. Voor alle typen, voor sterke en voor zwakke persoonlijkheden, voor wispelturige mensen, voor creatieve alternatieve mensen, voor flegmatische mensen, wie u ook bent, de bergrede en deze acht typeringen: hou ze steeds als een spiegel voor ogen, want ze leren u wat de gestalte is van Jezus Christus in u. "Niemand kan", zegt Jezus, "het koninkrijk binnengaan of hij moet deel hebben aan deze karakterstructuur, aan dit soort persoonlijkheid. Hij moet in de derde plaats zachtmoedig geworden zijn", zegt Jezus hier in de derde zaligspreking. Dat is heel ingrijpend, en eigenlijk een omkering van onze natuurlijke persoonlijkheid.

In drie punten: 1) wat het is, 2) hoe we het krijgen, 3) wat het belooft, gaan we daar vanmorgen op in. Als ik zocht naar één typering van wat nu zachtmoedig is, heb ik toch gedacht dat de scherpste typering deze is: de zachtmoedige kent de kunst van het loslaten. Dat komt nog wel het meeste uit als we de tweede zin er direct bij betrekken. Zalig zijn de zachtmoedigen want zij zullen de aarde beërven. Dat Jezus dat belooft aan deze mensen, dat komt omdat zij nu juist de aarde hadden leren loslaten. De aarde staat hier dus voor, je zou kunnen zeggen: alles wat het natuurlijke bestaan aan dromen en verlangens in zich draagt. En die wordt nu juist aan de zachtmoedige beloofd -daar kom ik in het derde punt nog breder op terug-, maar dat komt omdat zij nu juist die aarde hebben losgelaten. En dat is zo'n wonderlijk heilsgeheim, we hebben daar al van gezongen in Lied 252, maar je raakt er eigenlijk niet over uitgedacht dat de bijbel dat steeds weer zegt. Jezus met Zijn oproep: "juist wie het leven verliest om Mijnentwil krijgt het terug!" Juist wie de aarde prijsgeeft, die zal de aarde beërven! Wonderlijk is dat. En wat is dat dan, het aardse loslaten, prijsgeven?

Dan denk ik inderdaad aan de kunst van het loslaten, want het is een kunst. Want wij allemaal, ieder mens draagt in zich van nature een hele reeks aardse verwachtingen. Die draag je als verlangens en als dromen met je mee. Verwachtingen over wat het leven ons kan bieden: carrière, een huis, een gelukkig huwelijk, en als we getrouwd zijn kinderen, gezonde kinderen, en als we gezonde kinderen hebben gelovige kinderen, en dat ze ook nog de goede partner kiezen, en dan weer dat ze dat en dat bereiken in de wereld, maar het leven loopt altijd anders dan we denken. En hier in de bergrede zit stilzwijgend de hint: komt veel nood niet juist daar uit voort? Dat we altijd krampachtig en gestressed vasthouden aan onze aardse dromen? Onze voorstelling over hoe mijn leven toch zou moeten zijn wil ik echt gelukkig worden. Maar ik zei al: het loopt altijd anders. Er gebeuren dingen, ik ben vijfentwintig en heb niet die studie kunnen kiezen die ik graag wilde, of ik word voor dat beroep wat ik graag wilde niet aangenomen. Ik wilde trouwen maar er kwam geen partner in mijn leven; ik wou gezonde kinderen, en geen zieke; ik was 57 jaar en ik wou geen kanker krijgen.... Wat doe ik dan?

Dan kan ik of wegzinken in wanhoop, of me optrekken in een soort van kille onverschilligheid. Hoe vind ik daarin nu de juiste geestelijke houding? Nu, daar gaat het eigenlijk vanmorgen over in deze derde zaligspreking. Jezus zegt: "Dan moet je leren loslaten." Maar hoe dan? Kan ik dat? Nee, dat kan ik niet. Dat kan ik niet als ik een sterke persoonlijkheid ben, en dat kan ik ook niet als ik een zwakke persoonlijkheid ben, want ik ben een zoon van Adam, en het typische van ons mensen, van alle mensenkinderen is: wij willen zelf controle houden over ons leven! Zelf over ons leven beschikken, het zelf opbouwen, het zelf in handen houden, het zo laten ontwikkelen zoals ik mij dat graag had gewenst. En uit die verlorenheid -dat is het in feite- roept Jezus ons weg. En Hij zegt vanmorgen tegen u, tegen mij: "Zolang jij zelf die aardse dromen die jij je zo hebt voorgesteld vasthoudt, met alle verlangens die daarbij horen, dan ga je juist verliezen! Dan word je daar een gevangene van! Maar als je tot Mij komt zoals je bent, en je gaat je leven totaal aan Mij ondergeschikt maken, aan Mij én aan Mijn plan toewijden, zoals Mozes dat deed, dan wordt alles anders.

Dan zul je van Mij leren wat echt leven is". Want echt leven is dat je je leven met al zijn dromen en wensen ondergeschikt maakt aan het heilswerk van God. God houdt van je en Hij heeft je lief, en Hij staat te popelen om ieder van onze levens vrucht te laten dragen. Maar zoals bij een wijnstok, die moet worden gesnoeid en geknipt, en we worden ingeënt en dat kan niet zonder de kunst van het loslaten. En dat is zachtmoedigheid. De ware zachtmoedige heeft net als Mozes geleerd om alleen op God te letten en op wat Hij wil dat ik doe. Mozes is eigenlijk de grote geschiedenis van het loslaten. Hij moest zijn carrière loslaten. Ik denk dat hij, als prins aan het hof van Farao, zich zijn leven totaal anders had voorgesteld. Alles gaat anders als hij daar in een dolle driftbui die Egyptenaar heeft doodgeslagen. Dan moet hij vluchten. En dan is hij daar in Midian. Hij heeft een vrouw, kinderen, een goed bestaan: huisje, boompje, beestje, en wat gebeurt? Hij moet weg, hij wordt weggeroepen. Weer opnieuw: loslaten. En dan moet hij een onwillig volk gaan leiden, dat hem soms bij tijd en wijle wel kan vermoorden.

En hij was zachtmoedig omdat hij in die lange oefenweg restloos leerde los te laten. Welke weg moest hij gaan? Hij let op de wolkkolom en de vuurkolom. Wat moesten ze eten? Hij verwacht het van God: manna, iedere dag opnieuw, niet eens voor twee dagen. Waar naar toe? De weg die God hen zal leiden naar het beloofde land. Ja, Mozes blijft het voorbeeld denk ik. Jezus zegt, -en Hij zegt dat letterlijk in Lucas 6-: "Laat los en je zal losgelaten worden!" En het is waar. Iemand die vasthoudt, die denkt dat hij koning is, heer en meester van de situatie, en dan gebeurt die wonderlijke omkeer en je wordt een gevangene van je eigen dromen. En het averechtse gebeurt! Jezus zegt: "Laat los en dan zul je losgelaten worden". Dan ga je die zelfde bevrijding beleven die ook Mozes onderging, en David, en Jezus natuurlijk in de eerste plaats. Wie vasthoudt raakt onvrij, verkrampt en geknecht, opstandig en verbitterd en daarom zegt Jezus: Gelukkig te prijzen de man en de vrouw die van de Heer heeft geleerd om dat los te laten. En dan niet los te laten met knarsende tanden, maar met dat wondere vertrouwen dat wat God met ons voorheeft niet minder is dan onze dromen, maar meer.

God heeft meer met ons voor. Wat wij dromen en wensen is te klein in Zijn oog. En Hij zegt: "Ik heb meer met je voor!" Zalig de zachtmoedigen die door pijn en verbittering heen hebben leren loslaten, want God gaat met ze aan het werk. Ze krijgen bijzondere beloften. Nu, hoe kan ik die kunst van het loslaten nu leren? Dat was dat tweede punt. Ik denk dat je de bergrede en deze woorden uit de zaligsprekingen geen seconde goed leest als je ze losmaakt van Hem die daar spreekt! Eigenlijk moet je voortdurend in het oog houden dat Hij het is die dat zegt en dat Hij Zelf ons als het ware daarmee uitnodigt, zoals Hij dat letterlijk in Mattheüs 11 onder woorden brengt. Want dan zegt Hij dat wat onderhuids steeds in de bergrede zit opgesloten en als je je daarin onmachtig voelt, en denkt: dat kan ik niet, dat is plank te hoog, dat is niet voor mij, dan zegt Jezus: "Kom tot Mij, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben, en nederig van hart. Komt tot Mij die vermoeid en belast zijt, gestressed en bezwaard." Er zijn dingen waar we mee opstaan en waarmee we naar bed gaan, en Jezus wil dat wij ze loslaten. En Hij kan dat willen omdat Hij zo'n groot inzicht heeft in dat hogere plan van God.

God heeft niet minder maar meer met ons voor in Zijn heilsplan, en dat is het wat Jezus gedreven heeft. Daarom zegt Hij vlak voor die oproep: "Dank U, Vader in de hemel dat U dit voor wijzen en voor verstandigen verborgen gehouden hebt, maar aan kinderen hebt geopenbaard". Namelijk dat God en Zijn heil en Zijn liefde niet op minder uit is, maar op meer dan we verwachten. En dat is het wondere wat Jezus Zelf ook heeft moeten leren. We lezen in Hebreeën 4 dat Hij Zelf die gehoorzaamheid ook heeft moeten leren door wat Hij heeft geleden. En daarom is Hij bij uitstek degene die ons daar voor kracht wil geven. Hij nodigt ons uit om bij ons in de levensschool te gaan en Hij zegt daarbij: "Mijn juk is zacht en Mijn last is licht." Want we gaan steeds meer begrijpen van dat 'meer' dat God met ons voor heeft. Ten slotte, het derde punt. Wie zo van Jezus leert, wie leert om los te laten, die staat onder die hoge belofte. Dat vind ik natuurlijk weer een heel apart punt hier in de bergrede. De bergrede gaat over het Koninkrijk van God, en wat wordt beloofd, hier in het centrum van de bergrede? Zalig de zachtmoedigen want zij zullen de aarde beërven! Dat moet ons toch wel diep treffen.

Er staat niet: Ik beloof hen het paradijs, of toekomstige heerlijkheid, of de hemel. Er staat: Zalig de zachtmoedigen want zij zullen de aarde beërven. Ik lees dat niet direct alleen maar als iets voor een verre toekomst. Ik lees dat toch in de eerste plaats ook als iets voor hier en nu. Heel concreet, aan deze zijde van het graf. Wie loslaat krijgt er iets heel bijzonders voor terug. Ik citeerde al uit Lucas 6 waar staat: Laat los en ge zult losgelaten worden. Je wordt zelf een bevrijd mens, je wordt wakker, hier en nu. En je realiseert je ineens hoe je eigenlijk een gevangene was van je eigen dromen en plannen. Wie leert loslaten, hij krijgt er vele dingen hier en nu, aardse dingen, voor terug. Ik mag hier iets vertellen van een lid van onze gemeente. Een man die op zevenenvijftig-jarige leeftijd kanker kreeg, en die toen al zijn dromen en zijn verlangens moest loslaten. En toen hij dat deed, en met vallen en opstaan, toen kreeg hij er een verdiepte verhouding met zijn vrouw, en uiteindelijk een diepgeslaagd huwelijk voor terug, heel aards en dat voordat hij stierf. Een aards stuk vreugde nog voor het graf.

In het verlengde hiervan mogen we in de eerste plaats er oog voor krijgen dat wie leert los te laten, dat die juist hier en nu die vrijheid krijgt van dat hij erfgenaam is van deze aarde. Ik citeer uit het boekje van ds. H. de Jong over de bergrede. Hij zegt: Het is merkwaardig dat zachtmoedige mensen vaak kunnen gaan en staan waar ze willen. Ze kunnen overal onder-door, ze voelen zich overal thuis, ze worden nergens opgejaagd. Mensen die zich druk maken om hun eigen rechten hebben nooit rust, al gaan ze nog zo ver met vakantie zodat het wel lijkt of de aarde van hen is. Maar de aarde is niet van hen, de zachtmoedigen bezitten het land en lopen daar als erfgenamen rond. Frank en vrij. Dat is de zaligheid van het Koninkrijk voor wat het hier en nu betreft. Maar natuurlijk, daar zit die diepere dimensie in. En dat is als Jezus zegt: ...zij zullen de aarde beërven. Beërven, Hij gebruikt een beeld van iets dat veel verder reikt. Dat betekent: Eigenlijk zijn we nu nog allemaal onmondige zonen, en God de Vader heeft Zijn testament nog niet bekend gemaakt. En gedurende dit aardse leven leven we daar naar toe, dat straks dat testament wordt geopend, wat komt daar dan uit?

Wie krijgt dan wat? Onder dat beeld staat ons leven. Straks als de bazuinen klinken, en het Koninkrijk aanbreekt, dat is het moment waarop de Vader het testament opent en zegt: Nu kan Ik pas goed bekend maken aan wie Ik de aarde heb nagelaten. Niet aan de brutalen. Die hebben de helft van de wereld. Nee, aan de zachtmoedigen. "Om weinig zijn jullie getrouw geweest, over veel zal Ik je stellen." En dan krijgen juist diegenen die de aarde en haar aardse dromen loslieten, de aarde met zijn aardse vreugde terug. Vervuld en verheerlijkt en vervolmaakt. Maar bijzonder blijft dat wel, dat ze de aarde terugkrijgen. En dat onze toekomst er dus één is van een vernieuwde aarde. Daarom eindig ik vanmorgen met een gedicht van Hans Werkman, het gaat over het Groninger hogeland. Nauw begrensd oneindig land klei en gratie hand in hand hoge hemel, lage grond die me aan uw landschap bond vol tarwe, sterke wind die me aan uw kluiten bindt altijd zie ik langs de dijk Bierum, Roodeschool en Spijk Altijd keer ik tot u weer, Zeerijp, Eenum, Garrelsweer, oude dorpen, oude stijl. Westerende, Oldenzijl, namen met een lief verleden.

Loppersum, Uithuizermeden, starend over dit bedaarde land laat ik een wensdroom vrij. Geef ons op de nieuwe aarde duizend bunder nieuwe klei. Geef ons daarop, lieve Heer Zeerijp, Eenum, Garrelsweer. Geef ons in dat eeuwig heden een vernieuwd Uithuizermeden. Geef ons Roodeschool en Spijk in de kromming van de dijk. Geef ook Bierum, Oldenzijl, Westerende, eeuwig heil. Geef ons door uw trouwverbond hoge luchten, zware grond. En als ik hier dan weer sta, naast U door de kluiten ga, knijp ik in Uw Vaderhand dank voor dit oneindig land. Amen.