Preek 12 van 13 uit de serie De twaalf kleine profeten
zondagmiddag 14 december 1997 · Wim Rietkerk

Gemeente van Christus, Het eerste deel van de profeet Zacharia bestond uit acht visioenen, die we vanmorgen gezien hebben. Nog even om weer op te frissen, daarin zit samenhang, daarin zit voortgang en concentratie: Het begint bij de vier hoeken der aarde, daar gaat het ook aan het eind in het achtste visioen weer naar toe, maar in het midden, in het vierde visioen zagen we de centrale figuur, benoemd als Jozua, Joshua, die daar staat met vuile kleren, en hij ontvangt reiniging, vergeving. En dat beeld in het midden van die acht visioenen blijft in het tweede deel van Zacharia centraal staan. Dat tweede deel bestaat niet meer uit letterlijke voorzeggingen, niet meer uit visioenen, maar juist meer voorzeggingen en heilsbeloften die even opflitsten en dan weer doven, zoals wanneer je in de bergen loopt en er is mist om je heen, je soms opeens tussen de mistflarden door ineens een indruk krijgt in wat voor wereld je eigenlijk bent, en hoe de weg voor je ligt. Maar dan sluit de mist zich weer. Zo zijn de profetieƫn van Zacharia in het tweede deel. Flashes, plotseling oplichtend, niet makkelijk te verstaan.

Voorzeggingen die in detail soms heel sprekend zijn, maar niet altijd makkelijk om ze chronologisch te ordenen en in een totaalbeeld te vatten. We mogen blij zijn dat eerst die acht visioenen gehad hebben, want daarin passen ze. Het lijkt alsof de profeet Zacharia, een jonge man van ongeveer 25 jaar, van de Here God eerst een totaaloverzicht krijgt. Alsof de Here God zegt: Kijk, als je dit grote heilsplan niet eerst helder gezien hebt, dan zal het je later veel moeilijker vallen om al die profetieƫn die Ik je verder nog zal geven, te begrijpen. En zo is het tweede deel van Zacharia geen visioen, maar het zijn fragmentarische profetieƫn, voorzeggingen, flitsende inzichten, aan elkaar geregen soms als een kralenketting, maar toch wel weer met een zekere ordening. Want in hoofdstuk 12-14 zit zeker voortgang. We kunnen dat nu niet in detail uitwerken, maar we letten op de rode draad die door dat tweede deel loopt. En dat zijn die voorzeggingen over die centrale figuur in die visioenen. Hij wordt een koning genoemd, maar een koning die nederig is, eigenlijk meer een herder. En inderdaad, dat woord herder dat vinden we in het tweede deel van Zacharia veelvuldig.

Hij wordt een herder genoemd, maar er wordt iets nieuws van hem verteld. En dat gebeurt in niet altijd makkelijke beelden. Het is een herder die Israƫl, maar ook de volkeren -in Zacharia 11 gaat het over alle volkeren der aarde- niet overheerst met een harde knoet, maar met twee staven van lieflijkheid en samenbinding. Toch levert dat niet op wat deze goede herder had verwacht. Integendeel, wanneer we zo lezen dan bemerken we: zijn optreden leidt tot een conflict. De twee staven worden doormidden gebroken en de herder verdwijnt van het toneel. En als de goede herder van het toneel is verdwenen dan neemt een dwaze herder de leiding over en komt er een samenballing van strijdzucht onder de volkeren. Ze ballen zich samen tegen Jeruzalem (h. 12). Maar als dat zich af gaat tekenen, en rond Jeruzalem de volkeren samenballen, dan zal God ingrijpen. Dat zegt Zacharia. En terwijl Hij met zijn linkerhand de aanvallende volkeren slaat, zal Hij met zijn rechterhand de geest der genade en der gebeden uitstorten op de inwoners van Jeruzalem. En als dat gebeurt dan breekt de rouwklacht uit.

Ineens beseffen de inwoners van Jeruzalem wat er eigenlijk is gebeurd, en ze heffen een rouwklacht aan als over een eerstgeborene die sterft. En dan ontsteekt God, dan vestigt Hij juist daar een bron tot ontzondiging en reiniging. Er lijkt een weg gebaand voor een finaal optreden waarbij de Heer als Koning verschijnt, -zo schets ik de profetieƫn van Zacharia- op de Olijfberg en dan zal Hij daar verschijnen met al Zijn heiligen en dan zal er vandaar een stroom van genezing door de wereld gaan. En al de volkeren zullen optrekken naar Jeruzalem en het loofhuttenfeest vieren. Zo is de grote lijn van Zacharia's profetie. De tekst waar ik nader bij wil stil staan is dat ene detail. Middenin wordt verteld dat als die goede herder dat fatale lot heeft ondergaan en de volkeren zich samenballen rond Jeruzalem, dan zal de Here een geest van genade en van gebeden uitstorten op Jeruzalem. En dan zullen ze een rouwklacht aanheffen als over een eerstgeborene. De eerste vraag is: wat is die rouwklacht die daar wordt aangeheven? De tweede is: hoe vervult deze profetie zich nu? En de derde: wat heeft het ons te zeggen? De eerstgeborene, dat is degene in wie alle kinderen present zijn.

Dus de eerstgeborene is maar niet de eerste van een rij kinderen, zoals bij ons, maar in Israƫl vertegenwoordigt hij alle kinderen, hij is de belangrijkste. Zo was dat in Israƫls' gezinsleven. Als dus het eerste kind aan de Here werd toegewijd, - want dat werd gedaan met de eersteling, dus met het eerste kind in de tempel met een toewijdingoffer wat dan de plaats in nam van die eerstgeborene-, dan werd in die eerstgeborene heel het gezin de Here toegewijd, en in dat plaatsvervangend offer weer vrijgemaakt. Die titel, eerstgeborene, wordt hier achteraf door Israƫl toegekend aan die herder, die koningsknecht. Die spruit uit de afgehouwen tronk van David, zoals Zacharia hem ook noemt. En wat gebeurt? Heel Israƫl breekt uit in een rouwklacht. Plotseling breekt het in hun bewustzijn door dat ze die goede herder die God hun gezonden had, hebben doen verongelukken! Zoals ouders die door hun eigen toedoen hun eerste zoon verloren. Maar denk niet dat dit iets is wat Israƫl alleen overkomt, in Zacharia 12 is het Israƫl, maar in Zacharia 11 zijn het al de volkeren. Ze delen in dit gevoel. Dat wil zeggen: de herder die God zendt wordt door Israƫl en door de volkeren verraden.

Hij verongelukt, Hij wordt niet erkend, en Hij sterft een ellendige dood. Ja, tot God zelf de geest der genade en der gebeden uitstort, en dan breekt de rouwklacht door. Zo gaat de profetie van Zacharia, maar hoe moeten we daar verder mee? Waar heeft zich dat vervult? Waar zal het zich vervullen? Er wordt in het nieuwe testament op twee plaatsen melding gemaakt van deze profetie. De eerste is bij Jezus eerste komst, de tweede keer is bij zijn wederkomst. U kunt het opslaan, de eerste keer is in Johannes 19: 37; de tweede keer wordt deze tekst geciteerd in Openbaring 1: 7. Bij beide wil ik een moment stilstaan. Ze trekken dit vers in een weids perspectief. Het is al vervuld, zegt Johannes. Want als Johannes daar staat, samen met de discipelen, aan de voet van het kruis, en hij ziet hoe die Romeinse officier deze gekruisigde met de speer in het hart steekt, dan staat daar 'hij krijgt een woord' zoals we in sommige kringen zeggen. En dat is dit woord: 'ze zullen zien op Hem die ze doorstoken hebben', Zacharia 12. Ineens ziet hij hoe dat zich daar vervult. En ik verbind hiermee de vervulling in Handelingen.

We lezen in het nieuwe testament zelf hoe deze vervulling zich doorzet daar aan de voet van het kruis. De discipelen hebben het gevoeld: ze zagen op Hem die ze doorstoken hadden. Maar die herkenning zet zich door op de pinksterdag, toen de eerste toehoorders van de apostel Petrus diep getroffen zeiden: "Maar wat moeten we doen? We hebben de Leidsman van ons behoud aan het kruis gebracht en gedood! Wat moeten we doen?" En Petrus zei: "Laat je dopen op de naam van de Here Jezus tot vergeving van je zonden en je zult de Heilige Geest ontvangen." Dat sombere moment van diepe schulderkenning wordt tot een bron van ontzondiging en reiniging. "Want voor u is de belofte en voor allen die nog verre zijn, zovelen als de Here er toe roepen zal", zegt Petrus. Wij staan dus al in een stuk vervulling. Die geest der genade en der gebeden is uitgestort en daar breekt dit bewustzijn door. Maar de tweede vervulling van dit woord zien we bij de wederkomst.

Als Jezus' terugkeert op de wolk, de wolk van Gods presentie, die bijzondere wolk waarin Hij ook was opgenomen, als Hij terugkeert op die wolk, zo vertelt Johannes op Patmos in Openbaring 1, dan zullen alle stammen der aarde Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben, en alle stammen der aarde zullen over hem een rouwklacht aanheffen. En daar wordt dit woord geciteerd. Dat is wel heel bijzonder dat er nog een dieptedimensie ligt in dit profetische woord van Zacharia, wat nog uitstaat, wij verwachten dat moment nog dat Israƫl en de volkeren daar, getroffen door zijn verschijning, zullen zien op Wie ze doorstoken hebben en een rouwklacht zullen aanheffen als over een eerstgeborene. Zo staan wij tussen de tijden, tussen de beide vervullingen in, aan de ene kant: we kennen het, en aan de andere kant: we zien er naar uit dat dat zal gebeuren. En daarom is er alle reden voor om op dit moment, en bij de viering van het avondmaal, deze woorden nog eens wat aandachtiger tot ons te laten spreken. De geest der genade en der gebeden bewerken bij ons een dubbel gevoel.

Aan de ene kant een heel diep smartelijk bewustzijn, het is een zeer pijnlijk moment, maar wonderlijk genoeg daaruit voortkomend juist een bron tot ontzondiging. Want Zacharia 12:10 en 13:1 zitten aan elkaar verbonden. Dat ziet Zacharia in het tweede deel van zijn boek gebeuren in de toekomst. En in die toekomst staan wij, en in die toekomst vieren wij vandaag het Avondmaal. En we vieren het alleen maar goed als we het vieren in het licht van deze tweevoudige profetie van Zacharia, als we het ervaren als een vrucht van de uitstorting van de Heilige Geest en vieren met die tweeƫrlei houding. Allereerst de pijnlijke rouwklacht. "Ik zal over het huis van David en over Jeruzalem uitgieten de geest der genade en der gebeden, en ze zullen Hem aanschouwen die ze doorstoken hebben." Dat is het eerste wat we juist bij het avondmaal beseffen. Wij noemen Jezus het Lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt. Dat betekent: we vieren Hem en ontvangen Hem als degene die ook uw en mijn zonde weggedragen heeft. Maar dat betekent iets heel dieps, want als u en als ik geen zonde gedaan zouden hebben, dan zou Hij niet hebben hoeven sterven. Zo ligt het. Hij is aan het kruis gegaan om onze zonden.

Mijn zonden hebben dat bewerkt. En dat nog wel juist bij Hem die geen zonde gedaan heeft, en die ons tot zonde werd, die tot ons kwam als de goede herder, met twee staven van lieflijkheid en samenbinding, die herder hebben de volkeren en Israƫl, wij samen, we hebben Hem verraden. We gaven uitbuiting de voorkeur, zegt Zacharia, boven lieflijkheid, en we verdeelden het volk Gods, eerder dan dat we het samenbonden. En dat verraad kostte Hem het leven. En dat besef is net zo pijnlijk als het besef van twee ouders die door hun eigen schuld hun oudste, eerstgeboren kind hebben zien verongelukken. Ik heb dat een keer in de krant gelezen, dat een boer met zijn tractor achteruit reed en zo zijn enige zoontje, dat achter de tractor speelde, overreed. Dat is nooit meer uit mijn gedachten gegaan, wat er dan door zo'n man moet zijn heengegaan. Dat besef is het eerste dat de geest der genade en der gebeden bewerkt onder de inwoners van Jeruzalem, een rouwklacht als over een eerstgeborene, Lam van God dat ook mijn zonden wegdraagt. Dat Hij moest sterven om u en mij vrijspraak te verwerven. Dat wordt nooit vanzelfsprekend.

En dat gaat altijd weer door dat diepe besef heen van verbrijzeling en pijnlijk schuldbesef. Dat heeft Revius goed gedicht, toen hij zei: 't En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U kruisten. nee, dat waren u en ik. En ik besef bij het Avondmaal sterker dan bij enig ander moment in het gemeente-zijn, dat dat alreeds toegedekte schuldbesef, - Hij is er al doorgegaan, Hij zit aan de rechterhand van de Vader en Hij is onze Goede Herder, maar intussen - dit alles, het was wel mee door ons dat dit gebeurde. Het was om onze zonden dat Hij moest sterven. Sterker nog, de scherpe angel van die schuld is juist dat wij Zijn liefde afgewezen hebben! De goede Herder niet de plaats gaven die Hem toekomt, met zijn staf van lieflijkheid en samenbinding. Dat is bitter, maar het te beseffen is goed. Het is een vrucht van de geest van de genade en van de gebeden. Intussen, ik ga weer naar dat tweede, daarbij blijft het niet! Want uit deze erkenning ontspruit een zegenrijke bron. WEl heel bijzonder dat juist op dat moment staat: te dien dage zal er een bron tot ontzondiging en reiniging ontsloten zijn, voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem.

Als de inwoners van Jeruzalem met die bittere rouwklacht voor God komen, door alle geledingen van het volk heen, dan gebeurt er iets wat al eerder was gebeurd, toen de broers van Jozef met hun bittere schuldbesef bij hem kwamen en dachten: dit uur en deze erkenning dat leidt tot onze ondergang, maar het werd juist bron van vergeving. En als Israƫl en de volkeren later de 'Grote Jozef' ontmoeten, dan gaat datzelfde gebeuren. Dat pijnlijke schuldbesef, en de angst dat dat leidt tot onze ondergang, dat wordt juist bron tot ontzondiging en reiniging. Dat is ook tegelijk de taal van het avondmaal, dat is het geheim van het evangelie. Bij het Avondmaal krijgen we te horen: neemt, eet en gedenkt en gelooft: dit lichaam, deze wijn is vergoten en verbroken voor u, en het wordt tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Twee doelen worden bij die bron genoemd: ontzondiging en reiniging. Dat wil zeggen: de vrijmaking van de kracht van de zonde, dat is ontzondigen, en tegelijkertijd ook reinigen van de gevolgen van de zonde, die vuile werking van het kwaad. Zo laten wij ons bij het Avondmaal ons innerlijk vernieuwen en uiterlijk reinigen.

De bron wast alle schuld af, en ze geeft ons een nieuwe gezindheid, dat priemende schuldbesef over wat ik met mijn zonden heb gedaan, heb aangericht, het wordt koninklijk vergeven. En de constante neiging om steeds maar weer afgoden aan te raken wordt weggenomen. Brood en wijn hebben grote werking. De Geest van God gebruikt ze als middelen om ons te doen voelen hoe groot die wondere liefde van Christus is. Hoe vaak we die 'verzondigden', maar ook hoe diep Zijn genezing in ons werkt, en ons omvormt. Brood en wijn, ja als voedsel, bron ten leven. Zo bewegen wij ons vanmiddag in de vervulling van de profetie van Zacharia, tussen de tijden. Die geest der genade en der gebeden, ze is uitgestort, op de pinksterdag in Jeruzalem. En wij kennen iets van de rouwklacht van die ouders over hun eerstgeborene, maar ook: te dien dage is een bron tot ontzondiging ontsloten in Jeruzalem. Een sombere dag wordt een gloriedag. En daaruit komt ineens perspectief, we zijn op weg naar het Loofhuttenfeest. En de tempelbeek zal ter genezing uitvloeien over heel de aarde als de Here terugkeert.

En dan zullen daar aan weerszijden de levensbomen groeien, met bladeren tot genezing der volkeren, en dan breekt de heilstijd aan. Ja, er zit in Zacharia nog een dimensie die nog op vervulling wacht. Daar vestigt Zacharia aan het slot onze aandacht op. Wij worden bij het Avondmaal daar ook aan herinnerd, aan de Bruiloft van het Lam, dezelfde Die als Eerstgeborene voor ons stierf. Hij zal als een Koning in alle heerlijkheid de aarde vervullen, en zelfs op de bellen van de paarden zal staan: De Here heilig. En Hij zal alle tranen afwissen en we zullen Zijn stem horen, als Hij dan zal zeggen: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. Amen. ©1998 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht.