Preek 3 van 13 uit de serie De twaalf kleine profeten
zondagmorgen 21 september 1997 · Wim Rietkerk

Gemeente van Christus, Vandaag gaat het over Amos, de veehouder uit Tekoa. Geen priester, ook niet iemand uit een profetenschool, een gewone man, een agrariër daar in een dorpje ten zuiden van Jeruzalem. Hij begint zijn boek zelfs met te zeggen: "Ik heb de stem van God gehoord en ik kon niet zwijgen, want Hij was als een leeuw die brult." Zo heeft hij Gods stem, Zijn boodschap over Israël vernomen en geeft die door in een tijd van welvaart. Amos is een van de weinige profeten die geprofeteerd heeft in een tijd van grote welvaart, ongeveer 750 jaar voor Christus. Amos is onder de kleine profeten het meest sociaal bewogen. Hij is eigenlijk toch wel het meest wat wij ons zo voorstellen bij een profeet. Want dan denken wij aan iemand die tegendraads zijn stem verheft tegen alle sociale misstanden. Amos was dan ook zeer populair in de zestiger jaren. Amos hekelt de bedden van ivoor, het eten van lamsvlees, de protserige rijkdom, de misdrijven tegen de menselijkheid van alle volken, zonder uitzondering. Gemene wreedheden, de walgelijke mode, de uitbuiting van de arme, maar ook liturgie zonder inhoud. Amos, hij zou vandaag zeker iets zeggen over Szebrenica, de massagraven.

Hij zou zeker iets zeggen over het speculeren met geld op de beurs. Hij zou zeker iets zeggen over het asielbeleid. Hij zou zeker spreken over XTC-pillen en de koopzondagen. Zo in de stijl van: "Zie dat domme koopvee in Hoog Catharijne, die zich als schapen laten drijven langs de voerbakken van de consumptiemaatschappij. Het moet zelfs op zondag!" Dat zou de stijl zijn van Amos. Dit zijn natuurlijk ook allemaal punten die in de aandacht moeten staan, en waar Amos breed over zou uitweiden. En met recht, want de mensheid is er sinds 750 voor Christus niet beter op geworden. Soms denk je: nog wreder, en wereldwijd gezien nog armer, en met nog meer protserige rijken, nog meer vluchtelingen, en nog meer gearriveerdheid onder de christenen? Er is alle reden voor om hier breed over uit te weiden. En toch doe ik dat niet. Want ook al is Amos inderdaad de profeet van de sociale bewogenheid, toch ligt in dat sociale alleen nog niet de kern. Hij is woedend, hij is verontwaardigd, hij steekt zijn nek uit, hij kondigt het gericht aan, hij neemt geen blad voor de mond, en toch zit het hart van zijn protest niet in het sociale, maar in het religieuze.

Ik bedoel daarmee dit, dat hij de dingen altijd trekt, peilt, in hoe de mensen staan in hun verhouding tot God, daar stoot hij altijd weer toe door. En daarom zou hij over Szebrenica zeggen: "Dat is gebeurd, en dat kon gebeuren, omdat niemand echt rekende met God!" En hij zou over de overbodige luxe van onze tijd zeggen: "Maar daar zoeken mensen hun kracht in omdat ze niets anders hebben om voor te leven!" Dat zou hij zeggen. En hij zou van Europa, hier in de twintigste eeuw, zeggen: "Ze hebben één wereldoorlog gehad -we lazen dat zo in hoofdstuk 5, zo sprak hij Israël aan- we hebben één wereldoorlog gehad, maar tot Mij hebt ge u niet bekeerd. We hebben twee wereldoorlogen gehad, maar tot Mij hebt ge u niet bekeerd! En toen kwam de koude oorlog, maar tot Mij hebt ge u niet bekeerd!" Dat is Amos. En hij zou na prinsjesdag zeggen: "Deze regering en dit parlement, het slooft zich best uit, voor de minstbedeelden, de zieken, het milieu, maar ze doen het wel zonder Mij! En dan ga je veel missen.

Dan ga je de afhankelijkheid missen, en vandaar uit ga je de verwondering missen, en alles wat met echte eerbied voor God samenhangt." Amos zou zeker gezegd hebben: "Zet dan ook alsjeblieft niet 'God met ons' op de rand van de euro!" Tegen ons christenen zou hij gezegd hebben: "En wat jullie betreft: zijn jullie wel afhankelijk? Of belijd je met je mond het credo, maar leef je in de praktijk van je leven net zo calculerend en net zo egocentrisch als alle anderen?" Dat zijn de vragen waar Amos ons mee confronteert. Met sociale bewogenheid, vast en zeker, het moet ons diep raken, en we moeten Amos in zijn sociale concreetheid lezen en herlezen en toepassen, zoals ik dat met een paar uithalen naar onze tijd net gedaan heb. Maar we zouden Amos totaal onrecht doen als we niet juist vandaag vooral letten op die gerichtheid naar boven. Hij zou altijd weer zeggen: "Maar waar is God in dit alles? De Here brult uit Sion! Horen jullie Zijn stem dan niet?" Dat zegt hij tegen Israël. "De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen?" En wij zouden dat nog des te meer moeten zeggen want wij gaan nog dieper door, dat zullen we aan het eind zien.

Wij zeggen: "De Leeuw uit Juda heeft gebruld." En toch zegt Amos in een vast weerkerend refrein: "Maar tot Mij hebt ge u niet bekeerd. En in hoofdstuk 5: Zo zegt de Here tot het huis van Israël: "Daarom, zoekt Mij en leeft! En zoekt het goede, en haat het kwade, opdat ge leeft, en de Here, de God der heerscharen met u zij, zoals je zegt!" Dat is de tekst voor vanmorgen: haat het kwade en hebt het goede lief, en houdt het recht hoog in de poort, misschien zal de Here, uw God, u genadig zijn. Zo proeven we in die woorden waar Amos op uit is. Hij legt zijn vinger op de eigenlijke tere plek in onze samenleving. En dat is: ja, waar leven we eigenlijk voor? En als het in het parlement ter sprake komt dan zegt de premier: "Dat is het zingevingvraagstuk." Daar wil hij dan niet verder op doorgaan. Het is natuurlijk wel de kern van alles. Ik heb zo de algemene beschouwingen gevolgd voor zover ik dat kon in de Tweede Kamer. En ik denk inderdaad: fijn dat alles zo goed verdeeld wordt, en fantastisch dat de economie zo goed gaat. Ja? Echt? Ik hoor heel weinig meer over de gevaren van het vooruitgangsgeloof.

Maar toch, de vraag die Amos het Nederlandse volk zou voorzetten zou zijn: "Maar waar doe je het nu voor? Waar leef je nu voor? Waar geloof je nu echt in? Denk je echt dat je gelukkig bent als je allemaal maar een klein rechtvaardig deel van de 300 miljard inkomsten ontvangt? En denk je dan echt dat je leven aan zijn doel beantwoordt als je het materieel en economisch goed hebt?" Dat denken wij: dan zit het wel goed, dan is alles safe, als we dat kleine deeltje van het materiële en economische welzijn hebben dan is het goed." Denk je dat echt? Maar hoe komt het dan -dat heb ik gehoord op het nieuws- dat 65 % van de Nederlandse jongeren gebruikt gedurende het weekend XTC-pillen! Ik weet niet of het waar is, ik stond verbijsterd, maar laten we even aannemen dat het de helft is, dan is het nog ongelooflijk! En dan die waanzinnige uitbarstingen van geweld op straat! Dat zijn symptomen! En weet u hoe dat komt? Dat komt omdat mensen gewoon niet meer weten waarvoor ze leven. Vandaag is het startdag in onze gemeente.

De clubs gaan weer beginnen, bijbelkringen maken zich op, een winterseizoen breekt aan met lezingen, catechese, allerlei contacten en onderwijs; Amos zou vragen: "Maar waar zijn jullie op uit? Trek je je nu terug in je eigen kleine kringetje? Of ben je verbonden met stad en samenleving?" Dat zou Amos willen. Want het geloof mag weer vandaag, maar op één voorwaarde: dat je het wel voor jezelf houdt, privé, onder elkaar. Amos zou hiertegen direct vlammend optreden, want God is niet een privé-God, en de God van hemel en aarde is bewogen met Ierland, en met Iran, en met Tsjetsjenië, en met Suriname, en Hij hoort het roepen van de arme, en Hij ziet wat gebeurt in raadzalen, en in warenhuizen, en in beursgebouwen. En Hij wil dat wij in Zijn Naam uit onze kleine knusse clubs en kringetjes breken: ramen open, kijk het komende jaar vooral door deze bril van de profetie van Amos! En wat zegt hij dan? Zoek het goede en haat het kwade! En dan voegt hij er twee zinnen aan toe: opdat jullie leven, -en dan volgt de tweede- en zo aldus zal dat God met ons waar jullie het altijd over hebben waar worden! Ik wil bij ieder van die zinnen wat nader stilstaan. Eerst dat: zoekt het goede.

Dat is letterlijk een heel bekend hebreeuws woordje wat wij ook in onze Nederlandse taalschat hebben: tof. En tof betekent gaaf, geschikt voor het doel waarvoor God het gemaakt heeft. Dat is goed. Een stoel die lekker zit is tof in het hebreeuws, want die dient waarvoor hij gemaakt is. Je kunt dus zeggen: tof is de doelgerichtheid, meer nog de doelgeschiktheid. Dat is een hele opgave, als de profeet zegt: zoek dat goede, contact, gemeenschap, lied, gebed, onderwijs, bijbelstudie, alles zo inrichten dat het toerust voor een doel waarvoor God ons geschapen heeft. Dat zegt Amos. Dat is goed. Altijd vragen: maar wat heeft dit nu voor doel? En waarom kies je die studierichting? En waar ben je op uit met je bijbelkring? En is het echt God kennen? Is het echt Hem dienen? Is het echt het welzijn van je medemens bevorderen? Iets betekenen voor de samenleving, voor de wereld waarin je leeft? Of draait het toch eigenlijk alles weer om jezelf, en jouw kring? Dat zijn benauwende vragen aan ons, en ook even benauwende vragen aan onze samenleving. Een samenleving zonder God, welk doel streven we na?

Alles is heel goed geregeld, we leven in een prima georganiseerde samenleving, het is net als met een trein, waarvan iedere coupé mooi verzorgd is, een pracht locomotief ervoor, en goede vering, een mooie restauratiewagen halverwege waar je fijn kunt dineren, maar we weten niet waar we naar toe rijden! "Waar leef je voor?", vraagt Amos. En dan geeft hij ook het antwoord, dan zegt hij: Zoek het goede! Zoek die baan die je de mogelijkheid biedt om voor je medemens iets te betekenen. Heb je daar wel eens aan gedacht? En leef zo iedere dag dat je ruimte overhoudt om te bidden! Lukt dat? Doen we dat? En deel je dagen zo in dat je je eigen intiemste relaties niet verwaarloost, een bezoek aan je moeder die ouder geworden is. Laat liefde en recht bovenaan staan, en zet je voet dwars als er weer meer verdiend moet worden, of dingen nog effectiever moeten gaan lopen. Dat is de leugen van het vooruitgangsgeloof. Altijd meer is altijd beter. En intussen kreunt de natuur, en intussen plunderen we de voorraadkamers van deze wereld, en de armen der wereld worden er geen haar beter van. Zoek het goede, zegt Amos. Dat is ook de opdracht voor het jaarprogramma in de kerk.

Wees missionair, dat is ons als kerkenraad gisteren voorgehouden. En help elkaar om het doel van het leven te vinden. Dat is toerusting tot dienstbetoon. Zeg niet alleen: ja, wat spreekt het mij eigenlijk aan? Wat kan ik er mee? Dat vragen we altijd: wat kan ik ermee? Daar moeten we eens mee ophouden wat ik er mee kan. We moeten ook eens een keer vragen: wat zou de ander ermee kunnen? En wat betekent dit voor de noden van de stad, buiten je, in de wereldsamenleving? Zorg dat er volgend jaar in Utrecht eens een duidelijk christen in de gemeenteraad komt! Dat zouden we eens moeten proberen. En zet je voor in je inzet voor vluchtelingen, en steun degenen die dat werk doen! Kortom, alles wat het leven van je naaste tot zijn doel doet komen, dan ben je goed bezig, dat is tof. Maar dan dat tweede. Wonderlijk genoeg komt dan pas in de tweede plaats die zin dat jijzelf er dan ook beter van wordt. Maar dat staat op de tweede plaats: Zoek het goede, haat het kwade, opdat je leeft! Dat is pas echt leven, zegt Amos. En dat heeft hij van Mozes, daarom lazen we Deuteronomium 30.

Apart is dat, dat Mozes altijd eerst zegt: Kies voor God de Here -en dan denken wij direct: o, dan moeten wij allemaal het klooster in, of apart vroom worden-, en dan zegt hij in één adem daaraan toegevoegd altijd weer: dan kies je het leven! Dus je wordt niet wereldvreemd als je je steeds weer oriënteert op God en het goede zoekt, integendeel, dan gaat je leven zelf zich ontvouwen naar de bedoeling van God. Maar doe je het niet, en drijf je met de welvaartsstaat mee: stress overdag, roes 's avonds. Dat is de welvaartsstaat. Maar dan krijg je wel God tegen! En je zal het merken ook. En daarover handelt heel het boek Amos. God als een leeuw die verscheurt. Maar tegelijkertijd heeft het bij Amos altijd die keerzijde: Maar zoek je de Here - en dat is bij hem hetzelfde als 'zoek je het goede'-, dan zal langs die weg de Here uw God met u zijn. Over die laatste zin ook nog een enkel woord. Gelijk gij zegt.. Dat zinnetje vond ik heel apart. Wat bedoelt de profeet daarmee? Hij zinspeelt op een gezegde. De Israëlieten groeten elkaar vaak met de woorden, zoiets als A Dieu, God zij met je. Zoals jullie zeggen, zegt Amos. Wij hebben het als randschrift op de gulden: God met ons.

"Dat zeggen jullie toch?", zegt Amos, "nu, laat ik jullie dan dit mogen zeggen: alleen langs deze weg is God met je! En als je die weg niet gaat is God niet met je, dan krijg je Hem tegen! Aldus, alleen langs deze weg van die ene zingeving: Zoek de Here en zoek het goede, dan alleen zal je Hem aan je zijde hebben." En wee u als u die twee losmaakt! Dan ben Ik helemaal niet met u. Ik ben niet met de kerk als ze wel zegt: Here, Here, en mooie liturgieën heeft, maar niet het goede doet, dan ben Ik niet met die kerk. En Ik ben niet met de samenleving die zegt: wij zoeken wel het goede, maar wij zoeken niet de Here. Met die samenleving ben Ik niet. Alleen langs deze weg ben Ik met u..... Dit was zo een greep uit de boodschap van Amos. Ik kom tot een samenvatting en een toespitsing aan het slot, en eindig dan bij Amos hoofdstuk 9. Amos, zei ik, is de profeet van de sociale bewogenheid. En we hebben hem horen losbranden tegen wreedheid en obsceniteit, tegen massamoorden, tegen overdadige schranspartijen. Even bewogen ook om de zonden in de boezem van Israël: een vader en een zoon slapen met hetzelfde meisje, zegt de profeet. Erg is dat.

En er wordt lamsvlees gegeten, en waarom zijn de bedden eigenlijk van ivoor, vraagt hij. Terwijl ze wijn drinken, en de verbreking van Jozef hen niet bekommert, diep bewogen is Amos ook over de uitbuiting van de armen, geld ontnemen aan nabestaanden, enz. enz. En toch, we gaan aan zijn hart voorbij als we in dat alles niet bovenal proeven hoe hij treurt over het wegvallen van de persoonlijke band met God. "Dat moet u opbreken", zegt hij. De trein van onze samenleving dendert door, maar let wel op de alarmsignalen. U moet weten waar u heengaat. Daarom zegt hij: zoek de Here, en zoek het goed, alleen dan is er toekomst. En daar eindigt het boek Amos mee. In een vaag vermoeden, dat er een nog krachtiger appèl nodig is wil het volk echt voor God kiezen. En dat is die profetie over het vervallen huis van David. Amos zegt aan het eind: "Het vervallen huis van David moet weer worden opgebouwd, en alleen als die vervallen hut van David weer wordt opgericht, dan is er toekomst." David, de man naar het hart van God, daar wacht de wereld op. En zo komt de profeet aan het eind met een onverbrekelijke heilsbelofte. De leeuw die brult van Amos 1, dat is in Amos 9 de Leeuw uit Juda.

De Leeuw die heel deze uit zijn voegen geraakte wereld rechtzet, en die dat in de diepte al gedaan heeft, terwijl Hij het in de breedte nog komt doen. We hebben een profeet, groter dan Amos. We staan onder nog hogere heilsbeloften. En daarom is onze verantwoordelijkheid nog groter. En dat mag ons bemoedigen voor het seizoen dat komt. Vraag Hem erbij, en volg Jezus na, en laat je door Hem leiden. Dat is de leeuw van Juda, en Hij brult bij onrecht, maar Hij gaat ons ook voor op de weg naar de vrede. Amen. ©1998 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht.