Preek 3 van 5 uit de serie Heidelbergse Catechismus, Zondag 1-4
zondagmorgen 11 februari 1996 · Wim Rietkerk

worden. Verkondiging: Gemeente van Christus, Als er een vliegtuig is neergestort wordt er, zoals u weet, met man en macht gezocht naar de zwarte doos. Daar dacht ik deze week aan na dat verschrikkelijke ongeluk bij Puerto Rico, waar een Boeiing neerstortte en 189 mensen, die misschien al dachten aan een rustige thuiskomst, in een klap in het water verdwenen. Op dit moment wordt er door duikers van de Amerikaanse marine gezocht naar de zwarte doos, the black box. Want zoals u weet zitten daar alle vluchtgegevens in, en alleen daaruit kunnen ze aflezen wat er nu eigenlijk fout is gegaan, en wat belangrijker is, hoe je dan mensen op tijd kunt redden en zulke rampen kunt voorkomen. Verkondiging: In deze derde zondag uit de catechismus gaat het om de vraag wat er fout ging met de mens. Er is iets niet goed gegaan met de mens. Alle andere schepselen in de natuur kun je verontschuldigen als ze iets fout doen, ze kunnen het niet helpen, het zit in hun natuur als ze wreed zijn. Ik zag vorige week de kat van Kortenhoeve in Eck en Wiel met een muis spelen die hij gevangen had.

Hij haalde hem op het grind, en telkens liet hij hem weer los, dan liep de muis keihard weg maar werd weer gepakt en kreeg weer een knauw of een krabbel, tot de poes hem na een hele lange tijd eindelijk doodbeet. Maar zoiets kun je een poes niet verwijten. Het zit in zijn genen, hij heeft een poezennatuur -die wij wreed noemen- ge-erfd. En omdat het een dier is, kan hij zich niet boven zijn eigen aanleg en zijn eigen 'materiaal' verheffen. Hij moet wel spelen met zijn prooi, je zou kunnen zeggen: hij is zelf een prooi van z'n instincten. Hetzelfde geldt voor een sluipwesp, voor een tijger, en bloedzuiger, een stier, noem maar op. Zij kunnen het niet helpen. Er is daarom in de dieren- en de plantenwereld geen sprake van schuld of zonde, in zeker opzicht is dat alles geprogrammeerd. Maar nu het grote verschil met de mens: De mens is niet geprogrammeerd! Wij zitten niet vast aan onze aanleg en onze genen. Er zijn wel christenen die dat denken, en ze verwijzen dan naar het leerstuk van de erfzonde. Maar dat is geen bijbels woord: erfzonde. In Ezechiel 18 lezen we dat je de zonde nooit erft.

De profeet zegt: "Ieder mens is persoonlijk verantwoordelijk." En de gedachte dat een mens erfzonde heeft, dat zondigen nu eenmaal in je genen zit zoals bij een kat zijn wrede instinct -en heel veel gereformeerde mensen denken dit- dat is een diep ingeworteld misverstand. Niet bijbels. Er is geen mens op aarde die dwangmatig moet zondigen. Die twee begrippen passen niet bij elkaar. Een sluipwesp moet dwangmatig z'n eitjes wel leggen in een ander levend dier, hij kan niet anders. Maar als dat zo zou zijn bij ons, als wij dwangmatig moesten zondigen, en dus niets anders konden vanwege onze aanleg, onze genen, dan zou God ons ook niet ter verantwoording roepen. Dan zou Hij toch niet vragen: "Waarom heb je dat gedaan?" Dat kun je bij een sluipwesp ook niet vragen. En zeker zou Hij ons niet schuldig houden, en zeker zou Hij ons niet oordelen, en zeker zou dan voor ons geen vrijspraak nodig zijn, en zeker zou Christus niet gekomen zijn. God zou eenvoudig onze genen hebben gerepareerd, of een nieuwe set gemaakt hebben en de oude weggedaan. Nee, er is iets heel anders aan de hand met de mens. De mens is een schepsel van heel andere orde.

God heeft de mens gemaakt als zijn 'tegenover', zegt de catechismus in naspraak van Genesis. God heeft de mens gemaakt als zijn bondgenoot op aarde. Je zou kunnen zeggen: De mens is de gouverneur- generaal van God op aarde. En tegelijkertijd heeft Hij hem ook gemaakt als zijn vriend, met wie Hij in de avondkoelte kwam wandelen, zoals we lezen in Genesis, om nog eens even de dingen door te praten. En daarom is de verhouding van God met ons er een als van een vader met zijn zoon, of een dochter met haar moeder. Het is een liefdesband, en het is gebaseerd op een soort van gelijkheid, niet dat een mens ooit God wordt of zou zijn, maar toch is het een soort van gelijkheid. En dat geeft de mens een heel hoge positie, boven alle andere schepselen. We zijn door God gemaakt als zijns gelijke. Zo zegt Genesis het. God schiep de mens naar zijn beeld, dat is als zijns gelijke. God is een persoon en Hij schiep de mens als een persoon. En daarin zijn wij aan elkaar gelijk. En daarom heeft de mens iets goddelijks. Het staat letterlijk zo in Psalm 8: "U hebt hem bijna goddelijk gemaakt".

En daarom kan de mens zelf in vrijheid handelen, hij kan zelf keuzes maken ten opzichte van zijn eigen genen, zijn instincten en zijn begeerten, hij staat er boven en kan er mee omgaan, hij kan keuzes maken, hij kan creatief zijn, hij kan nee zeggen tegen zijn instinct, hij kan ingaan tegen zijn eigen aanleg, hij kan de natuur naar zijn hand zetten, dieren temmen, bruggen bouwen, harten transplanteren, kortom: de mens staat voor niets. Zeg nooit dat de bijbel een laag mensbeeld heeft! Dat idee doet wel eens de ronde. De bijbel heeft een heel hoog mensbeeld, bijna goddelijk wat de mens allemaal kan. Van ruimtevaart tot operaties op afstandsbediening via de computer, zoals we van de week zagen. Maar het mooiste en het meest ontroerende van de mens is zijn menselijkheid. Zijn menselijkheid heeft hij met God gemeen. Je zou kunnen zeggen: Het is de goddelijkheid en het is de menselijkheid van de mens. Daar bedoel ik mee: zijn mededogen, de bewogenheid, de tranen van de mens, de ontroering, de aanhankelijkheid, de kwetsbaarheid, het vertrouwen, dat hoort allemaal bij een echt mens, bij een echt persoon. Natuurlijk, dat heeft hij van God gekregen, als z'n evenbeeld.

Er is dus alle reden voor een lofzang op de mens. Alleen juist dan, als we zo hoog denken van de mens, met de bijbel in de hand, juist dan komt de vraag op: "Maar hoe kon dan die fantastische Boeiing neerstorten? Hoe is het mogelijk dat diezelfde mens toch zo diep gevallen is, dat hij zo wreed kan zijn, zo laf, zo kil, soms beestachtig, zo jaloers, hebzuchtig, en daardoor rampen veroorzaakt? Ongekende rampen, hoe kan dat dan? De catechismus zegt dat je daarvoor moet zoeken naar de zwarte doos. En daarmee ben ik weer terug bij waar ik begon. Ieder mens heeft een zwarte doos. En wil je weten wat er fout ging in de mens, dan moet je die zwarte doos zoeken, zo doet Paulus dat in de Romeinenbrief, en zo doet de catechismus dat hier in zondag 3. Door die vraag te stellen: "Maar wat is er dan fout gegaan?" Een vraag die in de twintigste eeuw wel helemaal voor de hand ligt.

Wie denkt aan Auschwitz, die vraagt automatisch: "Wat is er dan toch fout met ons?" Wie denkt aan Srebrenica, die vraagt dat weer opnieuw: "Wat is hier gebeurd, hoe kon zoiets gebeuren?" En dicht bij huis, let u eens op de details van wat je hoort in dat rapport van Van Traa over criminaliteit, en wat er niet allemaal daaromheen gebeurt. We kunnen denken aan gebroken familieverhoudingen, incest, vandalisme, dom geweld op straat, druggebruik, een bom die ontploft in Londen. Wie dat alles zo langs zijn oog voorbij ziet gaan, die zegt: "Maar wat ging er nu mis met de mens?" Het mooie antwoord van de bijbel, uit de Romeinenbrief, is dat het heel persoonlijk is wat er fout ging. Niet teveel filosoferen over de mens in het algemeen, nee, Paulus spitst het toe op ieder van ons persoonlijk. En hij zegt: "Ieder van u, ieder mens heeft een zwarte doos. En pas als je die vindt, kun je de vraag wat er fout ging beantwoorden". Was het een materiaal fout? Dat is bij een vliegtuig natuurlijk een heel reele mogelijkheid. Er kan in het vliegtuig zelf een constructiefout zitten. Die komt er onherroepelijk uit als die gegevens uit die zwarte doos bekend worden.

"Nee", zegt de catechismus, "Een ding staat vast, er was geen materiaalfout!" Lees maar in Genesis 1, direct al aan het begin, na iedere scheppingsdag zegt de Here God: "En zie, het is zeer goed". Tof, staat er, dat betekent niet perfect, maar het betekent wel gaaf, totaal geschikt voor het doel. Nee, een constructiefout is het niet. Dat zegt Ezechiel ook tegen Israel: "Hoe kun je dat nu denken?" In die tijd dachten de Israelieten dat het een constructiefout was. Ze zeiden: "Als je zondigt kun je dat niet helpen. De vaderen hebben zure druiven gegeten, en de tanden van de kinderen zijn stroef geworden". En dat zegt ook die fout- begrepen erfzondeleer: "Het zit nu eenmaal in je genen". Dat zeggen ook vandaag heel veel humanisten die geloven in de evolutieleer: "Het is gewoon een weeffoutje in de evolutie". En dan ben je mooi verontschuldigd! Een lustmoordenaar vergrijpt zich aan een kind, tja: foutje in de evolutie! Een vandalist slaat zonder enige reden je fiets of je raam of je gebit in elkaar, tja: foutje in de evolutie! Serven doden achtduizend moslims, ja: foutje in de evolutie! Weet je wat het allemaal ten diepste is?

Het is een poging van de mens om zijn schuld op anderen af te schuiven. Op de natuur, of op God, of op de omstandigheden. Maar de zwarte doos in iedere mens produceert andere gegevens! Dat lazen we in Romeinen 2, en ik zei al: "Dat is heel persoonlijk". Paulus heeft het in Romeinen 1 gehad over net zulke grove zonden als wij zojuist noemden, hij begon met afgoderij, ging verder met seksuele uitspattingen en het botvieren van machtswellust op zwakke en weerloze mensen, roddelen, opscheppen, ruziezoeken, u kunt het lezen in Romeinen 1: 30, en als hij het allemaal heeft opgesomd dan keert hij zich om en kijkt naar zijn vrome toehoorders en zegt: "En nu jullie, dat vinden jullie natuurlijk ook allemaal totaal fout! Maar als jullie dat allemaal ook totaal fout vinden, heb je eigenlijk je eigen vonnis al getekend. Want waarin je een ander oordeelt, daarin oordeel je jezelf." En daar blijf ik even heel dichtbij, want ik zie daarin de beschrijving van de zwarte doos. De zwarte doos is eigenlijk het geweten van de mens. Wat hij ten diepste voelt in zijn hart, en als dat geweten wordt geopend, wat komt er dan uit tevoorschijn? Allemaal waardeoordelen!

En nu zegt Paulus: "Waarin je een ander oordeelt, veroordeel je jezelf!" Er is dus in die zwarte doos van het menselijk hart heel veel te beluisteren. "Het meest aangrijpende zijn die voortdurende waardeoordelen", zegt Paulus. We keuren het af wat een lustmoordenaar doet, we verafschuwen het. Zo staat het in onze zwarte doos. We verafschuwen geweld op straat, bomaanslagen, we veroordelen dat. Geweld is heel erg, en zo gaan we verder. We veroordelen roddel: dat is fout. We veroordelen diefstal: dat is fout. We veroordelen malversaties en geldzucht: dat is fout. We veroordelen koele onverschilligheid, die ze vandaag tolerantie noemen: fout. We veroordelen trouweloosheid in het huwelijk en daarbuiten: fout. En dan afgoderij, op iets vertrouwen buiten God: fout. Zo staat onze eigen zwarte doos totaal vol met oordelen. En nu het punt: Wat doet God als Hij wil weten waarom onze boeiings stranden? Hij spoelt de zwarte doos terug! Hij doet niets anders dan de tape terugdraaien van onze zwarte doos. En dan laat Hij het ons horen. Hij hoeft niet veel te zeggen, Hij laat precies horen wat wij in de cockpit hebben gezegd, vanaf het begin van de rit tot het einde, het staat er allemaal op.

Dan zegt de Here: "Kijk, daar zei jij, op dat moment: Roddelen? Fout! Hoor maar. Maar wat deed jij daar? En hier zei jij: In geldzaken moet je eerlijk zijn, dat doet een christen. Maar wat deed jij daar, toen je je belastingformulier zat in te vullen? En hier had je het over ego‹sme, en je wees het radicaal van de hand. Maar wat deed je daar dan, toen je voordrong aan het loket? En hier zei je: Ik haat kerkelijke verdeeldheid! Maar wat zei je toen daar over de vrijgemaakten, om een voorbeeld te noemen? En misbruik van seks en gewelddadigheid, natuurlijk, dat verafschuw je, maar vanwaar die fascinatie, dat we toch altijd die verslagen waarnaar ons oog als het ware getrokken wordt, willen lezen tot in de details? Vanaf het begin van ons leven is onze zwarte doos vol met zulke absolute waardeoordelen. En vanaf hoofdstuk 2 van de Romeinenbrief zegt Paulus: "Daarmee heb je eigenlijk het vonnis geveld over jezelf. We weten dat Gods oordeel onpartijdig gaat over allen die zulke dingen bedrijven". De Here God hoeft alleen maar die zwarte doos terug te draaien en dan weet je zelf wat fout ging. Alles ging fout toen je wat je zelf wist niet deed. Dat is het.

Je bedreef wat je als fout aanwees bij de ander. En die fout ligt in het hart van de mens. En die fout ligt daarin dat hij in eigen vrijheid herhaalt wat Adam begon te doen. Dat is wat de Schrift ons leert over de oorsprong van het kwaad. Het is begonnen bij Adam en Eva in het paradijs, zo lees ik hier in de Heidelbergse Catechismus, en zo zegt de Schrift het ook. Daar is het begonnen, maar het is tot alle mensen doorgegaan, zegt de apostel in Romeinen 5: 12, omdat allen gezondigd hebben precies zoals Adam overtrad. Wij worden geoordeeld omdat wij de zonde van Adam herhalen in ons leven. Iedere nakomeling van Adam en Eva heeft in eigen verantwoordelijkheid de zonde van hen herhaald. Daarin staan we allemaal schuldig voor God. Dat is nu onze verdorven 'aard'. Daar zet ik wel aanhalingstekens bij, bij die aard, want het zijn niet de genen die in mijn lijf zitten ingebakken of zoiets, of een instinct. In die richting moet je niet denken. Nee, het mankement ligt niet in het materiaal. Dat zegt de catechismus duidelijk. Het ligt in wat de mens ermee doet. En terwijl we weten wat goed is, wij allemaal, doen we in vrijheid het omgekeerde. Dat is het waar het fout gaat.

En Paulus zegt: "Dat is onexcuseerbaar. Daar is geen excuus voor." Die breuk met God is daardoor doorgegaan tot alle mensen toe. En die overtreding van de eerste mensen in het paradijs, Adam en Eva, waardoor zij meenden zelf wijs te worden, daar hebben wij onze eigen dingen voor. Onze wijsheid, onze gemakzucht, onze burgerlijkheid, onze kilheid, onze hebzucht, gezapigheid, ieder herhaalt op zijn eigen wijze de zonde van Adam, en daarin ligt de oorzaak van de val van de mens. Dat bericht van de zwarte doos over de gevallen mens, het lag niet aan de omstandigheden, het lag niet aan de informatie, de piloot had de kaart voor zich, de goede aanvliegroute, alleen, het was menselijk falen, hij deed bewust waarvan hij wist dat het niet goed was. En dat is het onbegrijpelijke menselijke probleem. Onbegrijpelijk. Hoe kan dat ooit goed komen, welke les trekken wij uit deze informatie uit de zwarte doos? Daarmee eindigt zondag 3, en daarmee gaat Romeinen 5 ook zo heel duidelijk voort: "Dat kan alleen door wedergeboorte". En evenmin als een mens zichzelf geboren kan laten worden, kan hij zich wedergeboren laten worden. Dat moet aan je gebeuren.

Je kunt er zelf wel wat aan doen in de zin dat je je ervoor openstelt, maar het moet aan jou gebeuren. Dat is het wonder van het werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest van God, die broedend zweeft over de wateren van de oervloed bij de schepping, die zweeft ook rond over het gevallen leven bij de herschepping. God is bezig ons totaal andere mensen te maken. En dat doet Hij door Jezus, dat is de weg waarlangs Hij handelt. Jezus komt in ons door de werking van de Heilige Geest. Dat is de weg, zo werkt God aan de verandering van de piloot, in ons hart, en er komt een andere geest in mij, in die piloot aan de stuurknuppel. Dat gebeurt als u, als ik, als wij Jezus aannemen, als wij Hem erkennen als de Redder van ons leven, die ook de schuld die op ons ligt heeft uitgewist, weggedragen, en als we Hem volgen van nu af aan in alle keuzes van ons leven, als we vragen of de Heilige Geest in ons wil komen om ons een ander hart te geven, dan maken we de goede keuzes. Wat er dan gebeurt, wordt door de apostel Paulus beschreven in een machtig overzicht.

Hij zegt: "Zoals de zonde de wereld binnenkwam, door een mens, zo kwam ook de genade van God door een Mens, Jezus Christus." Maar dan zegt hij met herhaalde en steeds toenemende nadruk: "Maar, de kracht van de genade is veel meer dan overvloedig geworden. De kracht van de genade is nog veel groter dan de kracht van het kwaad. Zoals door die ene mens zonde zich als het ware uitbreidde tot al die miljoenen mensen en ze allemaal besmette, zo komt de genade van God, en die leidt van die talloos vele veroordelingen tot een genadebetoon, tot eeuwig leven". Dat is de weg die Paulus wijst, ons verkondigt. Zo worden we opnieuw geboren, dat is de herschepping, die brengt ons in aanraking met de genade van God, die in ons komt en ons verandert. Zoals we in de schepping God kenden in zijn majesteit en in zijn macht, zo kennen we in de herschepping God in zijn ontferming en zijn barmhartigheid. En zo kennen we Hem dieper. De verloren zoon kende het hart van zijn vader beter dan der zoon die thuis bleef. Zo zagen we hier een hoofdstukje uit de leer van de kerk. Samengevat uit het evangelie: Het raakt die hele moeilijke vraag wat er nu eigenlijk fout ging met de mens.

Want talloos veel rampen en eindeloos veel verdriet gaan terug op het falen van mensen. Daarin zijn christenen en boeddhisten en humanisten en mohammedanen het allemaal eens. Ze erkennen allemaal dat er iets niet goed is met de mens. Maar wat is het? De bijbel zegt: "Je moet luisteren naar het terugspelen van de zwarte doos." Ieder mens heeft een zwarte doos. U hebt er een, ik heb er een, en die laat zien dat het niet aan de Schepper lag, noch aan het materiaal, wij zijn het zelf die, als we niet door de Geest van God wedergeboren worden, tot alles in staat zijn. Dat is natuurlijk een verbijsterende ontdekking. Maar ook een heilzame ontdekking, omdat ze ons heendrijft naar Jezus Christus, de enige Geneesheer door Wie we de toegang hebben tot een genade die overvloediger is dan de overtreding. Amen. Terug naar de verkondiging. Voor reacties: mail naar Wim Rietkerk. Meer info over de Nederlands Gereformeerde Kerk van Utrecht op Internet: gjkole@knoware.nl