Gemeente van Christus, jongens en meisjes, Vanmorgen wil ik proberen om de kindervertelling van Alberthe nog een stapje voort te zetten, en dat kan ik het gemakkelijkste doen door te beginnen met een bericht uit de krant, waar de laatste weken veel over geschreven is, dat oorlogstribunaal wat nu een onderdeel is van het vredesplan in Bosnie. Dat vredesakkoord van Dayton. Een van de onderdelen van dat akkoord is dat er een oorlogstribunaal moet komen om alle oorlogsmisdadigers te berechten en er zijn al een paar verdachten vanuit Bosnie overgebracht naar Nederland, die zitten hier in Scheveningen in de gevangenis. En dat roept ook weer veel conflicten op. En de vraag rijst dan op: "Waarom moet dat nu? Er is nu toch een regeling getroffen waarin alle partijen zich kunnen vinden? Waarom dan toch nog een oorlogstribunaal?" Toen de journalisten dat aan de architect van dat vredesplan, de amerikaan Holbrooke, vroegen, antwoordde die heel diepzinnig.
Hij zei: "Het kan nooit vrede zijn zonder gerechtigheid." Stel je voor dat al die misdaden onberecht bleven, achtduizend moslims weerloos neergemaaid in Srebrenica, stel je voor dat dat soort dingen kunnen gebeuren zonder dat ze ooit berecht worden, in wat voor samenleving kom je dan? Dan wankelt het recht op de straat. En dan wordt uiteindelijk ieder menselijk leven en de samenleving tussen de volkeren onmogelijk. In diepere zin, en een stap doorgevoerd is het dit waar de catechismus vandaag over handelt. De catechismus zegt: "Zo heeft God een rechtsgeding met de mens." Het eerste wat me zo bijzonder getroffen heeft is de bewogenheid van God, daarom las ik die gelijkenis uit Jesaja 6, want daar voel je die bewogenheid. Daar vertelt God hoe Hij alles heeft ingezet, een land heeft ontgonnen, de stenen er uit weggehaald en toen zorgvuldig al die wijnstokjes daar heeft ingeplant, er een doornhaag omheen heeft gelegd en een muur opgericht, en tenslotte een perskuip voor al de goede druiven die Hij verwachtte, en toen het begon te groeien bracht het alleen maar wilde druiven voort in plaats van goede.
En dan voel je die bewogenheid van God: "Wat had Ik dan nog moeten doen om dit tegen te gaan? Wat heb Ik niet gedaan wat Ik wel had moeten doen?" In de catechismus ligt de bewogenheid van de mens: "Doet God de mens dan geen onrecht, dat Hij in de wet van hem eist wat hij niet doen kan?" In de bijbel is het precies omgekeerd. In de bijbel is er de bewogenheid van God toe naar de mens: "Maar wat had Ik dan nog aan jullie moeten doen dat die wijngaard kon opbloeien? Want die wijngaard is Israel, dat zijn de mannen van Juda, die Ik daar heb geplant in het beloofde land. Eerst heb Ik hen gered uit Egypte, toen daar geplant in het beloofde land, en wat had ik er veel verwachting van!" God had gewild dat daar, vanuit het beloofde land, met deze wijngaard, een stroom van zegen zou gaan naar alle volkeren. En wat gebeurde? De profeet zegt: "Ik verwachtte goed bestuur, en het werd bloedbestuur.
Ik verwachtte rechtsbetrachting, maar ik zie rechtsverkrachting." Alle regels en wetten, natuurwetten, als een symbool van de goede Tora, de wetgeving van God, werden door Israel met de voeten getreden en het gevolg was een samenleving waar geweld overheerste, waar mensen niet in een vredevolle verhouding met elkaar leefden maar waar de verhoudingen verbroken werden en waar naar buiten toe geen zegen maar alleen maar oorlog en geweld zich verspreidde. En dan die bewogenheid van God: "Wat had Ik er nog aan moeten doen?" Ik ken dat gevoel een klein beetje van heel vroeger. Als wij vroeger naar het strand gingen, dan bouwden we daar hele mooie zandkastelen, met torens en een gracht eromheen, en dan haalden we met emmertjes water uit de zee om echt water in de gracht te doen, en ik weet nog heel levendig van een keer dat het bijna klaar was en dat een paar opgeschoten jongens voorbij kwamen die zich verveelden, wel tien jaar ouder dan wij, en die daar met een grote sprong boven op ons kasteel sprongen. Hoe kwaad je dan bent en verontwaardigd!
Die kwaadheid en die verontwaardiging, eigenlijk ligt die ook achter de catechismus als die zegt: "God vertoornt zich daarover met verschrikkelijke toorn, Hij is verontwaardigd, Hij kan het niet uitstaan dat het zo fout is gelopen." Maar wat is er dan foutgelopen? Dat is mijn tweede punt: Wat is er fout gegaan? Daarvoor ga ik nog even terug naar het beeld wat ik ‚‚n van de vorige keren heb gebruikt: het beeld van de zwarte doos. De bijbel zegt: "Kijk, in ieder mens zit een zwarte doos. En we weten dat je uit de zwarte doos kunt aflezen wat er eigenlijk fout ging als een vliegtuig neerstort. En wat God de Here doet om ons duidelijk te maken waar het nu eigenlijk fout ging, is dat Hij de zwarte doos uit ieder mensenleven op een bepaalde dag, en dat is zeker op de jongste dag, zal opendoen, en dan de tape zal terugspoelen, en dan zegt Hij: "Moet je nu eens luisteren hoe goed je het wist! Al die 'verkeersregels', je wist ze allemaal. Al de geboden van God, je hebt ze gehoord, je hebt ze je in je leven eigen gemaakt maar je hebt er anderen naar geoordeeld.
Want luister maar..." En dan spoelt Hij de band terug en dan horen we het, en inderdaad: daar zeiden we iets over iemand die roddelde, we hadden er een vlijmend oordeel over. En dan zegt de Here God: "Kijk, en daar deed jij het zelf!" Die en meer voorbeelden heb ik toen gebruikt. Je kunt zo eindeloze oordelen afluisteren uit ons leven, want er gaat haast geen dag voorbij of we hebben zo'n waardeoordeel. Over de gemeente bijvoorbeeld: "Ik heb zo'n hekel aan die vrijblijvendheid, dat er geen echte gemeenschap is!" Krasse woorden, pittige woorden, en die staan op je band, en de Here God laat het horen en dan zegt Hij: "Daar heb je dat gezegd, maar wat deed jij daar? Je deed precies het omgekeerde, de mogelijkheden werden je geboden en je hebt ze niet gepakt!" Al die geboden die de Here geeft, al die regels voor samenleven, het omgaan met de schepping, het omgaan met de natuur, het omgaan met elkaar, al die oordelen kennen we, we hebben ze gesproken, we hebben anderen erop geoordeeld, en de Here God hoeft ze alleen maar terug te draaien en te zeggen: "Hier heb je dit gezegd, en wat deed je toen daar?" En dan zakken we door de grond.
En de Here God zegt: "Waarom heb je dat gedaan?" En Hij zal komen met zijn verontwaardiging: "Begrijp je niet dat daardoor dat mensenleven, de menselijke gemeenschap, Israel, de gemeente, maar ook de wijdere samenleving -want Israel staat eigenlijk model voor hoe God handelt met heel de wereld- die wijngaard is Israel maar is ook eigenlijk het paradijs, de goede schepping. En heel die wereld, we hebben haar verdorven door ons overtreden van het gebod. En dan vraagt de catechismus: "Maar konden we het eigenlijk wel helpen, het is toch eigenlijk onrechtvaardig van God, dat Hij van ons vraagt wat een mens niet kan doen?" Gelukkig wordt het direct daarna gecorrigeerd: "Het is wel degelijk zo dat een mens het kon doen, maar de mens heeft zichzelf en zijn nakomelingen door moedwillige ongehoorzaamheid en door het ingeven van de duivel -want ook die stookt erachter- van al die goede gaven berooft." Dat is het wat hier, in deze zondag 4, aan de orde komt. De catechismus zegt: "Daarover vertoornt God zich verschrikkelijk, want heel zijn goede wijngaard is daardoor verdorven geraakt.
En er kan geen vrede komen als niet eerst dat wordt rechtgezet." Dat is eigenlijk het hoofdpunt, daar werkt de catechismus naar toe. Er kan geen vrede komen als er niet eerst een tribunaal is geweest waarin dat overtreden is rechtgezet. En als de catechismus dan tenslotte vraagt: "Maar God is toch ook een God van liefde en van barmhartigheid?", dan maakt ze duidelijk in het antwoord dat wie dat hier zegt eigenlijk niet heeft begrepen wat die liefde van God is. Die heeft het evangelie niet begrepen. Want de liefde van God is maar niet als een spons waarmee Hij alles uitwist, of een soort kneedbaar rubber waarmee we doen kunnen wat we willen, nee, de liefde van God is zo hard als diamant. De liefde van God confronteert ons met onze verantwoordelijkheid, houdt ons schuldig, en dan dwars door alles heen houdt Hij ons vast. Maar dat gaat dan wel door de hel heen! De liefde van God gaat door de hel heen. Daar wil ik in het tweede deel van de uitleg wat meer over zeggen. Want tot een paar keer toe wordt hier in de antwoorden van de catechismus gesproken over de eeuwige straf. Ons overtreden is zo groot, dat daar geen tijdelijke straf, geen momentele genezing of reiniging genoeg is.
De overtreding tegenover Gods hoogste majesteit moet ook eigenlijk rechtgezet worden door een eeuwige, niet alleen een tijdelijke, maar een eeuwige straf. Nu, een eeuwige straf, dat is eigenlijk wat de bijbel de hel noemt. De mens heeft de hel verdient. Daar wil ik het wat nauwkeuriger over hebben. Want veel mensen schrikken er voor terug om in een tijd als vandaag, een verlichte tijd, te spreken over de hel. En daar is wel reden voor, want talloos veel predikers hebben door een bepaalde toon aan te slaan eigenlijk de mensen met een prediking van hel en verdoemenis de kerk uit gepreekt. Dat waren niet juiste voorstellingen over de hel. En toch moeten we begrijpen wat de bijbel daarover leert en dat wil ik in drie punten wat nader verhelderen. Want het is een feit: niemand heeft zoveel over de hel gesproken als juist de Here Jezus. Dat is heel opvallend in het Nieuwe Testament. En ik denk dat als we Hem zouden vragen: "Heer, waar hebt U ons van gered?", dat Hij dan dat zou zeggen: "Ik heb jullie gered van de hel!" Er is een hemel en er is een hel, en ons aardse leven is in de kern genomen eigenlijk alleen maar een startbaan: Je kunt crashen, en je kunt vliegen.
En of je het een of het ander overkomt, dat hangt af van de keuzes die je hier en nu in dit leven maakt. Daarom is het zo belangrijk om te weten hoe we dan van die eeuwige straf kunnen worden bevrijd, hoe we voorkomen dat we straks in die eeuwige straf belanden. Daarvoor heb ik in de eerste plaats Romeinen 1 gelezen, want daar wordt iets heel uitzonderlijks gezegd. Het bijzondere van de Romeinenbrief is dit, dat de hel niet wordt voorgesteld als een soort van noodlot waar je komt terwijl je het niet kon helpen. Dat is weer een van die karikatuurvoorstellingen waar ik vanmorgen de vinger bij leg. In de bijbel is de hel nooit een noodlot waar je komt, terwijl je er niets aan kon doen. Dat lees je uitzonderlijk scherp in Romeinen 1, want daar wordt heel uitdrukkelijk verteld: "Doordat er ongerechtigheid is op aarde, waardoor die wijngaard werd bedorven, daardoor komt de toorn van God. (Rom. 1: 18)" De toorn van God komt over alle ongerechtigheid en goddeloosheid, dat wat mensen in ongerechtigheid ten onder houdt, we verdringen en we vervangen de waarheid, en daarover komt de toorn van God. Maar hoe komt die dan?
Het is heel opvallend dat de apostel, als hij de toorn van God beschrijft, niet zegt: "Ze komt als een soort bliksemslag uit de hemel", maar dat hij zegt dat de toorn van God over de mensen komt als een consequentie van hun eigen daden. Als we lezen vanaf vers 24 hoe dan die toorn van God verschijnt, staat er steeds weer met een vast ritme: "Daarom heeft God hen overgegeven. Daarom heeft Hij hen laten gaan". Dat is heel opvallend, je zou kunnen zeggen: "De toorn van God, dat is de hel". De toorn van God begint overal daar waar God mensen voort laat dazen in de richting die ze zelf waren ingeslagen. U moet zich dat zo voorstellen: Een mens wil doelbewust 100 km p\u rijden waar je maar 50 km mag, om nog even bij de verkeersregels te blijven. Wanneer hij tengevolge daarvan tegen een boom rijdt, en zijn been verliest, dan is het dat wat de bijbel bedoelt met de toorn van God. Die vereffent de misdaad. En het gevolg maakt iedereen duidelijk dat dit niet kan. En die toorn kwam dus niet uit in een soort van bliksemstraal op het hoofd van de wetsovertreder, nee, die werd zichtbaar in het keihard oplopen tegen de consequenties van je eigen daden.
Dat vind ik de eerste, en eigenlijk wel de meest belangrijke 'eye-opener', een goede, heldere omschrijving van wat de hel nu eigenlijk is. Je zou kunnen zeggen: "De hemel is de plaats waar de mens tegen God zegt: Uw wil geschiedde... (Denk maar aan het Onze Vader: Uw wil geschiedde, gelijk in de hemel alsook op aarde). De hel is precies het omgekeerde, dat is de plaats waar de Here God tegen de mens zegt: "Als je dan niets anders wilt, Ik heb je honderd keer willen tegenhouden, maar als je dan niets anders wilt: Jouw wil geschiedde...". Zo neemt God de mens serieus in zijn daden. Dat is eigenlijk de diepe achtergrond achter de bijbelse nadruk op de hel. Het is geen noodlot dat ons overkomt zonder dat we het hebben gewild, nee, het is de consequentie van onze eigen keus. En die hel begint hier al, waar we domweg voortdazen, waar God ons laat gaan op de wegen die we zelf hebben gekozen. Maar er zit ook een tweede kant aan de hel: De hel is ook de plaats waar op een uitzonderlijke wijze alle onrecht aan het eind van de rit wordt vereffend.
Dat zegt de catechismus in dit gedeelte als ze vraagt: "Maar is God dan ook niet barmhartig?", en dan antwoordt: "Ja, Hij is wel barmhartig, maar als die barmhartigheid losgemaakt wordt van zijn gerechtigheid en zijn heiligheid - er zijn hierbij nog wel kanttekeningen te zetten over wat die bijbelse worden betekenen, maar denk maar aan: geen vrede zonder gerechtigheid - als je die barmhartigheid losmaakt van zijn gerechtigheid, dan is het geen barmhartigheid meer!" Een vader die zo aardig en lief is voor zijn kinderen, dat hij ze rustig laat blowen in hun slaapkamer, is geen aardige vader. En de minister van justitie die zo aardig is dat hij maar geen geldboete meer oplegt bij verkeersovertredingen, is een knoeier en moet direct worden afgezet. Precies zo is het ook naar God toe. Een God die niet het recht handhaaft, de gerechtigheid herstelt en weer in evenwicht brengt, die de zonde niet bestraft, dat is geen liefdevolle God. En daarom is de hel tegelijkertijd ook de plaats waar de toorn van God alle ongerechtigheid verzengt en verschroeit. Wij kunnen daar niet omheen. De bijbel zegt dat dat aan het eind van de geschiedenis, na het jongste gericht zal beginnen: de hel.
De bijbel gebruikt daarvoor de meest uitdagende beelden: de hel is de plaats waar iedere zonde wordt vergolden, waar alle onreinheid wordt weggebrand, waar iedere overtreding op de tape wordt teruggedraaid, en geen oneffenheid wordt over het hoofd gezien. Er zal een totale 'onrechtverzengende' vuurgloed doorheen trekken. En het is een feit, dat wie zichzelf totaal met zijn zonde vereenzelvigd heeft, zonde geworden is, dan ook door die gloed zal worden verschroeid. Dat is ook de uitleg die de bekende evangelische verkondiger John Stott kiest. Die zegt: "De zondaar zal uiteindelijk in rook vergaan." De traditionele leer van de kerk zegt: "Er zal zonder een einde aan de tijd, een altijddurend gericht zijn". Daar zijn veel vragen omheen. Er zijn dan ook kerkelijke leraren geweest die gezegd hebben: "Is dat precies wat er staat?" De bekende Engelse denker C.S. Lewis zegt: "Ik blijf het zien als een louterend vuur waar de zonde wordt weggebrand en de zondaar opnieuw tot keuzes wordt gebracht." En tenslotte zijn er vandaag ook veel mensen die zeggen: "De bijbel bedoelt met eeuwigheid niet een eindeloze tijd, maar een tijdperk." En zo zou de hel een nieuwe eeuw, een nieuw tijdperk omvangen.
Ik ga nu niet verder op deze gedachten in, waar het mij nu hier om gaat is toch de ernst van de zaak. Want hoe je het ook wendt of keert, wat je ook voor uitleg kiest, niemand heeft zo vaak over de hel gesproken als Jezus, en ons er voor gewaarschuwd. Het is een verschrikking om daar te komen en je komt er als je hier en nu niet de goede keuzes maakt! Het is vooral de Here Jezus geweest die de mensen heeft gewaarschuwd: "Pas op, je kunt in de hel komen als je niet tijdig, hier en nu, Mij volgt en je bezittingen Mij ten dienste stelt (dat zei Jezus tegen de rijke jongeling), verkoop wat je hebt en volg Mij." En, dat is het laatste punt, daar drijft ook deze catechismus-zondag ons naar toe. De catechismus is ergens op uit, wil eigenlijk dat iedereen die dit hoort en leest daardoor het toevluchtnemende geloof leert kennen, zoals ze vroeger zeiden. Dat wil zeggen dat we vanuit de ernst van deze zaak leren schuilen voor de toorn van God onder de bescherming van het kruis van Christus. Want daar alleen zijn we veilig.
En daar kunnen we ook komen met al onze overtredingen, de moordenaar aan het kruis nog op het laatste moment, want de liefde van God heeft ons door dat gericht heen vastgehouden. En de hel is ten diepste op Golgotha doorleden. Want dat is mijn derde omschrijving van de hel: De hel, dat is Golgotha! Daar heeft Jezus die eeuwige straf weggedragen! Daar heeft zich de toorn van God in die drie uur diepe duisternis over het hoofd van Jezus ontladen en daar is de vrede gekocht. Jezus Christus is als het ware de bliksemafleider op het dak van onze wereld, en ieder die zich met die bliksemafleider laat verbinden, is altijd veilig en altijd safe. Om nog een keer te eindigen waar we begonnen: Er is geen vrede zonder gerechtigheid, en daarom maken we ons op in deze veertigdagentijd voor Goede Vrijdag en Pasen om opnieuw te gaan begrijpen, om opnieuw op ons af te laten komen, hoe groots het is dat Jezus voor ons de hel is doorgegaan, en dat wij het daarom niet meer hoeven als we tot Hem de toevlucht nemen. Amen. Terug naar de verkondiging. Voor reacties: mail naar Wim Rietkerk. Meer info over de Nederlands Gereformeerde Kerk van Utrecht op Internet: gjkole@knoware.nl