Het historisch moment
Deze lustrumlezing van de Groen van Prinsterer-stichting komt op een historisch moment. Voor het eerst doet de Christen Unie mee aan de regering. De 100 introductiedagen zijn voorbij. Nu gaat het beginnen. Het voert onze gedachten terug naar een eeuw geleden toen A. Kuyper minister-president werd. Het stelt ons voor de vraag: waar heeft die christelijke regeringsdeelname gedurende de vorige eeuw toe geleid?
Naast duidelijke successen, zoals de gelijkschakeling van het christelijk onderwijs met het openbaar onderwijs en de vrijheden voor de ontplooiing van christelijk leven, en zeker ook de remmende werking op de ontplooiing van foute wetten, is toch het totaalbeeld er een van toenemend terreinverlies, en secularisatie, met daarmee gepaard gaand een verwaterd christelijk CDA. De reden van bestaan van de Christen Unie is dat wij op die ontwikkeling van de regeringsdeelname van de vorige christelijke partijen, die nu in het CDA verenigd zijn, kritiek hadden, en hebben, maar wat garandeert ons dat wij niet van nu af aan diezelfde weg zullen gaan? Wat houdt ons op het spoor?
Preview
Met die vraag heb ik mij al lang bezig gehouden en wat ik vanavond hier presenteer is de neerslag van dat proces. Het heeft volgens mij te maken met het vreemdelingschap, een diep besef dat wij burgers zijn van twee rijken. Dat is een doorlopende bijbelse lijn. Daar begin ik dan ook. Daarna werk ik uit wat dat betekent voor de politiek. Tot in de praktijk van het mee-regeren in stad en land. In het derde deel van mijn lezing laat ik zien hoe hier de input zichtbaar wordt en moet worden van de evangelische instroom in de reformatorische traditie (parallel met wat er in de kerken ook plaatsvindt: een nieuwe en verheugende ontwikkeling) en pas aan het slot laat ik zien hoe ik hiermee voortbouw op de te weinig gehoorde kritiek van Calvijn op de theocratie van de middeleeuwen.
Regeringsdeelname en vreemdelingschap
Het sluit wel heel bijzonder aan bij de actuele vraag of je wel met twee paspoorten aan de regering kan deelnemen. Dit is voor christenen inderdaad een reële vraag. Ieder christen heeft twee paspoorten en wordt vroeg of laat voor de vraag gesteld: waar ligt je diepste loyaliteit? Een goede vraag. Wij zijn burgers van een hemels koninkrijk, staat in de brief aan de Philippenzen hfst. 3 (:20), maar tegelijk beroept dezelfde apostel zich ook op zijn Romeins staatsburgerschap, als hem dat goed uitkomt (Handelingen 16 en 22). Hij maakt er dus wel gebruik van, ja stelt er zelfs zijn eer in!
De vraag die wij hier stellen: brengt regeringsdeelname krachtens het ene paspoort ons niet op gespannen voet met ons andere paspoort? Pluche kleeft... wat gebeurt er met pelgrims op het pluche? Die vraag is de apostel Paulus nooit gesteld. Want tot regeren werd hij nooit geroepen. Maar voor ons is het een reële vraag: hoe verhoudt zich het ene tot het andere? Die vraag stellen wij ons vanavond.
Eigenlijk een beetje wereldvreemd, want intussen zijn er wel twintig eeuwen verstreken waarin de kerk zich danig geroerd heeft in de wereld van de politiek. Hoe lang je het Constantijnse tijdperk ook door laat lopen (tot de Engelse, de Franse, de Amerikaanse, of de Russische revolutie...) één ding staat wel vast: wij hebben vele eeuwen achter ons in m.n. de Europese geschiedenis waarin christenen hebben deelgenomen en soms het voortouw hebben genomen in regeringen van onze landen. Speelde dit besef een rol? En dichter bij: speelde dit een rol in onze traditie?
Historisch voorbeeld (Ter inleiding)
Want het was in de 19e eeuw dat zich de grote wending voltrokken heeft, weg van de op christelijke fundament opgetrokken christelijk-Europese cultuur naar de humanistische zelfontplooiingscultuur van de twintigste eeuw. Groen van Prinsterer stond daar midden in. Hoogtepunt in zijn leven is voor mij de toespraak die hij hield in 1867 voor een vergadering van de mede door hem opgerichte en later weer ter ziele gegane Europese Evangelische Alliantie, waarin hij met grote bewogenheid onder woorden bracht welk drama zich in zijn dagen had voltrokken, hoe er zich in de diepte een wending had voltrokken, zichtbaar in de Franse Revolutie.
Aan het eind van de 19e eeuw heeft de filosoof Nietzsche deze wending laten verwoorden door Zarathoestra, als deze rondloopt in de avondschemering en zegt: ik kom te vroeg, mijn boodschap wordt nog niet gehoord: God is dood en wij hebben hem gedood... Groen van Prinsterer bracht dit 30 jaar eerder al onder woorden. Had men toen nog iets kunnen doen? Als men naar deze stem gehoord had? Ik weet het niet.
Woestijn met oases
Toen ik opnieuw het leven van Groen van Prinsterer bestudeerde, dit keer aan de hand van dr R. Kuiper en H.W.J. Mulder, kreeg ik als overweldigende impressie dat dit wellicht het eigenlijke geheim is geweest van het leven van Groen van Prinsterer.
Eerst dacht ik dat Groen vóór 1857 schamlos zu Hause (Bonhoeffer) was in onze cultuur. Hij geloofde in een christelijke staat, met een christelijke openbare school, tot hij bij de nederlaag in de schoolstrijd besefte dat hij niet langer thuis was in dit Holland en er hooguit nog een oase van een aparte christelijk nationale school in kon creëren.
De lezing van de twee genoemde boeken heeft mijn gedachten veranderd. De eigenlijke wending was er al eerder, toen Groen tijdens een ernstige ziekte in 1833 zijn leven totaal en alleen aan Jezus Christus toewijdde. Ook is het apart om te lezen hoe Groens vrouw Betsy bij het betrekken van het prachtige huis in Den Haag in 1837 aan De Clercq schrijft: “Het is een zeer mooi huis, menigmaal denk ik, te mooi voor vreemdelingen en bijwoners, dan weer schept mijn ijdele hart er genoegen in.”
In terugblik
Dat dit zo was komt met name naar voren, als Groen van Prinsterer zelf aan het einde van zijn leven de balans opmaakt. Tussen 1874–76 (zijn overlijdensjaar) schrijft hij over zijn eigen loopbaan in terugblik: “Ik was een vreemdeling in eigen land.” En toen hij stierf had hij de bijbel open liggen bij Openbaring 7:13-17 bij de vraag: Wie zijn het die komen uit de grote verdrukking? En bij zijn graf zei men: hij heeft eigenlijk maar weinig bereikt...
Vanuit het einde gezien moeten wij het zo zeggen: dezelfde Groen, die als geen ander de geschiedenis van Nederland beschreef als de geschiedenis van een christelijk land, heeft gaande de eeuw steeds dieper beseft dat dit maar een fase was, een oase was in de woestijn van een cultuur waarin de mens zelf steeds meer zijn bestemming in eigen hand gaat nemen. Dat verklaart waarom hij in zijn eigen tijd altijd een tegendraadse figuur was, inderdaad een vreemdeling in eigen land.
1. Vreemdeling in eigen land (Bijbelstudie)
Bij Groen van Prinsterer zit er in die uitdrukking iets zuurs, zelfs iets bitters. Laten we maar gewoon zeggen: hij kon het niet uitstaan dat een zo mooie geschiedenis, met zoveel blijken van Gods goede hand, nu ineens afkalft tot een natie van zelfontplooiers, met als hoogste waarden die van het materialisme. “Daar wil ik even niet bij behoren...”, dat hoor ik hem zeggen.
Toch is daar veel tegen in te brengen: want waar wordt ons in de bijbel ooit een rozentuin (zo’n christelijke cultuur) beloofd? Was die rozentuin wel echt een rozentuin? En als die er was: was het niet, gezien in de grote loop van de geschiedenis alleen maar een fase, een oase? I never promised you a rose garden...
Ik denk dat Groens latere diepere beleving van “Ik leef in een vreemde wereld en kom uit de grote verdrukking” veel authentieker tot uitdrukking bracht waar God hem en ook ons hebben wil, namelijk dat wij blijvend moeten beseffen dat hoe ook de oases mogen zijn, die God ons in zijn goedheid schenkt, de levensreis door een in zonde gevallen en gebroken wereld altijd een woestijnreis blijft.
Voorbeeldig geloof
In Hebreeën 11 ontmoeten wij een bijbels model van het vreemdelingschap in de persoon van Abraham. Vader van alle gelovigen, geroepen tot vreemdelingschap. Zwervend in de woestijn op weg naar het beloofde land, maar daar aangekomen levend in het land der belofte als in een vreemd land. Hier is het vreemdelingschap niet een zure conclusie na een weinig succesvol leven, maar een avontuur, een roeping, die de wereldgeschiedenis ingrijpend veranderd heeft.
Door zijn geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg naar een plaats die hij in bezit zou krijgen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen. Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten, omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd. — Hebreeën 11:8-10
Hij trok naar het land der belofte, waarin hij leefde als vreemdeling. Vreemdeling in eigen land is dus wel degelijk een bijbelse uitdrukking. Alleen bij Abraham is het zonder nostalgie, zonder bitterheid, zonder gevoel van vergane glorie. Integendeel: hier in Hebreeën is het heel hoopvol en tegelijk ook paradoxaal. Kan dat wel? Dat je vreemdeling bent en tegelijk thuis?
Spanning
Het is uitgerekend deze spanning die in de beleving van het vreemdelingschap is verloren gegaan. Van de civitas dei gedachte in de middeleeuwen, tot Calvijns sobere minimalistische stelling dat wij alleen geroepen zijn om op weg naar het eeuwige vaderland deze wereld te gebruiken, van Bunyans wereldmijding naar Kuypers cultuurmandaat... steeds weer zien wij dat de pendel van het ene uiterste naar het andere doorslaat. Van bouwers van het Koninkrijk naar: Trek u terug uit deze zondige wereld en zondert u van haar af!
In Hebreeën 11 wordt gezegd dat het nu juist de dubbelheid is die Abraham kenmerkt. Aan de ene kant: ja, wij zijn vreemdeling hier op aarde. Dit Kanaän is nog in de hand van vreemde machten, maar tegelijk: het wordt straks van ons. Het is ons toekomstig eigendom. Abraham leefde als vreemdeling in het land van de belofte, dat hem als eigendom was toegezegd.
Bijbels begrip van vreemdelingschap
Vreemdelingen en bijwoners waren in Israël mensen die tot een ander volk behoorden maar in Israël woonden. Ze waren geen vluchtelingen of tot slaaf gemaakte overwonnen vijanden. De ger had bepaalde rechten. Er staat in het Hebreeuws niet nokhri — dat is echt de vreemde, de buitenlander, die angst inboezemt — maar ger is de inwonende vreemdeling. Denk aan Ruth.
In Leviticus staat dat Israël zelf altijd ten diepste zo’n vreemdeling blijft, zelfs in het beloofde land. “Jullie zijn slechts vreemdelingen die bij mij te gast zijn”, zegt de Heer tegen Israël (Lev. 25:23). Dat wordt door de apostelen in het N.T. overgenomen en toegepast op de gemeente van Christus. Ek-klesia = geroepen uit deze tegenwoordige wereld, om het eigendom te zijn van een andere Heer, en burgers van een ander Koninkrijk. (1 Petrus 2:11; 1 Kor. 7:31; Phil. 3:20)
Toekomstige eigenaars
Het komt erop aan hier goed op te letten: deze vreemdelingen moeten blijvend beseffen dat hun eigendom nog toekomstmuziek is. Zij moeten leven met het oog op het Koninkrijk, dat andere Rijk met Jezus als de Koning, dat straks heel de aarde vervullen zal. Sterker nog, zoals aan Abraham het land Kanaän was beloofd als een soort proefpolder, zo is aan ons deze aarde als schepping van God beloofd, ten eigendom. (Romeinen 8:21 e.v.)
Pelgrims?
Omdat dit toekomstmuziek is en wij ernaartoe onderweg zijn wordt deze vreemdeling ook wel eens omschreven met pelgrim. Wat opvalt in de Hebreeënbrief is het ontbreken van deze bewoordingen. Juist waar er sprake is van het op weg zijn naar het hemelse Jeruzalem, juist dan valt het op dat de schrijver heel bewust niet het woord pelgrim gebruikt maar het oudtestamentische begrip vreemdeling en bijwoner. Sla de concordantie op van bijbelse woorden en je ontdekt tot je verbazing dat het woord pelgrim nergens in de bijbel voorkomt. Het is pas later in het christelijk vocabulair binnengedrongen (denk aan Bunyans Pelgrimsreis).
Pelgrims op het pluche
Wat doet een pelgrim op het pluche? Inderdaad: hij moet voort! En pluche kleeft. Een pelgrim hoort niet op het pluche! Maar wie vreemdeling is in het land dat straks van hem is, kan soms net als Abraham tot medeverantwoordelijkheid geroepen worden! Soms zit hij op het pluche... net als Daniël. (Al moet erbij gezegd worden dat het hem ook soms in de gevangenis of de leeuwenkuil bracht...)
Tussen D-day en V-day
Duidelijk is dat Abraham als geloofsgetuige ons hier ten voorbeeld wordt voorgehouden. Wat Kanaän was voor Abraham (in het klein) is de aarde als geheel voor ons, met de volkerenwereld en de natuur, met mens en dier. Enerzijds wacht heel de schepping op het openbaar worden van de zonen van God, de finale V-day. Want dan wordt ze bevrijd van die vreemde machten (Romeinen 8:18-22). Tegelijk weten we dat we nu nog in de hongerwinter leven, om het in het beeld van Cullman te zeggen: we leven tussen D-day en V-day. Er is een bruggehoofd gelegd, maar tegelijk is er nog niets te zien, want dit is nog onder vreemde machten (Efeziërs 6:12).
2. Uitwerking
Pendelbeweging
Wat je nu ziet in de geschiedenis van de christelijke politiek is een pendelbeweging, steeds van de ene pool naar de andere. Neem die eerste pool van ons vreemdelingschap. Hoe vaak is dat besef niet weggezonken. Vooral in de oasetijden van het Christendom. Toen Bonhoeffer terugkeek in de oorlog als gevangene van de Nazi’s schreef hij in zijn gevangenisbrieven: “Ik denk vaak terug aan de tijden van vóór de oorlog: Wat hadden wij het goed, maar ook besef ik nu: wat voelden wij ons thuis: schamlos zu Hause.”
En in diezelfde tijd dichtte in het gereformeerde Nederland H. van Randwijk:
Wij, zonder buidel uitgezonden,
Om te genezen waar wij konden,
Te zegenen waar anderen slaan,
Te vroeg vertraagde onze voet,
Wij hebben ons een fort gemetseld,
Rondom een volk dat trekken moet.
Wie alleen let op: de aarde is van ons en wij hebben daarin een cultuurmandaat, die verliest die andere pool uit het oog, namelijk dat wij daarin wel vreemdelingen zijn. Dat wij geen beloften hebben dat de wereld gered en rechtgezet wordt door onze gezamenlijke inspanning. Daarvoor is deze wereld te diep aangetast.
Kameleon-christenen
Stephen L. Carter, professor aan de Yale University en befaamd schrijver over christelijke politiek zegt: “When a religious community becomes too regularly involved in politics, the community loses touch with its own best self and risks losing the power and the obligation to engage in witness from afar, to stand outside the corridors of power and call those within to righteousness. Inevitably it winds up softening its message, compromising doctrine to make it more compatible to a public that might remain unpersuaded by the Word unadultered.”
Dick Keyes van L’Abri USA noemde dit: cameleon christianity. Kameleon-christenen, die de kleur aannemen van hun omgeving. Er verdampt iets als wij te diep en eenzijdig alleen bij deze eerste pool blijven staan: wij verliezen de kracht van het profetisch getuigenis, de diepe afhankelijkheid van God, gebed, het goede besef van onmacht en wat Schaeffer noemde de active passivity.
Wereldmijding
Aan de andere kant: hoe vaak hebben christenen in verleden en heden zich in een begrijpelijke reactie op deze wereldgelijkvormigheid niet teruggetrokken in een soort van wereldmijding. Ik denk aan de anabaptisten en minder extreem de piëtisten. Abraham was een groot herdersvorst, hij groef putten, verdeelde het land tussen zich en zijn neef, hij deed mee met een gerechtvaardigde oorlog, hij liet zich zegenen door een priester, verwekte kinderen, kortom was volop ook als vreemdeling cultuur en politiek betrokken.
Vergeestelijking
Wie de geschiedenis nagaat van de eenzijdige wereldmijders, zal bij hen altijd een stuk vergeestelijking aantreffen van het toekomstig koninkrijk. Er zit vaak een platonische trek in. De aarde is het aardse jammerdal en het lichaam een kerker van de ziel. Wat hier gemist wordt is de op de bijbel gefundeerde verwachting van het koninkrijk, dat deze wereld zal transformeren en dat zijn schaduw reeds vooruitwerpt. De apostel Paulus noemt dat de eerste aanbetaling of ook de eerstelingen van de toekomstige oogst.
Grondhouding: Detached-attached
Het bijbelse begrip van vreemdelingschap kan alleen in zijn tweepoligheid ons helpen om de vraag naar regeringsdeelname te beantwoorden. Wij zijn ertoe geroepen om in een spanningsveld te staan tussen enerzijds: ja, wij zijn vreemdelingen op aarde... en anderzijds: maar we zijn wel de toekomstige eigenaars! Die paradox leidt eerst tot een bepaalde grondhouding, die om onderhoud vraagt, en daarna tot bepaalde tijdgebonden keuzes.
De grondhouding laat zich het best omschrijven als detached-attached. Of in het Nederlands: gehecht-onthecht. Los-vast op zijn kortst.
Linkser dan links en rechtser dan rechts
Ik zie die grondhouding als een geestelijke houding die geheel verschilt van het slappe midden, of een soort compromis. Nee, het gaat hier om twee keer honderd procent. Mijn leermeester in Leiden prof. H. Berkhof zei: wij zijn als het erop aankomt linkser dan links en rechtser dan rechts. Geen slap midden maar twee in het extreem.
Om een voorbeeld te noemen: onze inzet voor het milieu. Global warming! Als wij ons inzetten voor het behoud van de natuur, dan hebben wij er meer redenen voor dan GroenLinks, die dit ook wil. Bij mij schieten gedachten van Psalm 8 door het hoofd: zon, maan en sterren en heel de aarde, met alles wat erop wemelt, zijn het werk van Gods hand. Wij hebben een absoluut belang. Wij zijn groener dan groen. Maar tegelijk zijn wij als het goed is hierin ont-hecht, niet ideologisch gevangen: deze wereld is een menscentrale wereld en moet door de gloed van het gericht heen. Deze aarde blijft én zij verdwijnt (zoals ze nu is). Noem het maar verwarrend wat ik hier zeg, maar die verwarring hoort bij het attached-detached.
3. Praktisch-politieke toepassing
Ik heb mij afgevraagd: wat zijn in ons land (en in onze steden op kleinere schaal) nu de meest urgente problemen en hoe moet ik mij bij de keuze waaraan ik prioriteit wil geven, laten leiden door het bijbelse principe van het vreemdelingschap? Ik deel die urgente gebieden in in drie velden: recht, zorg en moraal.
1. Het recht
Voor mij dragen alle regelingen die nodig zijn op het gebied van het recht het kenmerk van noodzakelijkheid (attached) en voorlopigheid (detached). Recht geneest niet, maar recht is wel heel belangrijk omdat het het leven gaande houdt. Bij detached behoort het besef dat deze wereld ontspoord is en overheden bij uitstek broedplaatsen van verzet tegen God zijn (Psalm 2), maar tegelijk naar hun bedoeling zijn zij het die het recht handhaven en bij het attached behoort het besef dat wij haar nodig hebben.
Zo houdt het rechtsbestel de weg naar de toekomst open, die zeker komen zal. Een samenleving met recht floreert daarom nog niet, maar maakt wel floreren mogelijk. Deze grondhouding leidt tot gezond en integer bestuur. Daar gaan we voor als Christen Unie!
2. Zorg
Wat zorg betreft: naast bestuurlijke zaken gaat de meeste aandacht naar wat ik noem de donkere plekken in de stad. Met onderdrukte problemen zoals vereenzaming (de oogst van een doorgevoerde individualisering), vooral onder ouderen, verveling bij jongeren, en verslaving. Er zijn vrouwen in de prostitutie met mensonterende omstandigheden. Er zijn loverboys actief, en tegenwoordig ook lovergirls. Achterstandswijken, hangjongeren, huiselijk geweld...
Zorg heeft daarom onze eerste aandacht. Rouvoets keus voor jeugd en gezin ligt helemaal in deze lijn. Prof. Dingemans zegt tegenover de gedachte dat dit een soort softe insteek is, dat het hier juist gaat “om een radicalisering van de bestaande wetgeving in de richting van gerechtigheid (tsedaqa) en vrede (sjaloom)... Gerechtigheid moet gedaan worden en het heil geëffectueerd.”
Daarom zal onze bijdrage vooral moeten plaatsvinden in de vorm van een daadwerkelijke ondersteuning op diakonale wijze: een time-out house voor mishandelde vrouwen, een pilot laaggeschoolden werk, een gemengde Forumschool — de appelboom van Luther. Overtuigend door argumenten en in onderscheid tot de iustitia distributiva (de ideologie van de gelijkheid) juist de iustitia compassionis: de barmhartigheid van Christus!
3. Ethiek
Tenslotte de morele vraagstukken. Die dienst van barmhartige gerechtigheid moet zich zeker ook uitwerken in de omgang met ethische dilemma’s. In Utrecht waren dat: de poster, winkelsluiting op zondag, legalisering van de prostitutie, het homohuwelijk.
Attached betekent dat wij nooit kunnen geloven dat abortus erbij hoort: een land dat zijn eigen komende generatie doodt, roept het oordeel af. Maar detached betekent: wij zijn God niet. Deze samenleving is niet ok, maar wij hebben ook niet de belofte dat wij hem recht zullen zetten. Dat komt van gene zijde. Wij kunnen hooguit een andere wind laten waaien, of zoals Paulus zegt: een geur zijn ten leven.
Laat los de idee dat wij onze waarden mogen of kunnen opleggen aan deze samenleving, maar bijt je vast in de mogelijkheid om ideeën te bespreken, harten te winnen, de diepste drijfveren blootleggen en zo de ogen openen voor wat het leven waarde geeft. Juist op het vlak van relaties, gezin, kinderen, opvoeding, trouw en sexualiteit hebben wij veel te bieden!
Samenvatting
Welke verschuiving brengt dit perspectief aan in de politiek die wij voorstaan?
- Wie zich met Abraham vreemdeling weet, let toch eigenlijk meer op de toekomst dan op het verleden, is meer visionair dan strateeg. Pilotplan-achtig. Meer issue-gericht, een bloemetje in het beton. Detached betekent: het beton krijgen wij niet weg, attached: het bloemetje laat zien welke kant het uitgaat.
- Hij trok uit (Abraham): zonder te weten waar hij komen zou. A sense of adventure is heel belangrijk. Het heeft alles te maken met meer geloven in de Heilige Geest. Leiding van God. Het moment proeven en het goede moment niet missen.
- Meer gericht op vrucht dragen dan op succes hebben. Niet allereerst: hoe kunnen we effectief zijn, maar hoe kunnen wij gehoorzaam zijn (Yoder). Het vreemdelingschap leert ons de kunst van het loslaten.
- Met die visie gaan we aan de slag. Vrolijk en humoristisch, omdat wij kunnen relativeren, maar tegelijk ook radicaal en renoverend. Wij kunnen en hoeven niet het hele veld te ontwikkelen, maar laten we in gebed kiezen wat de Heer ons hier en nu te doen geeft. Meer tekenen dan balken.
4. Terugkoppeling aan het verleden
Zendingsbevel
Eerst is de politieke betrokkenheid gebaseerd op het zendingsbevel: “Maakt alle volkeren tot mijn discipelen” (Mattheüs 28:18). Dat is in de loop van de middeleeuwen uitgewerkt in het opbouwen van een christelijk rijk. Er waren goede vruchten en kwade. Overal kwamen er ziekenhuizen en weeshuizen en tegelijk werden de Saksen met het zwaard bekeerd. De nieuwe orde van Gods koninkrijk werd vaak met de middelen van de oude orde gerealiseerd.
Cultuurmandaat
En toen kwam Abraham Kuyper: hij baseerde de politieke roeping op de cultuuropdracht van Genesis 1:28. Maar het is waar wat Douma samenvattend van A. Kuyper zegt: “Hij poneert wel de vreemdelingschap, maar zij doortrekt zijn beschouwingen over de gemene gratie allerminst. Daardoor ontbreekt de gereserveerdheid tegenover dit leven, die Calvijn kenmerkt.”
Zodra het cultuurmandaat een zelfstandigheid krijgt ten opzichte van het zendingsbevel — en dat is niet denkbeeldig — dan hebben wij een grote fout gemaakt. Dan is het vreemdelingschap vergeten. Wij doen alsof wij het huis al in bezit hebben!
Inbreng evangelische beweging
Hier zie ik de taak van de evangelische beweging. De Christen Unie is juist hierin verschillend van de oude Anti-Revolutionaire Partij, dat zij twee stromen in zich verenigt. Er begint zich eindelijk een verzoening af te tekenen tussen de Opwekkingsbeweging en de Reformatie.
Wat zij mee inbrengen is de nadruk op het werk van de Heilige Geest, het gebed en de leiding van God juist in onze inzet voor de samenleving. Het oude doperse geluid van verachting van de schepping is weggevallen en in de plaats gekomen is een fris ondernemerschap o.l.v. de Geest, als onderpand. Geen grote dromen over een christelijke cultuur. Een diep besef van de afgodische machten waaronder deze wereld zucht met een verlangen daarin toch een voorproefje te mogen geven van wat wij verwachten.
Voortekenen
Dat laat ons niet werkeloos achter. Daarin heeft Kuyper weer gelijk, die al in 1880 zijn gevleugelde woorden sprak over: “geen duimbreed van heel het terrein van menselijk handelen, waarvan Christus niet zegt: ze is van Mij.”
Conclusie
Het bijbels besef van ons vreemdelingschap is onmisbaar bij de inzet voor een christelijke politiek: het helpt ons voortdurend alert te zijn tegen het gevaar van verwereldlijking: het schamlos zu Hause zijn, triomfantalisme, kameleon-christianity.
Het kan echter niet worden aangevoerd om onze politieke verantwoordelijkheid af te wijzen en de lijn van wereldmijding te volgen — wij zijn vreemdeling in eigen huis.
Tenslotte: het vreemdelingschap biedt een basis voor de oefening in een grondhouding van enerzijds-anderzijds, attached-detached, de kunst van het loslaten en de wijsheid van het je vastbijten, in pilotplans, tekenen, fragmenten van levensherstel, geleid door de Heilige Geest.
Met als laatste het politieke devies: tegenover de Franse revolutie de Abramitische!
Literatuur
- J. Calvijn, Institutie, deel 3, hfst. IX en X
- Kontekstueel jg. 18 nr. 1 — “Vreemdelingschap in een belevingscultuur”
- R. Kuiper, Tot een voorbeeld zult gij blijven, Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 2001
- H.W.J. Mulder, Groen van Prinsterer, staatsman en profeet, ’t Wever Franeker, 1973
- Dr. C. v.d. Waal, De wereld onze woning, 2004
- J. Douma, Algemene genade, Oosterbaan en Le Cointre, 1974
- D. Bonhoeffer, Widerstand und Ergebung, Siebenstern Taschenbuch, 1966
- H. van Randwijk, Op verbeurd gebied
- Stephen Carter, God’s Name in Vain, Basic Books, 2000
- D. Keyes, Christenen boven het maaiveld, Navpress, 2003
- F.A. Schaeffer, Leven door de Geest, Buijten Schipperheijn
- G. Dingemans, Religie in een democratische samenleving, Kok, Kampen, 2007
- W.H. Velema e.a., Ethiek en pelgrimage, Ton Bolland, Amsterdam, 1979
- Ad de Bruijne, Levend in Leviathan, Kok, Kampen, 2006
- Stefan Paas, Vreemdelingen en priesters, Boekencentrum, Zoetermeer, 2007
- Miroslav Volf, Exclusion and Embrace, Nashville, 1996
- Richard Lovelace, Dynamics of Spiritual Life