zondagmorgen 21 mei 2000 · Wim Rietkerk

Gemeente van Christus, We zijn deze lezingen begonnen met een kinderlied. Dat was een vraag: 'Is je deur nog op slot?' (Is je deur nog op slot, doe hem open voor God, want de Heer wil bij je wonen en dan ben je nooit alleen). Dat is natuurlijk niet alleen een vraag aan de kinderen. Juist wij ouderen zijn er heel goed in om de deur van ons hart op slot te houden, de grendel erop, niemand erin, zeker de Heer niet. Als er één gebied is waar we de deur helemaal op slot houden, is het wel de schatkamer van ons leven, op het vlak van geld en omgang met geld. Het is gek, je kan, zeker tegenwoordig, overal met mensen over praten in een geest van openheid. Maar er is één ding waar je nooit naar moet vragen en dat is: hoeveel verdien je? Je kan op huisbezoek heel veel vragen, maar: "Hoeveel hebben jullie eigenlijk over en wat doe je ermee?", ik zou wel eens willen weten wie die vraag op huisbezoek ooit gehad heeft. Zulke vragen stel je niet. Merkwaardig, in een tijd van openheid op alle gebied. Vroeger lag er een taboe op seksualiteit, nu op geld en omgaan met geld. Dat in een tijd waarin je overal de koersen ongevraagd door de media aangeboden krijgt.

De AEX -index enzovoorts, alsof alle mensen op ieder moment moeten weten hoe die koersen zijn op de beurs. Dat vind ik heel bijzonder en dat is te meer reden om te luisteren naar het evangelie. Ik begrijp trouwens best waarom mensen er niet over willen spreken. Dat komt omdat, zodra je over geld en hoe je dat gebruikt, spreekt, je direct bang bent voor een scherp oordeel. Wij hebben de neiging om op het gebied van geld en het uitgeven daarvan, direct met ons commentaar klaar te staan. We weten voor een ander altijd precies hoe hij dat moet doen en we heffen direct de wijsvinger. Dan durf je niet meer, dan kom je er ook niet meer mee. Maar het kan wel anders, daar zou ik vanmorgen een aanzet toe willen geven. Dan denk ik vooral aan wat de Here Jezus altijd vertelde over geld en bezit. De gelijkenis over talenten en ponden, de contacten die Hij had met mensen als Zacheüs en de rijke jongeling. Op de lijst met onderwerpen waarover Jezus sprak staat het Koninkrijk van God veruit aan de top. Maar weet u wat op de tweede plaats komt, als je alle onderwerpen, huwelijk, opvoeding enz naast elkaar zet en je vergelijkt hoeveel keer Jezus over al die onderwerpen gesproken heeft?

Dan staat geld op de tweede plaats. Zo vaak sprak Hij daarover. Het zou natuurlijk fantastisch zijn als we er vanmorgen feeling voor zouden krijgen dat Hij er op een ándere wijze over spreekt. Niet moraliserend maar bevrijdend, dat is zijn bedoeling. Hij wil dat we er zo over spreken dat het ons bevrijdt, dat we er over durven praten en in plaats van elkaar te beleren en te betuttelen en de vinger op te heffen, proberen in te leven en dingen te delen. "Wat doet geld jou?" is een hele mooie vraag. Niet: "Wat doe jij met je geld?", want dan krijg je direct het gemoraliseer. "Wat doet geld jóu?", daar is Jezus steeds mee bezig. Als we samen weten wat het ons dóet, dan kan je ook zeggen wat je er mee móet, dat komt op de tweede plaats. Geld, heel belangrijk. Ik moet denken aan een bekend citaat van Maarten Luther, die zei: Een mens moet zich op drie punten bekeren: z'n hart, z'n verstand en z'n portemonnee. Maar dan niet in de sfeer van wat er allemaal moet, maar juist in de sfeer van de bevrijding. Daar wil ik mee beginnen. Als je die uitspraak proeft, midden in dit gedeelte uit Lukas over geld en omgaan met geld, dan moet ons direct iets heel bijzonders treffen.

Dat is die bijzondere benaming, dat Jezus geld niet geld noemt. Hij had best kunnen zeggen: "Ik zeg u, maak u vrienden met behulp van het geld dat je voor onrechtvaardige doelen kan gebruiken", maar Hij doet het niet. Hij noemt geld niet geld, maar 'de onrechtvaardige Mammon'. Dat Aramese woord 'Mammon' waar niemand precies van weet waar het vandaan komt, -het lijkt het woordje 'amen' in zich te hebben, dus het lijkt een element in zich te hebben van vertrouwen. Noemen wij -maar nu begeef ik me op glibberig vlak- sommige holdings ook niet trusts? Dat woord 'trust' zit vaak, op financieel gebied, ergens in mooie namen. In het woord 'Mammon' zit ook iets van wat je absoluut kan vertrouwen. Maar het is geen typering op zichzelf, het is een eigennaam. Daarom staat het steeds weer met een hoofdletter, zoals Moloch staat voor de god van de oorlog, zo was Mammon een eigennaam voor de god van het geld en bezit. Jezus wilde daarmee zeggen: "Geld is niet neutraal." We zijn allemaal geneigd om dat te zeggen, vooral in de kuiperiaanse traditie in de gereformeerde kerk leggen we de nadruk op het rentmeesterschap.

Dan zeggen we: geld is neutraal, het hangt er maar vanaf wat je ermee doet, je moet er als een goed rentmeester mee omgaan. Taal die we allemaal verstaan. Dat zou Jezus niet doen. Hij noemt geld niet neutraal, zelfs niet naar z'n verleidende kracht, maar Hij noemt het letterlijk een god, een afgod. Hij zegt: "Het is de Mammon." Dat is het eerste wat opvalt, dat Jezus geld ziet als een bovennatuurlijke macht, een demonische macht, die gekwalificeerd wordt door onrecht. Er is in Jezus' ogen geen schoon geld. Niet omdat met dit symbool, een papiertje of een stukje metaal, iets vies aan de hand is, maar omdat het, aan zichzelf overgelaten, onlosmakelijk steeds weer gezogen wordt in de richting van het onrecht. Daar zit een kracht achter die bovenmenselijk en bovennatuurlijk is, het is een Mammon. Iemand heeft eens gezegd: 'wat de Heilige Geest is in de kerk, dat is het geld in de wereld. Het is alomtegenwoordig, almachtig, het verleent aan de mens zijn waarde, geld bepaalt de rangorde van belangrijkheid, geld stelt je in de vrijheid. Maar geld geeft je ook een schuldgevoel. Schuldgevoel en vrijspraak.' Als je dat zo nagaat, zijn het allemaal goddelijke eigenschappen.

Let maar eens op de koorts en de opwinding die er permanent heersen op de Amsterdamse geldbeurs. Grillig beschikt de Mammon over wel en wee van zijn slaven. De één wordt gedegradeerd, de ander verheft hij ten troon. Zenuwen zijn tot het uiterste gespannen. En net als bij het penaltyschieten bij een Cupfinale denk je echt dat de hele wereld hier op het spel staat, je eeuwige geluk of ongeluk, verkiezing of verwerping, ze liggen in de hand van deze macht. Bevrijdend Zo sprak Jezus erover. Maar proef je dat, zodra Hij er zo over spreekt, Hij tegelijkertijd aan de kaak stelt en ontmythologiseerd? Hij neemt geen blad voor de mond, doorbreekt alle taboes en zegt: "Het is gewoon een surrogaatgod. Want wie er op vertrouwt merkt dat het breekt als een riet in je hand." Niet neutraal dus. Nee, er staat stroom op, het is geladen, dus voorzichtig ermee, een gewaarschuwd man telt voor twee. Het zuigt je direct naar de wereld van het onrecht. Dat is het ene wat Jezus ervan zegt. Ik vind het onderwijs van Jezus dubbel. Het ene wat Hij zegt is een hele ontmaskerende typering.

Je zou zeggen, als je hoort wat Jezus zegt: 'Als dat geld stroomgeladen is, bovennatuurlijk en demonisch stroomgeladen is: handen er van af dus!' Iets wat met zulke krachten geladen is daar moet je je vingers niet aan branden! Daar vinden we nu die wondere pendelbeweging, een soort van verrassing in Jezus onderwijs. Hij zegt niet: "Handen ervan af! Laat je er niet mee in, ga in een klooster, trek je terug uit de wereld!" Nee, wat Jezus zegt is veel meer bevrijdend, Hij spreekt ons aan op ons koningschap. Hij zegt: "Weet je wat je moet doen? Dat geld, wat op zichzelf besmet is, moet je voor het omgekeerde gebruiken dan waar het je naar toe trekt." Dat vind ik iets koninklijks hebben. Daarom zegt Jezus: "Maak jezelf vrienden -en daar moet je de nadruk op leggen- met behulp van de onrechtvaardige Mammon!" Op dat woordje vrienden moet je nadruk leggen, want normaal schept geld geen vrienden. Dat denken mensen wel, maar dat gebeurt niet. Het is de aard van deze Mammon dat het juist mensen van elkaar vervreemdt. Heel erg rijke mensen zijn vaak heel eenzaam. Ik moest trouwens ook denken aan het verschil tussen Afrika, dat arm is, en wij Europeanen die rijk zijn.

Want wij allemaal zijn die rijken. Als je je oor te luister legt hoor je in Europa de klacht van eenzaamheid. Ja, alle mensen hebben hun natje en droogje, zelfs over: de Mammon, maar het maakt mensen wel eenzaam, het vervreemdt van elkaar. Die klacht hoor je in Afrika nooit, let daar maar eens op. Daar zijn mensen samen, daar hebben ze een gemeenschap. Typisch is dat. Geld vereenzaamt, geld maakt vijanden, geld vervreemdt mensen van elkaar. Geld doet oordelen over elkaar, daar zei ik al wat over. Als je op het punt van opvoeding een fout maakt is daar heel veel begrip voor. Als je op het gebied van seksualiteit scheef gaat, daar hebben mensen ook nog wel begrip voor. Maar als iemand financieel fout gaat en verkeerde dingen doet: genadeloos wordt hij afgestraft. De Mammon is een harde meester, en maakt mensen die vrienden waren tot vijanden. Daarom zegt Jezus hier dus iets heel tegendraads. "Juist daarom", zegt Hij, "moet je geld gebruiken in precies de omgekeerde richting als waar het je heen drijft. Maak je er vrienden mee!" Dat verduidelijkt Hij dan met het verhaal van die onrechtvaardige rentmeester. Die rentmeester kreeg zijn congé, zijn ontslag aangezegd.

Waarschijnlijk is het een waar gebeurd verhaal, misschien heeft het in de krant gestaan. Hij had geen mens om op terug te vallen. 'Wat moet ik doen?', dacht hij. 'Spitten kan ik niet, voor bedelen schaam ik me.' Die man was wel ontmaskerend eerlijk voor zichzelf. Spitten is trouwens een kunst, en als je alleen maar achter je bureau hebt gezeten dan heb je daar geen respect voor, maar het is een kunst. 'Spitten kan ik niet en voor bedelen schaam ik me', denkt hij. Toen kreeg hij een idee. Hij dacht: 'Nu heb ik nog tekenbevoegdheid, met wettelijke sancties! Bevoegdheid om geld te beheren dat me is toevertrouwd. Ik zorg dat ik er vrienden mee maak, als ik dan straks op straat sta kan ik op die vrienden terugvallen.' Een logische gedachtegang, en zo deed hij. Tegen de ene schuldenaar zei hij: "Je bent honderd vaten olie schuldig, -dat is ongeveer vier jaarsalarissen-, schrijf maar vijftig!" Dat is een vermindering van de schuld met twee jaarsalarissen. Een groot bedrag dus. Bij de tweede zei hij: "Je bent honderd zakken tarwe schuldig, schrijf maar tachtig." Ook daar een vermindering van minstens een jaarsalaris. Dat was mooi! Die arme pachters sprongen een gat in de lucht.

Zo'n gift die in de tonnen loopt vergeet je niet! Als je zo'n liefdadige gever later nog eens tegen komt, dan doet dat je wat. En als hij zonder onderdak is en zonder warm eten, dan herinner je je dat en zeg je: "Man kom binnen, ik ben blij dat ik wat terug mag doen!" Daar ligt het punt van vergelijking. Als ik aan het slot lees: 'zijn heer, -de heer van de rentmeester- prees hem, dan moet ik zeggen dat die heer wel een enorm groot hart had. Het kon hem blijkbaar niet schelen dat de rentmeester op het laatste moment betrekkelijk vrijelijk met zijn bezittingen was omgesprongen, om het eufemistisch te zeggen. Maar hij dacht -en dat vind ik de grootheid van zijn hart-: 'dat is toch slim van die man!' Jezus zegt: "Zo slim zijn nu mensen in de wereld. Die gaan berekenen: wat kan mij morgen overkomen? En dan stellen ze daar vandaag een slim beleid voor op. Zo zouden wij veel slimmer met onze aardse goederen moeten omgaan. Ik probeerde het in een beeld van vandaag om te zetten. Stel je voor dat je zou weten dat de president van de Europese bank, Duijsenberg, vanaf vandaag op ieder willekeurig moment de hamer op zijn tafel kon slaan en vanaf dat moment zijn alle guldens waardeloos.

Stel je voor dat hij dat zou doen en dat hij het niet van te voren zegt. Je weet dan: 'ieder moment kan het gebeuren', wat ga je dan doen met je guldens? Wat zou u doen? Ik weet het best: die laat je natuurlijk niet op de bank staan. Je zou wel gek wezen, morgen zijn ze allemaal waardeloos! Ik weet wel wat ik zou doen, ik zou direct net zoveel in mijn hand houden als ik voor vandaag nodig had, en voor morgen ook nog, de rest zou ik direct omzetten in iets wat aan gene zijde van de hamerslag nog zijn waarde houdt. Nú is mijn gulden nog waardevol, dus nu kan ik er nog wat mee doen. Ik zou er land voor kopen, of een Rembrand, dingen waarvan ik denk: 'die houden hun waarde en kan ik altijd nog te gelde maken.' Dit is een ander voorbeeld dat de kern raakt van die gelijkenis: dit is ten diepste onze situatie. Want vandaag nog kan God al je huizen en je goederen en je geld waardeloos verklaren. Sterker nog, ik durf te zeggen: 'dat gaat bij iedereen van u gebeuren!' Bij iedereen komt dat moment, voor honderd procent zeker. Als het morgen niet is dan is het misschien over een week, over een maand, een jaar of tien jaar, maar er komt bij ieder van u een moment dat u door de crisis heen moet.

En wat gebeurt in die crisis? Dan wordt je geld waardeloos verklaard, en in een doodshemd zitten geen zakken. Je kan niks meenemen naar de andere kant. Wat zou je dan doen? Het is eigenlijk precies hetzelfde probleem. Wat zou je dan doen? Natuurlijk precies hetzelfde als met je guldens als je weet dat die morgen waardeloos zouden kunnen worden. Je zet ze vandaag om in goederen die je aan de andere kant van de crisis nog kunt genieten. Dat is de hele gelijkenis. Dat is het punt van vergelijking wat Jezus gebruikt. Want Hij zegt: "Doe dat zo. Als je het zo doet zal straks, wanneer de Mammon u ontvalt, men u opnemen in eeuwige tenten." Aan gene zijde zal het een enorm verschil uitmaken of je daar vrienden gemaakt hebt. Dat beeld van die tenten komt van de oud-Israëlitische toekomstverwachting. De Israëlieten zeiden: "Het wordt straks één groot Loofhuttenfeest", dat vierden ze in tenten. Zo dacht men over de toekomst van het Koninkrijk: één groot oogstfeest in tenten. Heb je veel vrienden, dan word je in hun tenten uitgenodigd. Daar zinspeelt Jezus op. Je komt door de crisis heen als je nu al je geld in eeuwigheidswaarde omzet en niet in materiele dingen.

Winst die alleen maar te beschrijven is in termen als liefdesbanden. Natuurlijk, je kan deze gelijkenis ook weer te ver in een verkeerde richting doortrekken. Jezus leert hier niet -daar zijn wij als gereformeerde en reformatorische christenen zo gevoelig voor- tegenover een vroeger conflict met de Rooms-katholieke kerk dat wij op grond van goede werken behouden worden. Je moet hier eigenlijk Jakobus bij opslaan, die zei: "Je wordt behouden alleen op grond van je geloof in Jezus Christus, maar toon mij uw geloof zonder werken... -dat lukt namelijk niet- ...en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken." Dat is wat Jezus hier ook benadrukt. Werken die op het geloof gebaseerd zijn, natuurlijk, stampvol geloof, anders doe je dat natuurlijk niet, je geld zo loslaten. Jezus' punt is: Genade van vrijspraak en vergeving moet leiden tot bevrijding, tot een andere levensstijl, een andere omgang met geld. Zo bouwen wij op dat ene fundament, en daar kun je op verschillende manieren op bouwen. We zijn de dienst ermee begonnen, 1 Corinthe 3. Paulus zei: "Je kan er op bouwen met hooi en met stoppelen, dat gaat allemaal in rook op als er crisis komt. Want de dag van God komt met vuur.

Maar je kan er ook op bouwen met goud en zilver en edelstenen, dingen die door de crisis heen blijven. Daar is dat een beeld van. Dan wordt het wel gelouterd, maar het komt door het vuur heen. Zo is het heel belangrijk wat voor levensstijl we hebben, wat we doen met ons geld, met de onrechtvaardige Mammon. Het leven is dus uiterst serieus, dat proef je hier in deze gelijkenis. Het leven ís geen spel, er staan grote dingen óp het spel, in de hele praktische manier waarop we omgaan met geld. Soms zou je denken als je rondkijkt in onze consumptiemaatschappij: het is één groot feest. Maar Jezus zegt: "Nee, het is geen feest, het is ongelooflijk spannend, want nu komt het er op aan wat alle mensen gaan doen met die onrechtvaardige Mammon." Samenvatting Met het oog op die situatie luisterden we naar de woorden van Jezus. Ik zei halverwege: "Het is eigenlijk een dubbel bericht." Aan de ene kant hele sterke diskwalificatie. Jezus trekt het onheil van geld ontzaglijk ver door. Geld is niet neutraal, het is een demonische macht. Het is altijd verkleefd met onrecht. Dat zegt Hij. Onrechtvaardige Mammon, de Mammon van onrechtvaardigheid.

Maar aan de andere kant spreekt Jezus uit een immense vrijheid, er klinkt haast een lach door deze gelijkenis heen: hoe koninklijk is de vrijheid van iemand die het doorheeft, en die zich niet laat inpalmen en die het gaat gebruiken voor het maken van vrienden aan gene zijde, voor al die dingen die horen bij het Koninkrijk van God. Aan de ene kant: geld betovert je, geeft je een gevoel van belangrijkheid. Of slapeloze nachten. Het drijft je op en mat je af. Het houdt je onder de duim en het belooft ongelooflijk veel. Aan de andere kant: het laat je leeg achter. Jezus zegt: "Ga het dan ook inzetten op een koninklijke wijze, laat je er niet door inpalmen maar zet het in voor de goede zaak." Hoe doe je dat? 1. In de eerste plaats denk ik dat wij, als het over geld gaat, moeten ophouden, te denken aan een bepaalde groep mensen, aan anderen en niet ik. Als Jezus vandaag zou spreken, -en Hij spreekt vandaag- dan zegt Hij: "Jullie zijn de rijken, zonder uitzondering." Wij allemaal zijn mensen die meer geld hebben dan we dagelijks nodig hebben voor ons brood. Dus zijn we rijken, we hebben over.

Ik hoor bij die mensen in de wereld die meer geld hebben dan ze per dag opmaken, ik ben de rijke en sta dus onder Jezus' onderwijs. 2. Wij zoeken onze kracht niet in moraliseren, in direct de wijsvinger heffen, maar in er met elkaar over praten en delen wat geld mij doet. De één maakt het angstig, de ander maakt het schuldig, de derde verwart het, de vierde maakt het jaloers, de vijfde maakt het machtig, ieder heeft er een verschillende omgang mee. Ga daar naar terug, vraag jezelf eerst af: wat doet geld mij eigenlijk?, en dan: wat doe ik met geld? 3. Als zo het taboe doorbroken is komt die vraag: wat doe ik met geld? Dan is de eerste vraag: Wie zit er op de troon? Heeft geld mij, of heb ik het geld? Dan kom ik weer terug bij dat kinderliedje: doe die grendel van je hart. Er komt juist op dat punt van de gesloten schatkamer van ons leven dat appèl: zit je deur nog op slot? Doe hem open en laat de Heer binnen. Hij bevrijdt en geeft wat je nodig hebt, Hij maakt dat je gaat investeren in de toekomst op zo'n manier dat je straks met vrijmoedigheid de Heer kan verwachten, zonder schuldgevoelens.

Wees tevreden met wat je hebt, wees dankbaar voor wat je krijgt, laat het niet leiden tot vervreemding, maar maak er in plaats van vervreemding vrienden mee. Als we op die weg gaan verwerven we ons een goede toegang tot het Koninkrijk. Amen ©2000 Nederlands Gereformeerde Kerk - Utrecht.